Swans :: Leaving Meaning

Na zeven jaar van cathartische experimenten en oorverdovende volumes besloot Michael Gira dat het genoeg geweest was. Hij ontbond Swans in zijn vertrouwde bezetting en kondigde aan dat hij “eerst een jaar zou slapen” alvorens de groep nieuw leven in te blazen. Dat sabbatjaar is nu voorbij en Swans keert terug, met Gira als enige vaste bandlid en met een plaat die vrolijk (nou ja…) voortborduurt op het nalatenschap van de vorige incarnatie.

Dat is opmerkelijk, want het oeuvre dat het Swans van de jaren 2010 tot 2017 naliet is bovenmaats, visceraal en zo uitputtend dat het een vrijwel onmogelijke opgave leek om er een vervolg aan te breiden. Eerst was er nog het aftastende My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky, alvorens een monsterlijke albumtrilogie – met respectievelijk The Seer, To Be Kind en The Glowing Man – alles waar Swans voor stond aan diggelen sloeg alvorens het weer op te bouwen. Gewelddadige distortion, repetitieve drones en ingetogen engelengezang smolten samen. De menselijke psyche werd binnenstebuiten gekeerd en al ploeterend probeerde Gira tot een bestand te komen met het goddelijke. Alle tegenstellingen die Swans tot dan toe hadden gekenmerkt, vonden samen hun weg in deze Drievuldigheid die met geen enkel ander muziekstuk te vergelijken valt. Swans had ermee zijn bestaansrecht in de eenentwintigste eeuw beargumenteerd en een volstrekte uniciteit bewerkstelligd. Wat kan men daar in vredesnaam nog aan toevoegen?

Leaving Meaning lijkt zich bewust van die vraag en probeert ze zelfs niet te beantwoorden. Het is een post-apocalyptisch werkstuk dat recht krabbelt uit de assen van zijn voorgangers. Niet in staat zijnde om bewust een doel na te streven, maakt het gewag van de onzekerheid. Het Swans dat we kenden, is dan ook niet meer. De band werd opgedoekt en bestaat nu uit een revolving cast of musicians, zoals Gira het zelf omschrijft, samengebracht in functie van de klankleur die hij bij een bepaald nummer zoekt. In die cast zitten een aantal voormalige bandleden, zoals Kristof Hahn en Larry Mullins, maar ook andere gekende collaborateurs zoals Jennifer Gira, Anna von Hausswolff, Ben Frost en het voltallige The Necks. Samen met Gira gaan ze op zoek naar wat Swans anno 2019 zou kunnen zijn, of hoe dat zou kunnen klinken. Zonder blauwdruk, of zonder de karaktereigenschappen van een band.

Elk nummer wordt daardoor een op zichzelf staand experiment, met een eigen ethos, wat de samenhang van het album af en toe een beetje compromitteert. Zo wordt de delicate verrukking van  “Annaline” al snel de kop ingedrukt door een trance-verwekkende loop in “The Hanging Man”. Gira’s bariton verbuigt zich tussen die twee tracks van sussend naar ijzig grauwend. “I steal the space between the filthy and the clean”, snauwt hij. Als een opgehangen man neemt hij zijn plaats in tussen het menselijke en het goddelijke, zonder daarbij te oordelen welke van de twee nu smerig en welke schoon is. Ondanks – of misschien dankzij – de bruutheid waarmee de sfeer verandert, is dit het Swans dat we ons herinneren: op het kruispunt tussen creatie en destructie, maar immer onpartijdig.

En laat onpartijdigheid zowat de rode draad doorheen Leaving Meaning zijn. “I can feel it, but not keep it.” The Necks voorzien Gira van een Latijns traditionele instrumentatie wanneer die bekent dat muziek in essentie vluchtig is. Het neemt voor even de ruimte in, maar dan is het weg. Bijgevolg is muziek ook niet in staat iemand, langer dan zijn duurtijd, van idee te doen veranderen. Leaving Meaning: we kunnen de betekenis dus maar beter achterlaten. En wanneer we die achterlaten, staat niks ons in de weg om de volstrekte absurditeit van het bestaan te omarmen: “Somewhere / No place / Let’s go!” Albert Camus en Michael Gira, het had wellicht een interessante affaire geweest.

Het traag voortschrijdende “Cathedrals Of Heaven” bouwt op dezelfde gedachte verder: “There is no constraint / there is no because”. Zonder zingeving hoeft er ook geen beperking te zijn. Een kolfje naar de hand van dit herboren Swans. Zonder limitatie van een band, of van een bepaald instrument, is Leaving Meaning een ontluikend en organisch stuk muziek geworden, waarbij het slechts zelden tot een uitbarsting komt. Wanneer die er komt, is dat niet met ordinaire gitaarfeedback. Zo klinkt “Sunfucker” als een exotische overgangsrite, waarbij belgerinkel, sirenes en de behekste achtergrondzang van de zusjes Von Hausswolff het lijden bij zo’n ceremonie in de verf zet. “The Nub” op zijn beurt, met zang van Baby Dee en rudimentaire jazz instrumentatie van (opnieuw) The Necks, zwelt aan in een beangstigende dissonantie zoals we die zelfs van Swans amper gewoon waren.

Zo slaagt Gira, met hulp van zijn gelegenheidsmuzikanten, er toch weer in om nieuwe klanken aan zijn oeuvre toe te voegen. En hoewel Leaving Meaning gebreken heeft, is het misschien de enige plaat die hij op dit moment kon maken: in onzekerheid tastend naar nieuwe mogelijkheden. Hoe de plaat moet beoordeeld worden, hangt daarom voor een groot stuk af van wat er komen zal. Gaat het, zoals met The Seer, opnieuw allemaal in zijn plooi vallen? We wachten af en blijven voorlopig – wat deze vijftiende Swans plaat betreft – ietwat onpartijdig.

Swans speelt op vrijdag 22 mei in AB. De liveband voor deze tour zal bestaan uit: Michael Gira, Christopher Pravdica, Dana Schechter, Ben Frost, Kristof Hahn en Phil Puleo. Oudgediende Norman Westerberg verzorgt het voorprogramma.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in