Met haar langspeelfilmdebuut Little Trouble Girls verbeeldt de Sloveense cineaste/scenariste Urška Djukić de innerlijke strijd en de groeipijnen van Lucia (Jara Sofija Ostan), een naïeve en introverte tiener die zich onder impuls van haar moeder aansluit bij een meisjeskoor. De hele film, waarvan de internationale titel is ontleend aan een gelijknamig nummer van de Amerikaanse rockband Sonic Youth, speelt nagenoeg volledig in en rond een bouwvallig klooster in het noorden van Italië. Het is in deze afgelegen landelijke omgeving (waar het zanggezelschap verblijft tijdens een meerdaagse repetitie) dat de adolescente in de ban raakt van een rebelse derdejaarsstudente, maar ook geconfronteerd wordt met haar ontluikende seksuele verlangens – wat totaal indruist tegen Lucia’s vrome karakter en strenge katholieke opvoeding.
Little Trouble Girls bouwt voort op een lange traditie van films over het seksueel ontwaken van verwarde pubers die zich afzetten tegen de conservatieve normen, en heeft in se dus een weinig origineel opzet. Djukić wijkt echter af van de gebruikelijke narratieve structuur door meer te focussen op stemmingen en emoties dan op samenhang. In die zin zou je een parallel kunnen trekken tussen Little Trouble Girls en het recente Los Domingos, twee films die thematisch verwant zijn aan elkaar (allebei handelen ze over jonge meisjes die verscheurd worden door hun diepe geloofsovertuiging en de hormonale onrust die door hun lijf giert), maar qua uitwerking is er toch een duidelijk verschil. Waar Los Domingos werd gekenmerkt door terughoudendheid, zet Urška Djukić hoofdzakelijk in op sensualiteit, met beelden die vooral dienen om de zintuigen te prikkelen.
De behoefte aan autonomie en het zoeken naar een eigen identiteit vertaalt zich hier immers in een film waarin de verlegen Lucia geraakt wordt door schoonheid in alle mogelijke vormen. Die schoonheid wordt geaccentueerd door een dromerige esthetiek, met veel natuurlijk licht en een zacht kleurenpalet. De fotografie van Lev Predan Kowarski oogt schilderachtig en herinnert aan Picnic at Hanging Rock van Peter Weir of Sofia Coppola’s The Virgin Suicides. Door middel van lang aangehouden camera-instellingen, een rustig vertelritme en dito montage worden religieuze eerbied en vrouwelijke seksualiteit met elkaar verweven.
Met zijn extreme close-ups en suggestieve klankband (let op het spel tussen textuur en geluid) roept Little Trouble Girls ook vaag echo’s op aan het werk van Walerian Borowczyk. Gevoelsmatig leunt de prent – die zich ergens op een kruispunt tussen een coming-of-age film en een spirituele parabel bevindt – dan weer aan bij Naissance des Pieuvres, het
langspeelfilmdebuut van de bekroonde Franse filmmaakster Céline Sciamma. Little Trouble Girls kreeg de FIPRESCI-award op het filmfestival van Berlijn, waar de film vorig jaar in wereldpremière ging, en sleepte de prijs voor beste cinematografie in de wacht op het Tribeca filmfestival in New York. Dit belet niet dat het scenario na verloop van tijd de voorspelbare toer opgaat en de film, ondanks zijn feministische ondertoon, wat meer pit kon gebruiken. Zo verliest Urška Djukić zich iets te veel in visuele metaforen en dreigt Little Trouble Girls hier en daar in clichés te vervallen, om nog maar te zwijgen van de symboliek die er vaak nogal dik wordt opgelegd.



