Stel, u wordt gevraagd om drie vooraanstaande Bulgaarse schrijvers uit heden of verleden te noemen. Kans is groot dat u met een mond vol tanden achterblijft. Misschien komt Elias Canetti in aanmerking, maar strikt genomen heeft die het Bulgaars niet als schrijftaal gehanteerd. Een tweede naam die in het geheugen opduikt, zou die van Georgi Gospodinov kunnen zijn, de schrijver die met De wetten van de melancholie (2012) een boek schreef dat binnen Europa enkele prijzen in de wacht sleepte. Met het onlangs vertaalde Schuilplaats voor andere tijden staat de auteur nu op de shortlist voor de International Booker Prize 2023. Kortom: ook deze roman werpt over de landsgrenzen hoge ogen.
Wie een klassieke roman hoopt te kunnen verorberen, bergt Schuilplaats voor andere tijden beter meteen weg. Het narratief, voor zover daar al sprake van is, leest immers niet als een traditioneel verhaal. Gospodinov voert een personage op, genaamd Gaustin, zij het dat hij enkele keren benadrukt dat deze figuur eigenlijk louter aan zijn geest ontspruit. Toch is de handeling, hoe minimaal ook, geconstrueerd rondom dit imaginair alter ego van de schrijver, die zijn ware identiteit eigenlijk ook in het boek legt, en op die manier een tweeledigheid creëert: de auteur als zichzelf tegenover de auteur als scheppend kunstenaar.
Verhalend hanteert Gospodinov een haast essayistische stijl, opgesteld in telkens korte fragmenten waarin hij systematisch beknopte ideeën presenteert. Met ‘tijd’ en ‘geheugen’ als onderwerpen valt er logischerwijs nogal wat te mijmeren. De schrijver verliest zich echter niet in theorie, maar speelt als het ware een spel met wat hij als discours voor zijn roman voor ogen houdt. De gedachten dwarrelen in feite uit de rudimentaire plot naar beneden, en omgekeerd zijn het de verwikkelingen die weer aanleiding geven tot nieuwe bespiegelingen. Gospodinov weet deze bilaterale katalyse erg organisch te presenteren, waardoor de lezer nooit het gevoel krijgt een boek van ruim 300 bladzijden voor zich te hebben.
Schuilplaats voor andere tijden leest dromerig weg, en toch fantaseert Gospodinov niet in het ijle. Zeker het meer abstracte luik, waarin de schrijver de pols van het Europese continent opneemt aan de hand van een absurde casuïstiek in wat ‘toekomstige geschiedkunde’ zou kunnen genoemd worden, raakt Gospodinov enkele tere plekken uit de 21ste eeuw aan, en fileert hij de werking van de Europese Unie als democratisch instrument. Zijn werkstuk begint Gospodinov echter vanuit de persoonlijke sfeer.
Meer concreet is Gaustin een arts die een kliniek bouwt voor dementerende patiënten. Deze kliniek haalt hun resterende memorie naar boven op basis van historische reconstructies van periodes waarin zij vroeger geleefd hebben: aan de hand van meubilair, nieuwsfeiten en zelfs voeding of sigaretten leven deze mensen opnieuw op. Hun heden kan immers alleen uit verleden bestaan, al het overige is uit de hersenen verdampt. Gospodinov fingeert enkele ziektegevallen, van waaruit Gaustin meer en meer een medische autoriteit wordt. Kwestie van tijd dus vooraleer de ware autoriteiten voor de deur staan, en ziedaar de meer omvattende vingeroefening die Gospodinov voor ogen had: wat als elk Europees land terug zou mogen keren naar een specifiek tijdsgewricht uit de 20ste eeuw?
Zowel in het meer particuliere register als in het beschouwende heeft Gospodinov altijd humor klaar. Zijn intellect voelt daardoor nooit zwaar op de hand, hoewel hij wel degelijk voortdurend interessante vondsten op zijn publiek loslaat. Daarnaast is er de esthetische dimensie: als toekomst verleden wordt, of verleden toekomst, dan zet dit ook de poort open naar een ander soort taal, een grammatica waarin het voltooid verleden een onvoltooid toekomende worden kan. Gospodinov gaat daar niet ver in, maar vertaalster Hellen Kooijman geeft de lezer wel een suggestie mee van wat een dergelijk talig spel zou kunnen inhouden.
Overigens prikkelt Kooijman de voelsprieten van diegenen die literatuur savoureren vanuit een economie der middelen, want zo schrijft Gospodinov: ondanks de globaal luchtige teneur en de immer om de hoek glurende glimlach weekt Schuilplaats voor andere tijden veel emotie los op basis van secuur, erudiet en gevoelvol taalgebruik. Een verrassende, avontuurlijke en diepzinnige ontdekking dus – te weten dat Kooijman ook De wetten van de melancholie enkele jaren terug vertaald heeft, verdient ook dat boek hernieuwde aandacht.



