Le Fabuleux Destin D’Amélie Poulain


Regisseur Jean-Pierre Jeunet is een getalenteerd man. Hij begon
zijn carrière met de cultfilm ‘Delicatessen’, over een
kannibalistische slager in een post-apocalyptisch Frankrijk. Een
intens bizarre film, met verscheidene absurd-komische scènes. Je
werd in die film zozeer overdonderd door het hele gegeven en vooral
door de visuele pracht en praal ervan, dat je niet eens de moeite
deed om je af te vragen of het ook ergens over ging.

‘La Cité Des Enfants Perdus’ bracht die vraag meer naar de
voorgrond: de film heeft onvoorwaardelijke fans, maar wat mij
betreft begon de feitelijke leegte ervan door het mooie glanslaagje
heen te schijnen. En hoe minder we zeggen van ‘Alien:
Resurrection’, hoe beter, natuurlijk.

Met ‘Amélie Poulain’ lijkt het wel alsof Jeunet zich wilde
herbronnen. Na de hysterische bedoeningen in ‘Alien: Resurrection’
keerde hij terug naar zijn thuishaven en stak er in dit inhoudelijk
doodsimpele, maar o zo charmante filmpje in elkaar.

Amélie Poulain is een meisje van een jaar of twintig, die in de
zwaar geromantiseerde straten van Montmartre woont en werkt. Als je
haar ziet, weet je meteen waarom je haar geen vrouw kan noemen,
enkel een meisje. Ze kijkt de wereld in met twee gigantische ogen
die hun kinderlijke nieuwsgierigheid niet zijn verloren. Op de één
of andere manier heeft ze een onschuld weten te bewaren die ervoor
zorgt dat ze ervan kan genieten haar hand in een zak vol zaden te
steken.

Wanneer Amélie in haar flat een oud koekendoosje ontdekt met wat
jongensspeeltjes erin uit de jaren zestig, verandert haar leven. Ze
zal niet rusten voor ze de man heeft gevonden aan wie dit doosje
toebehoorde, en wanneer ze hem dan uiteindelijk vindt, krijgen we
één van de mooiste momenten van de film te zien. Opvallend genoeg
een moment waar Amélie zelf niet eens inkomt. Ze plaats het doosje
in een telefooncel en lokt de man in kwestie naar binnen door naar
de cel te bellen. Wanneer de man zijn jeugdspullen terugvindt, zién
we zijn gezicht gewoon veranderen, hij valt terug in zijn jeugd, en
in de onschuld die Amélie zelf nooit is kwijtgeraakt. Het is een
prachtig moment, en het is ook waar de film in wezen over gaat: het
herontdekken van iets dat je kwijt was geraakt, een soort van
onschuld, van verwondering. Over het anders bekijken van mensen en
dingen dan je ooit hebt gedaan, om diezelfde gevoelens voor het
eerst aan te treffen. Als we nu eens vanuit net een andere hoek
naar de dame achter de toog van de bistro kijken? Is die
hypochondrische trien dan eigenlijk geen aantrekkelijke vrouw?
Welke fascinatie valt er dan te vinden in pasfoto’s van volslagen
vreemden?

Dat is dan het wonderlijke lot van Amélie Poulain: om mensen die
gevoelens te laten herontdekken, waaronder haar eigen vader, die
een trap onder z’n achterste nodig heeft om verder te gaan met zijn
leven na de dood van zijn vrouw. De manier waarop ze die trap
toedient, is één van de geestigste grappen in de film. Ik zal nooit
meer op dezelfde manier naar een tuinkabouter kijken.

Jeunet moest het deze keer stellen zonder huisfotograaf Darius
Khonji, die mee hielp om van ‘Delicatessen’ zo’n hallucinante
ervaring te maken, maar hij redt het schijnbaar zeer goed zonder
hem. De hele film baadt in een gouden licht van lange, luie
zondagen. Net zoals Amélie naar de wereld kijkt met een fris gevoel
van verwondering, zo kan ook de camera er genoegen in scheppen om
op een schalkse manier op mensen en voorwerpen af te sluipen, ze
even grondig te bekijken en dan weer verder te gaan. Beeldjes op
een nachtkastje komen plots tot leven en pasfoto’s beginnen te
praten. Jeunet creëert een surrealistische wereld, waarin
goudvissen zelfmoordpogingen ondernemen. Wat leuk is aan deze film,
is dat de keuze voor dat soort van bizarre scènes niet aanvoelt aan
een gimmick, maar wel als een consequente artistieke keuze. Jeunet
wil niet zomaar een punt scoren door bijvoorbeeld een toeriste van
de Notre Dame te laten springen en daarmee Amélies moeder te
verpletteren: het is allemaal een onderdeel van de sfeer van de
hele film. Een poging om een toon te zetten die duidelijk maakt dat
je alles in deze film met een korrel zout dient te nemen.

Het is wellicht een sign o’ the times dat Amélie dusdanig
enthousiast ontvangen werd. Ik denk dat we de laatste jaren zo
platgebombardeerd werden met deprimerende, loodzware drama’s en
knalharde actiefilms, dat het voor veel mensen een ware verademing
was nog eens een luchtige fabel te zien als deze – een film waar je
complexloos van kon genieten, zonder dat je je verstand aan de
ingang van de bioscoop diende in te leveren. Voor de producten die
Amerika vaak onder “complexloos entertainment” rangschikt, wil dat
wel eens anders uitpakken (nog ‘American Pie’, iemand?). Het gevolg
was wel dat we de film enigszins zijn gaan overschatten. Even voor
de duidelijkheid: jà, ‘Amélie’ is een allercharmantste film. Maar
néé, het is géén meesterwerk.

Want laten we even wel wezen: voor de boodschap “wees lief voor
elkaar” win je nu eenmaal weinig punten. De wereld van Amélie
Poulain staat buiten de werkelijkheid en als zodanig worden er geen
belangrijke dingen gezegd over de wereld waarin het publiek leeft.
Amélie is een niemendalletje in de beste zin van het woord. Ik heb
er zeer van genoten, meer hoeft dat absoluut niet te zijn, maar de
vele mensen die dit een “belangrijke” of “diepzinnige” film vonden,
hebben het simpelweg mis. In tegendeel zelfs: ‘Amélie’ is juist een
ode aan de charmes van het onbelangrijke. Het banale, dat toch veel
waarde kan hebben voor elk mens apart.

http://www.amelie-lefilm.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − vier =