Waar sommige boeken zich gewillig laten vertalen naar cinema, en aldus bijna smeken om een visuele tegenhanger, zijn er ook boeken die zich verzetten en hun kracht precies halen uit datgene wat film fundamenteel mist: het geschreven woord. Sam De Jong brengt met Joe Speedboot dan ook een film die je vooral op je honger laat zitten.
Met Joe Speedboot bracht Tommy Wieringa in 2005 een roman die leeft in zinnen, in ritme en vooral in observaties die zich enkel door zeer getalenteerde cineasten laten vangen in beelden zonder iets essentieels te verliezen. De Jongs verfilming van dit literaire monument stelt hierdoor niet alleen teleur, maar wringt zelfs op sommige momenten: alsof hij iets probeert te tonen dat zich principieel niet kan laten zien. Wieringa’s onbetwist meesterwerk is een overrompelende leeservaring met een stroom van taal die tegelijk scherp, speels en ontroerend is. De verfilming hiervan voelt daarbij aan als een moeizame vertaling – een poging om iets levends te reduceren tot iets zichtbaars.
Dat begint al bij de meest fundamentele keuze: het letterlijk overnemen van blokken tekst uit de roman. Op krampachtige wijze wordt zodanig aan het bronmateriaal vastgehouden, dat het lijkt alsof de film zelf beseft dat zonder die taal er weinig houvast is. De keuze van De Jong is dan ook allesbehalve poëtisch, wel pijnlijk. Want wat op papier werkt door nuance en cadans, vertaalt zich hier filmisch op banale wijze. De spanning tussen taal en beeld sijpelt door in de technische werking, want De Jongs cinematografie blijft eerder hangen in een soort veilige middelmaat waardoor alles ook een eigen visie mist. De camera observeert dan wel, maar zonder echte intentie, kaders voelen eerder functioneel dan betekenisvol en waar het boek een wereld oproept die bruist van verbeelding, blijft De Jongs beeld opvallend vlak.
De verfilming van Joe Speedboot mist daarmee elk gevoel van ontdekking en vooral, de film lijkt er maar niet in te slagen om de energie te tonen die Joe zelf belichaamt. Ook het kleurgebruik versterkt dit gevoel van gemiste kansen. In Wieringa’s roman krijgen we een uitgesproken palet voorgeschoteld, wat de eigenzinnigheid en vitaliteit van het verhaal vertaalt. Echter, hier koos men eerder voor een generieke esthetiek waarbij alles dan wel correct oogt, maar zelden geïnspireerd voelt. Ook voor de belichting volgt De Jong dit patroon: een netjes en uitgebalanceerde keuze zonder enige vorm van spanning of vernieuwing. Er is geen enkel spel met licht en schaduw dat iets toevoegt aan de emotionele lading van de film. Kortom, met Joe Speedboot werd gekozen voor braafheid in plaats van energie en durf. De film klampt zich hardnekkig vast aan het bronmateriaal en durft het amper los te laten, altijd een recept voor een mislukte adaptatie.
Joe Speedboot is geen totaal fiasco, maar wel een storende, gemiste kans die blootlegt hoe niet elk meesterwerk zich makkelijk laat vertalen: cinema is geen literatuur, en omgekeerd. Misschien is dat de kern — dat sommige werken beter onaangeroerd blijven tenzij er een echte visie is voor vertaling. Want deze verfilming bewijst vooral hoe krachtig het boek is, en hoe weinig de film daaraan kan toevoegen. Joe Speedboot is een roman die gelezen moet worden, een wereld die leeft tussen woorden en verbeelding. Wat op papier een paradijs is, voelt op het scherm vooral als een beperking — en zo wordt de film onbedoeld een pleidooi voor het origineel.



