Waarom blijken sommige auteurs onsterfelijk, en geraken andere langzaamaan vergeten? Heeft dat enkel met de kwaliteit van het respectievelijke oeuvre te maken? Of spelen andere aspecten een rol, zoals de maatschappelijke rijpheid voor de relevantie van het betreffende werk, de beschikbaarheid van vertalingen en socio-culturele tendensen zoals de ontvankelijkheid voor feministische en atypisch georganiseerde literatuur? Allicht is dat laatste het geval. Zo is het zeker dat de tijd momenteel rijp is voor een (her)ontdekking van Elizabeth Hardwicks flitsende proza.
Naar alle waarschijnlijkheid doet de naam Elizabeth Hardwick niet meteen een lichtje branden. Als zij al ter sprake komt, is dat vaak als echtgenote van Pulitzer-winnaar Robert Lowell, de dichter met wie de schrijfster iets meer dan twee decennia gehuwd bleef. Het was een tumultueuze periode, mogelijk verklaarbaar op basis van Lowells bipolaire stoornis. Hardwick is haar huwelijk echter altijd blijven verdedigen. Het beeld dat zowel zij als (vooral) Lowell er in hun werk van schetsen, is evenwel niet bepaald rooskleurig.
In ieder geval is het onterecht om Hardwick in de literatuurgeschiedenis op te voeren in de schaduw van haar wederhelft. Hoewel geboren uit ouders van eenvoudige komaf, bedong de schrijfster mettertijd eigenhandig een positie aan Barnard College en Columbia University, mede op basis van haar engagement als stichtend lid van The New York Review of Books. Meer nog dan haar artistiek nalatenschap, is het dankzij haar kritieken dat ze een plek gekregen heeft in de Amerikaanse literatuurgeschiedenis. Ze betichtte de reguliere critici van tendentieuze neigingen en oppervlakkigheid, waar het nieuwe blad diepgang tegenover plaatste. Dat het magazine tot op vandaag aanzien geniet in en buiten het epicentrum van de Amerikaanse cultuur, zegt genoeg over haar merites.
Toch heeft Hardwicks werk als critica haar eigen artisticiteit lange tijd onterecht overvleugeld. Dat heeft vermoedelijk ook veel te maken met de vorm van haar oeuvre, dat in zekere zin prozaïsch lijkt. Sleepless nights, al ongeveer vier decennia geleden vertaald maar nu pas heruitgegeven, bevat mijmeringen die inderdaad weggelopen lijken uit Hardwicks nachtelijke overpeinzingen, klaarblijkelijk gerelateerd aan het leven van alledag. Desondanks zijn het geen veredelde dagboeknotities, noch is Slapeloze nachten een autobiografie in de pure zin van het woord.
Hardwick refereert weliswaar aan mensen die ze kent en plekken die haar na aan het hart liggen, maar haar schrijfsels hebben niet de bedoeling om die zaken voor de lezer te ontsluiten. Veel meer dan informatieverstrekking of het creëren van inzichtelijke psychologie, heeft Hardwick de taal zelf voor ogen, met als essentie de wijze waarop het reële in de klankkast van haar nachtelijke virtuositeit weerklank vindt. Precies door het anekdotische niet als dusdanig te be- en omschrijven, maar eerder een poëtische omweg te kiezen, om via het omfloerste de kern van haar emotionele verhouding tot het sub- of object beter te kunnen benoemen, ontstaat eigenzinnig proza. Hardwicks formidabele observatievermogen en haar talent om taal meer te laten zeggen dan zuivere beschrijvingen zouden kunnen, maakt haar tot een unieke stem – zowel bij het verschijnen van Sleepless nights anno 1979 als vandaag.
In haar niet al te diepgravende inleiding refereert Lauren Groff aan de onvermijdelijke Maggie Nelson, die haar realiteit net als Hardwick niet rechttoe-rechtaan benadert, maar vanuit gesprokkelde fragmenten, kruimels gedachten die tot een intrigerende overpeinzing aanleiding kunnen geven. Anders dan Nelson, in wiens stijl de lezer een soms verkrampte neiging naar avant-garde ervaart, is Hardwicks proza oneindig meer matuur en trefzeker. Hardwick heeft immers niet het houvast van een bepaalde ideële grondstroom nodig. Slapeloze nachten wordt niet bijeen gehouden door een welomlijnd conceptueel kader, maar door het leven zelf – het verlangen, het verdriet, de pijn, de euforie, de verveling van Hardwick vormen de katalysator van ontboezemingen die meer zijn dan louter bekentenissen.
Hardwick toont niet louter haar eigen ziel, maar laat het wezen van de wereld zien. Via het persoonlijke naar het algemene, vanuit het verleden naar de tijdloosheid: Slapeloze nachten is een gedachtebundel van altijd, voor altijd.



