Cynthia Loemij :: ”Ik heb niet het idee dat ik steeds bij één ding gebleven ben”

De Rito-school in Leuven: enkele jaren geleden de set van de dansfilm Rosas danst
Rosas
. Nu de stadsbibliotheek, met cafetaria. Dé plaats voor een interview met Cynthia
Loemij.

Goddeau: Hier is Rosas danst Rosas opgenomen. Sedertdien is er verbouwd, met veel
kritiek.

Cynthia Loemij: "Ik ben heel erg teleurgesteld, want ik herinner me zo goed hoe het
was: veel hout en mooie vloeren. Ik voel onmiddellijk dat de hele sfeer is verdwenen. Hoe jammer.
Ik vind ook niet dat je het nog echt Van de Velde kunt noemen. Er was al lang het plan om Rosas
danst Rosas
te verfilmen met de mensen die het allemaal ooit eens gedanst hebben. En daar paste
dit gebouw in voor het repetitieve en ook gewoon qua gebouw. Het moest niet de verfilming van een
voorstelling zijn, maar een nieuw consept met een prachtig gebouw van Van de Velde."

Goddeau: Je danst dit jaar 10 jaar bij Rosas.
Loemij: "Nu voel ik me oud."

Goddeau: Hoe ben je geëvolueerd?
Loemij: "Toen ik aankwam, was ik eerst overweldigd door het gebeuren van een groot
gezelschap: onmiddellijk op internationale podia staan, de mensen in de groep. Je hebt enorm veel
te leren, je wordt gebombardeerd met een bagage aan kennis die je wil opnemen. Eerst heb je veel
repertoirestukken geleerd. Dat is een moment van zoveel mogelijk absorberen, leren en ervaren. Dan
maak je verschillende periodes mee, verschillende voorstellingen. Het creëren is natuurlijk een
heel apart gebeuren omdat het bestaat uit een aantal maanden in de studio zitten. In het begin ben
je vooral bezig met hoe je jezelf daarbinnen staande houdt. Naarmate de jaren vorderen, ben je veel
meer bezig met de groep, het stuk en het samen maken van iets. Je krijgt een veel globalere kijk
op voorstelling. Ik heb veel meer inzicht gekregen: waarom Anne Teresa (De Keersmaeker, ad/jdw)
bepaalde keuzes maakt voor muziek, voorstellingen en teksten. En daarin heb ik een steeds nauwere
band met Anne Teresa gekregen. Ik werk graag met haar, omdat ze zo passioneel met haar werk bezig
is. Het is echt een nieuwe stap geweest om vorig jaar met Frank Vercruyssen te werken, met Stan
überhaupt te werken. Hele nieuwe inzichten om samen iets op te zetten: dat is zo’n nieuw veld
met zoveel nieuws te ontdekken. Ik heb niet het idee dat ik steeds bij een ding gebleven ben. De
mensen komen en gaan, dus je bent niet constant met één groep, met één
persoon aan het werken. Ik werk ook heel veel met de mensen in de groep, dus je krijgt ook steeds
nieuwe invloeden, nieuwe manieren van bewegen. Daar blijf je van leren."

Goddeau: Had je ambities of een ideaalbeeld?
Loemij: "Ik heb in Rotterdam een docentenopleiding gevolgd. Door het zien van de
voorstellingen kreeg ik heel veel zin om op scène te staan. Wat me fascineerde was de manier
waarop die mensen op scène stonden. Dat was iets wat ik niet eerder had gezien. Ik vind dat
Anne Teresa dat nog steeds doet. In die zin ben ik niet teleurgesteld over wat mijn beeld was van
wat het zou moeten zijn: de manier van op scène staan en het geven naar het publiek toe. Ik
was zeer gelukkig dat ik bij Rosas werd aangenomen, na een docentenopleiding. Ineens bij zo’n
groot, fantastisch gezelschap te zijn was voor mij al een verwezenlijking. Dat was alsof ik een
stap had overgeslagen. Wat is daarbinnen mijn ambitie geweest? Zoveel mogelijk dingen opnemen van
anderen. Er is zoveel te leren op dansgebied. Nu gaan we ons steeds meer bezig houden met
improvisatie. Lange tijd stond ik daar heel erg angstvallig tegenover. Maar nu geeft dat me weer
een nieuwe push. Ik zou mij daarin willen specialiseren. Les geven vind ik fantastisch, maar ik heb
er geen tijd voor. Ik wil het zeker nog meer uitbreiden en zien of ik daar nog plezier in heb. Op
dans- en theatergebied heb ik het gevoel dat ik nog heel veel kan groeien. Ik had op voorhand geen
beeld van hoe het zou zijn, dus het is fantastisch om dit als werk te kunnen doen. Het is fysiek
heel zwaar, zeker nu ik al wat ouder ben, maar ik voel me nog steeds heel bevoorrecht om dit te
kunnen doen."

Goddeau: Je bent lang geblesseerd geweest.
Loemij: "Vorig jaar was voor het eerst dat ik eruit gestapt ben, toen ik erg last had
van mijn enkel. Dat is eigenlijk een algemene instorting geweest, maar het gaat nu beter. Dat is
iets waar ik heel slecht in ben: mezelf tegenhouden. Als je voor een publiek staat, is het moeilijk
om minder te doen dan voluit gaan. En dan word je op een gegeven moment tegengehouden omdat je echt
niet meer kunt, omdat die enkel echt zo’n pijn doet dat je thuis moet blijven. En dat is dan
het moment dat ik thuisblijf. Er is altijd wel pijn: in je voeten, in je enkels. Het is moeilijk om
daarin een limiet te vinden. Soms heb ik dan wel iemand nodig die zegt: "Stop
maar"."
"We beginnen met het zoeken van dansmateriaal. De laatste tijd begint Anne Teresa vaak met
een basisfraze. Wij zijn degenen die daar alle transformaties op maken: alle duetten, alle
manipulaties, alle tijdschema’s, alle systemen om het materiaal te transformeren. Anne Teresa
kiest daar weer uit wat ze nodig heeft, en zet dat in het grote geheel. Het is niet zo van: dit doe
je en voer het maar uit. Daarom kies ik er ook voor om bij Rosas te zitten."

