Bob Dylan :: Murder Most Foul

Na drie albums gevuld met standards uit het Great American Songbook liet Dylan vandaag voor het eerst in acht jaar een nieuw zelfgeschreven nummer op de wereld los: “Murder most Foul”.

Muzikaal valt hier niet zo gek veel te rapen; we horen in deze zacht meanderende ballade enkel pianotoetsen, fluwelen strijkers en de occasionele verloren gelopen drumroffel. Muziek is hier slechts bijzaak: alle focus komt op de tekst en de parlando (zingen zit er niet echt meer in) van Dylan zelf. Mogen we ervan uitgaan dat hij iets belangrijks te zeggen heeft? Als een wijze grijsaard roept hij ons allen rond zich en geeft ons nog een wijze levensles mee. Dylan had er nooit een hoge pet van op om zogezegde grote boodschappen te verkondigen, dus doet hij het nu via parallellen die kunnen getrokken worden met het verleden. In dit geval een zeer concreet voorval in het verleden : de moord op president Kennedy op 22 november 1963. 17 minuten lang (meteen het langste nummer uit zijn catalogus) doet de bard minutieus het relaas van deze dag die als een schokgolf doorheen de Westerse wereld ging. Kennedy was het boegbeeld van progressief en jong Amerika, een glamourboy die de hele natie kon verenigen. Een kogel (of waren het er twee?) beëindigde dat positieve vooruitgangsdenken, en slachtofferde het leven van de president op het altaar van de media. Iederéén heeft de beelden van de moord ondertussen gezien.

Deze song heeft vele boodschappen: het zou een parabel kunnen zijn die van toepassing is op de huidige politieke situatie in Amerika, waar in volle openbaarheid ook allerlei wandaden tegenover de democratie gebeuren. Als Dylan over de moord zingt als de “greatest magic trick ever under the sun/ perfectly executed, skillfully done” dan kan dit evenzeer gelden voor de misleiding van het Amerikaanse volk door haar leiders. De republikeinse partij en haar oranje megafoon blijven almaar onwaarheden spuien op tv en internet, net zolang tot iedereen hun onzin gelooft. Als echte wolven in schaapsvacht zijn zij het nu die via de media de democratie (en tijdens deze epidemie ook mensenlevens) slachtofferen in functie van de economie.

Het nummer zou eveneens een opgestoken middelvinger kunnen zijn naar de criticasters die vonden dat Dylan de Nobelprijs niet verdiende omdat hij slechts ‘pop’-liedjes zou geschreven hebben. Dylan noemt in het tweede deel van het nummer talloze popartiesten en gebeurtenissen op die veel betekenen voor nog veel meer mensen : The Beatles, Woodstock, John Lee Hooker e tutti quanti. Zodoende draagt het nummer in zich een verwarmende boodschap dat troost en schoonheid gevonden kan worden in cultuur en muziek. Iets wat wij bij Enola alleen maar kunnen onderschrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in