LOKERSE FEESTEN: The Mary Wallopers + Madra Salach + Therapy? :: 3 augustus 2026

De Lokerse Feesten, ze verschieten elke avond weer van kleur, zo schreven we vrijdag nog maar. Ook maandag was het van dat. Na het stemmig zwart van gisteren, noteerden we nu vijftig tinten groen. Een avondje Eire, dus: omdat Ierland dezer jaren onvermijdelijk is.

Toch geen flard postpunk gehoord. Ook buiten Dublin gebeurt er één en ander, en daar werden vooral de instrumenten en bladmuziek van vaders en grootvaders op zolder gevonden. De Ierse jeugd heeft zijn eigen muzikale traditie herontdekt, en met een respectvolle vuile grijns opnieuw leven in geblazen: minder duf, vinniger gespeeld, en met een onmiskenbare politieke ondertoon.

Zo is het ook dat The Mary Wallopers plots een dingetje werden. Ze zien er uit als schoffies die je geen halve seconde uit het oog wil verliezen, hebben de vettigste, meest onheil belovende smile op het gezicht, en spelen een potje gitaar, banjo, tin whistle en accordeon alsof dat allemaal niets is. Ze gebruiken woorden als “paddywhackery” of “hullabaloo”, maar rijmen ook “pissed” op “socialist”. Want dat the rich “cuntiums” zijn, zingen ze smakelijk in het bijna a capella gebrachte en vierhonderd jaar oude “The Rich Man And The Poor Man”, waarvoor frontman Charles Hendy zijn bodhrán bovenhaalt. Hij draagt het nummer op aan Elon Musk: “his death can not come soon enough”.

The Mary Wallopers kunnen draven als de beste folkies. Hobbelen doen ze als pro’s. Toch is het net wanneer ze dat niet doen dat ze midscheeps doel treffen. Solo brengt Hendy “Building Up And Tearing England Down” over de Ierse arbeiders die de Engelse spoortunnels groeven, en dat is het soort folksong waarvan volwassen mannen plots hardnekkig in hun ooghoek moeten wrijven. ’t Is die machtige melodie van dat refrein, mijnheer.

En toch eindigen we feestelijk. “The Blarney Stone” wordt zelfs iets te hard ingezet, waardoor de groep nog voor de eerste zin gas moet terug nemen, “Eileen Ã’g” is zelfs voor Dropkick Murphyfans herkenbaar, en tegen “Cod Liver Oil And the Orange Juice” en afsluiter “Frost Is All Over” ontstaat voor onze ogen de eerste jig-pit. “Rare jongens, die Ieren”, zou Obelix zeggen.

Maar zo is het, en niet anders. En zijn The Mary Wallopers de zotte nonkels van deze Ierse jaren, dan is Madra Salach samengesteld uit hun vreemde, ongemakkelijke neefjes. Het sociaal bewustzijn delen ze met hun landgenoten van eerder, de punk-attitude waarmee die de traditionals te lijf gaan, vervangen deze jonkies door van Lankum geleende doem. Noem het een vleugje Roadburn dat daar door de leegte van “Blue & Gold” waait. Frontman Paul Banks – we benadrukken nog even dat hij niet die van Interpol is, maar vanaf volgend jaar bent u mee, afgesproken? – galmt omineus en melancholisch, op het ritme van een pompend harmonium treuren zijn bandleden het de donkere diepten van een tragedie in.

Bijna even sterk is wat na die opener volgt. Het van Ewan MacColl geleende “The Tunnel Tigers” graaft in dezelfde gastarbeidersgeschiedenis als The Mary Wallopers eerder, in Shane MacGowans “Turkish Song Of The Damned” klinkt het alsof The Pogues voor onze ogen opnieuw tot leven komen. Wat klinkt het overigens goed in deze dansbunker. Wanneer Jack Martin het in de finale van “Ribbon Factory” op angstaanjagende wijze op zijn mandoline gemunt heeft – nog nooit iemand zo aan de snaren van dat instrument zien rukken – dan hòòr je de snaren afzien.