Goddeau: Waarin verschilt dit van de creaties met Stan?
Loemij: "Dat is anders en het blijft hetzelfde. Het editen van de voorstelling is
hetzelfde, we vinden materiaal samen en daarna wordt het geplaatst in een grote structuur. De dans
werd compleet door Anne Teresa gedaan. Als we het over tekst en andere dingen hadden, dan was het
een grote ronde-tafel-discussie. Dat betekent dat iedereen zegt wat ie denkt. En dat is wel anders.
Dat maak je helemaal niet mee bij het maken van een dansvoorstelling. De uitstap naar Stan was voor
mij eigenlijk even weg zijn van Rosas. Ik ben veel op tournee geweest met Frank Vercruyssen alleen,
met mijn blessure. Ik ben er eigenlijk een jaar uit geweest en ik ben weer terug."

Goddeau: In Real Time was gisteren sterker dan in mei. Treedt er in elke creatie een
groeiproces op?

Loemij: "Het is natuurlijk de bedoeling dat we altijd blijven werken om de voorstelling
te laten groeien. Vanavond zal het voorlopig de laatste keer zijn en er is nog steeds discussie.
Dat is ook vechten tegen de routine. Op een gegeven moment heb je het vijftig keer gespeeld en het
mag niet op automatische piloot. Dan gaan we opnieuw discussiëren over: "Waar gaat deze
voorstelling over? Wat willen we daarmee bereiken? We willen niet ons nummer doen." Dat is
fantastisch. Dat is mooi. En daarom ben ik ook heel blij om te horen dat jij vindt dat het gegroeid
is want dat is de bedoeling."

Goddeau: Welke rol neemt kleding in? Zowel Dries Van Noten als Anke Loh zorgden in de laatste
creaties voor gepersonaliseerde kostuums.

Loemij: "Het is zoals je het zegt: ze geven ieder een persoonlijke touch. Ik ben blij
dat dat zo overkomt. Het is belangrijk dat je er goed in kunt bewegen, dat je je er goed in voelt.
Een kostuum waar je je niet goed in voelt, waar je je niet mooi in voelt, is geen goed idee. Als
zoiets voorkomt, dan zijn wij ook daar om te zeggen: "Ik kan hier niet in dansen." Dus
dan wordt daar wat aan gedaan. Anne Teresa werkt ook graag met Dries. Zelfde visie, zelfde smaak.
Ze komen met elkaar overeen en geven elkaar uitdagingen en limieten."

Goddeau: Wat is jouw visie op dans als medium?
Loemij: "Ik twijfel daar altijd over. Ik vind het nog altijd een heel mooi iets,
universeel om met beweging te spreken. Soms denk ik dat we zullen blijven waar we zijn, maar dat
het toch altijd mooi is om dezelfde dingen te herhalen in een nieuwe vorm. Soms denk ik dat we
moeten mixen met andere media zoals we dat gedaan hebben. Ik heb het idee dat we niet steeds moeten
zoeken naar nieuwe dingen. Met Anne Teresa heb ik het gevoel dat we de mooie dingen houden, maar
toch in een andere vorm gieten. En zo zou ik het graag zien: dans als medium. Niet altijd willen
vernieuwen want ik denk niet dat dat kan. Het blijft iets basics, iets universeels
houden."

Goddeau: Maar dans is een vluchtig medium. Ik probeer wel het op mijn netvlies gebrand te
krijgen, maar het verdwijnt toch.

Loemij: "Dat is wel lief. Ja, dat is triest en dat is ook het mooie ervan, denk ik.
Prachtige momenten, maar ze zijn ook weer weg daarna."

Goddeau: Vind je dat soms niet erg?
Loemij: "Neen, want ik ben niet zo bezig om iets onsterfelijks te maken. Dat hoeft
niet. Het is fantastisch dat mensen op één minuut in extase zijn of ontroerd zijn op
een of andere manier. Dat zou genoeg moeten zijn, toch?"
"Ik vind Brussel de laatste jaren heel sprankelend. Er gebeuren heel veel inspirerende dingen.
Ik vind dat die stad een nieuwe energiestoot heeft gekregen. Ik heb het gevoel dat er meer
mogelijkheden zijn, dat er echt meer ideeën worden waargemaakt. Dat er meer dingen kunnen, op
verschillende locaties, met verschillende mensen, met niet-kunstenaars, met kunstenaars, met lokale
groepen. Dat is ook heel belangrijk, dat het niet onder dat groepje kunstenaars blijft. Zoals Bal
Moderne, dat soort dingen zijn fantastisch. En dingen met de school en met de gemeente Vorst doen.
Dat er veel interactie is met de buurt. Dat is echt wel belangrijk."

Goddeau: Vind je België dan geen bizar land?
Loemij: "Het is een heel bizar land. Het is niet het enige bizarre land, hoor. Maar
het is in Antwerpen heel anders op dit moment. Dat is echt het trieste gebeuren van de laatste
tijd. Dat stemt weinig vertrouwen voor de toekomst."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 15 =