De Hongaars-Canadese regisseur Sophy Romvari maakt met Blue Heron haar langspeelfilmdebuut, na een reeks kortfilms. Voor haar eerste lange film put ze gedeeltelijk inspiratie uit haar eigen jeugd en levert ze een uiterst persoonlijke vertelling af over rouw en opgroeien. Blue Heron graaft daarbij in de krochten van het geheugen, waar herinneringen vervormen, in elkaar overvloeien en zich nooit helemaal laten vastgrijpen.
Eind jaren 90 verhuist een Hongaars immigrantengezin met vier kinderen naar Vancouvereiland. Terwijl het gezin zijn plaats probeert te vinden in een nieuwe omgeving, vertoont oudste zoon Jeremy (Edik Beddoes), een kind uit een eerdere relatie van zijn moeder, steeds destructiever gedrag. De achtjarige Sasha kijkt toe hoe haar ouders het gezin bij elkaar proberen te houden, zonder volledig te begrijpen wat zich rondom haar afspeelt. Twintig jaar later probeert de volwassen Sasha (Amy Zimmer), inmiddels zelf filmmaker, alsnog vat te krijgen op wat er tijdens haar jeugd gebeurde.
Romvari verdeelt die zoektocht min of meer over twee delen. In het eerste observeert haar camera de dagelijkse dynamiek van het gezin van heel dichtbij. Jeremy’s problemen staan zelden expliciet centraal, maar blijven onder de oppervlakte sudderen terwijl het gezinsleven rondom hem verdergaat. Die dreiging sluipt ook in ogenschijnlijk banale handelingen. Eten brandt aan, een met water gevulde ballon staat op springen. Romvari filmt door ramen en spiegels of laat haar camera van binnen naar buiten kijken, alsof ook zij moeite heeft om rechtstreeks tot haar onderwerp door te dringen. De conflicten binnen het gezin zijn op zichzelf niet altijd even meeslepend, maar juist door hun alledaagsheid en Jeremy’s ingetogen, gesloten spel blijft er voortdurend een onderhuidse spanning hangen.
Momenten vloeien in elkaar over zoals vroege jeugdherinneringen dat doen, flarden waarvan achteraf moeilijk te bepalen valt wat precies waar of volledig was. Een scène waarin de vader samen met zijn kinderen foto’s ontwikkelt, vat dat principe prachtig samen. Terwijl langzaam een beeld op het papier verschijnt, vertelt hij hen lachend dat de tijd achteruitgaat, alsof ze zich in een tijdsprong bevinden. Het is een eenvoudige observatie die later de hele film lijkt te omvatten. Romvari’s camera functioneert zelf als een geheugen dat rond een pijnlijk onderwerp cirkelt, er soms opvallend dicht bij komt en het toch nooit volledig kan vatten.
Na twintig jaar maakt die impressionistische benadering plaats voor iets rationelers. De volwassen Sasha interviewt een groep sociaal werkers over de casus van Jeremy en vraagt hoe zij destijds zouden hebben gehandeld. Ze bekijkt zwart-witfoto’s van haar jeugd en belt de sociaal werker die het gezin begeleidde, alsof voldoende informatie uiteindelijk een sluitende verklaring kan opleveren. Het tweede deel krijgt daardoor haast een documentaire karakter en maakt tegelijk zichtbaar hoe Sasha als filmmaker kunst gebruikt om haar eigen trauma te onderzoeken. Romvari trekt die gedachte uiteindelijk richting magisch realisme. De volwassen Sasha stapt letterlijk haar eigen herinnering binnen en neemt de plaats in van de sociaal werker die destijds tegenover haar ouders zat. Vanuit haar huidige kennis confronteert ze hen met wat er gebeurd is, maar hun standpunt verandert niet. Haar ouders wilden Jeremy koste wat kost thuis houden en geloofden dat liefde voldoende kon zijn, terwijl Sasha jarenlang wrok meedroeg over de gevolgen van zijn gedrag voor de rest van het gezin. Hoe zorgvuldig ze haar verleden ook reconstrueert, het laat zich niet herschrijven.
Daarin ligt de kracht van Blue Heron. Kunst en herinnering kunnen helpen om trauma beter te begrijpen en zelfs toenadering te zoeken tot het kind dat je ooit was, maar ze veranderen niet wat er gebeurd is. Dat besef krijgt extra gewicht in een laatste gesprek waarin de volwassen Sasha met haar broer over het landschap uitkijkt en hem een brief van een vriend voorleest. Nieuwe herinneringen komen boven en tonen hoeveel ze zelf vergeten was, terwijl eindelijk duidelijk wordt dat Jeremy later uit het leven stapte. De zoektocht levert geen sluitend antwoord op, maar wel een vorm van acceptatie.
Blue Heron maakt die ongrijpbaarheid van het geheugen voelbaar zonder haar voortdurend te willen verklaren. Romvari laat de uitgestrekte landschappen van West-Canada spreken, besteedt zichtbaar zorg aan haar production design en ondersteunt de wisselende sfeer met een diverse, trefzekere soundtrack. Niet iedere familiale scène heeft dezelfde zeggingskracht, maar wanneer beide helften uiteindelijk in elkaar grijpen, krijgt het geheel een nieuwe betekenis. Zoals een foto die langzaam in ontwikkelvloeistof verschijnt, haalt Romvari het verleden opnieuw naar boven, niet om het te veranderen, maar om eindelijk te kunnen kijken naar wat er al die tijd onder het oppervlak lag te sudderen.