“Bedankt”, zegt Banks, en hij vertelt dat de groep zo pril van de lesbanken van lege Ierse pubs komt, dat ze het allemaal nog niet kunnen bevatten. “We weten vooraf nooit wat het wordt, of er volk komt kijken”, zegt hij, en hij kijkt naar de goedgevulde zaal. “Dit was meer dan vijf man. I’ll take that as a win.” Waarna prijsbeest “The Man Who Seeks Pleasure” een lang uitgesponnen slot weeft aan dit korte, maar overrompelende optreden. Het harmonium dronet, Banks dreint, en Martin speelt de mooiste fingerpicked gitaar die we in tijden hebben gehoord. Jack Lawlor brengt de mandoline in veiligheid, en laat hem er doorheen zingen, terwijl Dara Duffys drums dof van begrafenis roffelen; omdat je nooit moet denken dat Ieren lachebekjes zijn.

En daartussen? Therapy? als een heerlijke tang op een al even succulent varken. “Lokeersie Fiesten!” brult Andy Cairns, en tegen de derde keer klinkt het eindelijk een beetje zoals het hoort. Geen folk hier, enkel de tienerworstelingen en de punk van doorbraakplaat Troublegum, die hier in zeer willekeurige volgorde volledig passeert.

Yup, dit is zo’n verjaardagstour die al twee jaar blijft duren, een manier om opnieuw in contact te komen met de energie van toen, en te leren dat in al die tijd toch wat slijtage op de stem is gekomen. Zeggen dat Cairns niet helemaal zuiver meer klonk, zou te wreed zijn, maar de jaren lieten zich toch voelen. De briljante bridge in opener “Stop It You’re Killing Me” ging zo verloren, en dat was jammer, en ook elders voelde je hoe de hoge noten werden vervangen door leegte die we zelf maar moesten invullen.

Maakte dat uit als we toch al van bij noot één uit volle borst meebrulden? Natuurlijk niet. Troublegum is de plaat die in 1994 tienerlevens een stem gaf, een feest van herkenning voor wie zich ook meer dan dertig jaar later af en toe nog kan herkennen in dat “feeling awkward, feeling clumsy, hating”, of op zijn minst nog kan herinneren hoe dat voelde. Komt uit “Unbeliever”, overigens, een song die nooit een single was, maar hier vandaag zo wordt meegezongen. Minstens de helft van deze set hoort op een Best Of van deze band.

Cairns is na al die jaren dan ook een soort ere-Belg geworden, en de liefde is wederzijds. “Fuck Donny Trump! And Fuck Gianni Infantino. I got a feeling I’ve been cheated: Belgium forever”, luidt de frontman “Trigger Inside” in; iemand heeft in onze plaats dat WK nog altijd niet verteerd, zo blijkt. Heerlijke gitaarriff, overigens, net als die van “Unrequited”. Je hoort er hoe Therapy? ooit het wiegje van de nu metal schilderde, maar te intelligent was om zo lomp en dom te zijn. En dat “Die Laughing” wordt opgedragen aan de overleden Glen Hansard? Het voelt… onhandig, maar je weet bij jofele peer Cairns dat het goed bedoeld is. Wanneer het nummer – één en al samenzang, moshpit, enthousiasme – voorbij is, zegt hij “that was beautiful”, en hij heeft gelijk: dit was mooi.

Hulde overigens aan de onvermoeibare bassist Michael McKeegan en drummer Neil Cooper, die de complexe drumpatronen van oorspronkelijk drummer Fyfe Ewing extra vief doet klinken. En met de ‘albumtracks’ achter de rug – en vooruit, omdat wij het zijn, ook nog eens de rockversie van grootste hit “Diane” – heeft Therapy? in de eindspurt niet meer te doen dan Charles De Ketelaeregewijs binnen te koppen. Een flard “Nowhere Man” om “Going Nowhere” in te luiden, een virulent “Knives”, en dan de kers op de taart, de bloemekee, “Screamager”, een nummer waarvan de tweede riff – die melodieuze – wordt meegebruld als was het de meest aanstekelijke zanglijn.

“We are Therapy? and we fucking love you”, brult Cairns als ook dat weer afgelopen is. Afgaand op die Lokersie Fiesten, was dat geheel wederzijds. Zou programmator Peter Daeninck het écht jammer vinden dat hij geen metaldag voor elkaar kreeg als hij dit in de plaats kreeg?

verwant

recent

Ooidonk Art Festival (OAF) 2026 :: Goed te Réables Deinze

Er zijn weinig plekken waar hedendaagse kunst zo vanzelfsprekend...

One Night Only

Will Gluck, meester in de moderne romantische komedie met...

The End of Oak Street

Wie tijdens de trailer van The End of Oak...

Motor City

In de Verenigde Staten – waar de film al...

Tombé du Ciel

De beste manier om Tombé du Ciel te omschrijven...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in