Met Mother brengt de Macedonische regisseur Teona Strugar Mitevska (God Exists, Her Name Is Petrunya) opnieuw een film die zich evenzeer laat lezen als een politieke daad dan als een biografisch portret. De film kreeg eerder al een plaats in de programmatie van Film Fest Gent en verschijnt nu officieel in de Belgische zalen, als Belgische coproductie met Marijke Pinoy in een bijrol. Gebaseerd op Mitevskas eigen vierdelige documentaire Teresa and I uit 2015, is Mother een persoonlijke poging om het icoon Moeder Teresa te herdenken vanuit de complexiteit van de vrouw achter het heiligbeeld. Dat Mitevska, net als Teresa, geboren werd in Skopje, bewijst dat haar portret geworteld is in persoonlijke fascinatie en toont naast een zoektocht naar geloof, ook wat het betekent om vrouw te zijn in een wereld die door mannen bestuurd wordt.
Het verhaal beslaat één beslissende week in 1948, in Calcutta, wanneer de 44-jarige Teresa de Zusters van Loreto wenst te verlaten om haar eigen pad te volgen. De film toont Teresa als een kordate en doelgerichte vrouw, vastbesloten om haar eigen regels te volgen — geen contact met familie, het afknippen van haar haar, volledige toewijding aan armoede. Achter die discipline schuilt echter onzekerheid. Terwijl ze wacht op toestemming van paus Pius XII om haar eigen orde te stichten, groeit de twijfel of haar missie wel goddelijk geïnspireerd is of eerder een daad van ijdelheid is. De film kiest niet voor een conventionele biografische levensbeschrijving, maar voor een indeling van dagen als hoofdstukken die telkens een nieuwe laag van Teresa’s geest blootleggen. Het drama verdiept zich wanneer haar opvolgster, Zuster Agnieszka (Sylvia Hoeks), opbiecht dat ze zwanger is. Die bekentenis vormt het morele hart van de film. Teresa’s reactie, ergens tussen teleurstelling, bezorgdheid en een bijna onuitgesproken jaloezie, onthult de kern van haar paradox: ze noemt zichzelf ‘Moeder’, maar worstelt met de aardse betekenis van dat woord. De zwangerschap wordt een spiegel voor Teresa’s eigen geloofsstrijd. Ze veroordeelt de zonde, maar kan het lijden van haar medezuster niet negeren.
Zweedse actrice Noomi Rapace (The Girl with the Dragon Tattoo, Prometheus) neemt de moeilijke taak op zich om dit katholieke icoon te belichamen. Voor velen is Moeder Teresa eerder een mythisch symbool van naastenliefde dan een werkelijk bestaand persoon, maar Rapace weet haar als een gelaagd en dynamisch personage neer te zetten. Ze toont Teresa’s twijfel over haar roeping, haar zelfkritiek en de innerlijke strijd die schuilgaat achter een vaak onverstoorbare gezichtsuitdrukking, waarbij een enkele traan haar kwetsbaarheid prijsgeeft.
Cinematografe Virginie Saint-Martin vangt het verhaal in een sobere maar intense beeldtaal, waarin het gebruik van sacraal licht en zachte kleuren een bijna schilderachtige sfeer oproept. De opeenvolging van zeven dagen – een duidelijke verwijzing naar het scheppingsverhaal – verleent de film een ritmische cadans die niet enkel structuur biedt, maar ook een symbolische laag toevoegt waarin het mythische figuur rond Teresa gevormd wordt. De religieuze verwijzingen die doorschemeren in de vogelperspectieven, alsof God over haar waakt doorheen de cameravoering en de zorgvuldig symmetrische kadrering maakt dat het verhaal zijn anker vindt in de compositie zelf. Maar Mitevska durft ook opvallende keuzes maken: een onverwachte punksoundtrack met Lordi’s “Hard Rock
Hallelujah” die door de kloostergang galmt, een onvaste camera en accenten van magisch realisme geven het geheel in sommige scènes bijna een absurde toon. Die momenten werken niet altijd even subtiel, maar ze getuigen van lef. Het breekt enerzijds de religieuze ernst en legt de waanzin bloot die schuilt in absolute overtuiging.
“I’m a woman in a system run by men,” zegt Teresa op een bepaald moment, wat het onmiskenbaar feministisch perspectief van Mother onderstreept. Zo beweegt ze zich in een wereld waar elke beslissing, zelfs de stichting van haar kloosterorde, goedkeuring vereist van mannen. De fictieve figuren van priester Father Friedrich en dokter Kumar fungeren als spiegels, waarbij hun gesprekken met Teresa ook haar eigen tegenstrijdigheden scherp in beeld brengen. Binnen het onderwerp van abortus biedt Kumar een humanistisch tegengewicht, hij gelooft in individuele vrijheid en in de mogelijkheid om geloof te verbinden met empathie en keuze. Moeder Teresa, die in haar latere leven abortus omschreef als “the greatest destroyer of peace” — woorden uit haar Nobelprijsrede van 1979 — blijft in de film trouw aan die overtuiging, maar toont ook menselijke twijfel wanneer die principes in de praktijk gebracht moeten worden.
De vrouwelijke vertelstijl van Mitevska werkt in subtiele beelden, zoals de band tussen de nonnen, hoe hun levens synchroon lopen — letterlijk, zoals de regisseur zelf ooit zei, in het feit dat vrouwen die samenleven vaak tegelijk menstrueren. Die kleine maar veelzeggende observatie illustreert hoe individuen een collectief worden.
Mitevska’s Mother is geen verering van Moeder Teresa, maar een deconstructie van haar mythe. De film toont de heilige niet als beeld, maar als mens wat in de keuzes die ze maakte een gedurfd portret oplevert. Niet alles werkt even goed: sommige symbolische momenten neigen naar overdaad, en de punkinterventies voelen soms te bewust provocerend aan. Toch is het verfrissend om een religieus onderwerp met zoveel passie en nuance te zien behandeld worden.



