Met Back To Black, Better Man, A Complete Unknown en Springsteen: Deliver Me From Nowhere nog vers in het geheugen is ook Köln 75, de jongste prent van de in New York woonachtige regisseur Ido Fluk, een muziekbiografie, al onderscheidt de film zich van de traditionele biopic – althans toch wat het concept betreft.
Fluk breekt immers met de gangbare normen en de gebruikelijke structuur van de biografische film door niet de artiest zelf op de voorgrond te plaatsen, maar de schijnwerpers te richten op een in de vergetelheid geraakt verhaal dat eraan verwant is.
Zoals de titel reeds weggeeft, katapulteert Köln 75 ons terug naar het Duitsland van de woelige jaren negentienhonderdzeventig. Het is daar waar spring-in-’t-veld Vera Brandes (Mala Emde) weigert in de voetsporen te treden van haar vader – een autoritaire tandarts – en al op jonge leeftijd begint met het organiseren van muziekoptredens. Wanneer het meisje vervolgens in de ban raakt van de Amerikaanse pianist Keith Jarrett (die ze tijdens een toonaangevend jazzfestival in Berlijn voor het eerst aan het werk ziet) beweegt ze hemel en aarde om hem te strikken voor een concert in het operagebouw van Keulen.
Het is een volledig uit improvisatie bestaand optreden dat de geschiedenisboeken haalde, maar ei zo na nooit had plaatsgevonden. De plaat die er desalniettemin uit voortkwam, is al even legendarisch en ging meer dan vier miljoen keer over de toonbank, waardoor de opname uitgroeide tot best verkochte soloalbum aller tijden.
Köln 75 volgt de vastberaden protagoniste en de moeizame weg naar dit concert, die met heel wat obstakels bezaaid ligt. Het levert de grondstof voor een luchtige film over ondernemerschap en durf, die voorts netjes binnen het verwachtingspatroon van dit soort cinema blijft.
Nochtans wou de regisseur met Köln 75 een nieuw elan geven aan de standaard muziekfilm en een eerbetoon brengen aan wat kunst groot maakt. De film mocht volgens z’n eigen zeggen een beetje hoogmoedig zijn, maar zichzelf niet al te serieus nemen. Dat Fluk niet te veel gebonden wou zijn aan regeltjes en geen duidelijk vooropgesteld plan nastreefde, spreekt ook uit de manier waarop het rebelse karakter van Vera Brandes wordt doorgetrokken in de vormgeving van Köln 75. Al dienen deze ingrepen (bijvoorbeeld het bewust doorbreken van de vierde wand, waarbij Brandes of een van de andere personages zich rechtstreeks tot het publiek richten) eerder om het rammelende scenario te camoufleren.
Dit euvel wordt dan weer ten dele opgevangen door de aanstekelijke vertolking van Mala Emde, die het kloppende hart vormt van de film. Maar hoe je het ook draait of keert, Köln 75 blijft steken in oppervlakkigheid. Mede door toedoen van DOP Jens Harant (die het geheel omkadert met een passende esthetiek – een mix van bruine en mosterdgele tinten) kan Köln 75 als tijdsbeeld nog best door de beugel, maar verder heeft de film bitter weinig om het lijf. Het blijft wel een mooi gebaar dat Brandes – die nauw betrokken was bij de totstandkoming van de film en voor de makers haar verleden in geuren en kleuren uit de doeken deed – op deze manier toch eerherstel krijgt.



