B/B/S/ :: Brick Mask

Wie er de muzikale voorgeschiedenis van de drie leden van B/B/S/ even op naleest, zal niet bepaald verbaasd zijn over de muzikale richting die debuutplaat Brick Mask heeft ingeslagen. Aidan Baker, Andrea Belfi en Erik Skodvin hebben immers elk hun sporen reeds verdiend in donkere muziekkrochten vol drone, ambient, lichte noise, improv en doom, zaken die ook bij deze supergroep of sorts centraal staan.

Voor wie die namen toch niet bekend in de oren klinken: Baker is vooral bekend als een helft van het hyperproductieve droneduo Nadja, terwijl ook Skodvin deel uitmaakt van het gelauwerde (maar helaas heel wat minder productieve) ambientduo Deaf Center. Beide hebben echter ook reeds hun naam gemaakt als solomuzikanten, net als Belfi die zich buiten zijn solowerk vooral thuis voelt in korte samenwerkingen en projecten, zoals onder meer met Mike Watt. Experiment, textuur, improvisatie en dreiging zijn elementen die in het werk van al deze muzikanten belangrijke plaatsen krijgen en zijn dan ook zowat de centrale bouwstenen van de twee lange composities (een per plaatkant, elk opgedeeld in twee “nummers”) die op Brick Mask te horen vallen.

Die twee stukken werden volledig geïmproviseerd en dat valt in principe ook wel te horen. Er is geen sprake van melodieën of afgesproken afwisselingen, maar eerder van vrij vloeiende variaties op bepaalde klanken. Zo staat in de organisch in elkaar overvloeiende titeltracks “Brick” en “Mask” (samen de eerste plaatkant) een steeds aan- en wegdeinende noisegolf centraal die in een tweede deel wordt omgevormd tot een dreunende baslijn van twee noten, terwijl Belfi de spanning vooruit stuwt van climax naar climax met alsmaar intensifiërend drumwerk. Baker doet dan tegelijkertijd zijn duit in het zakje door ook de grillige, soms krijserige gitaartexturen op te hopen tot een onheilspellend geheel.

Het tweede stuk, opgedeeld in de nummers “Plants” en “Mott”, valt nog heel wat experimenteler uit en heeft zelfs geen enkel melodisch leidmotief. Wel vormt het percussieve gerommel van Belfi waarmee “Plants” wordt ingezet zich al snel om tot een soort ontwrichte loop van rinkelende bellen, schrapende cymbalen en drumstoten waarboven Skodvin en Baker weer grillige gitaar- en bastexturen uitspreiden. Hoewel veel minder met spanningsbogen gewerkt wordt dan op de eerste plaatkant, weet de improvisatie zich wel staande te houden gedurende bijna twintig minuten zonder te verworden tot ongeïnspireerde klankverkenning doordat er steeds subtieler verschoven wordt van geluid naar geluid.

Brick Mask ligt dus perfect in de lijn van de verwachtingen voor wie bekend is met het voorgaande werk van de leden van B/B/S/, en het is dan ook niet alsof de samenwerking hier echt boven de som der delen weet uit te stijgen. Dat het trio hier een vakmanschap van jewelste aan de dag legt, zal niemand echter ontkennen, waardoor dit voor fanaten van donkere ambient en drone dan ook een absolute aanrader is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in