Joseph Roth :: Het spinnenweb

De Joods-Oostenrijkse Joseph Roth (1894-1939) verwierf vooral faam met Hiob. Roman eines enfaches Mannes (1930, Job: roman van een simpel man) en Radetzkymarsch (1932, Radezkymars). In de eerste vertaalt hij het Bijbelverhaal Job naar de hedendaagse tijd waarbij een Russische orthodoxe Jood tsaristisch Rusland inruilt voor New York en daarbij van zijn geloof dreigt te vallen. In de tweede roman verbindt hij de val van zijn geliefde dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije aan drie generaties Trotta en hoe zijzelf niet alleen opklommen binnen het rijk, maar er ook samen mee ten onder gingen.

Door beide werken zou Roths werk als romancier finaal zijn journalistieke en essayistiek werk overschaduwen, ook al combineerde Roth zijn carrière lang beide. Als notoir drinkebroer was hij een relatief onbetrouwbaar auteur die zijn stukken bijna steevast te laat binnenbracht, maar tezelfdertijd was hij ook een begenadigd schrijver die perfect de vinger aan de pols leek te hebben en zijn karakters geloofwaardig tot leven bracht. In 1916 publiceerde hij zijn eerste verhaal Der Vorzugsschüler, datzelfde jaar zou hij ook zijn studies Germaanse talen en filosofie afbreken en als vrijwilliger in dienst gaan van het Oostenrijkse leger. Na de oorlog schreef hij reportages voor de socialistische krant Der Neue Tag over onder andere de gevolgen van de oorlog.

Toen die krant na anderhalf jaar failliet ging, trok hij naar Berlijn en werkte hij onder andere bij de Neue Berliner Zeitung, de Berliner Börsen-Courier en vanaf 1923 bij Frankfurter Zeitung. Datzelfde jaar zou Roth ook zijn eerste roman publiceren, Das Spinnennetz, dat oorspronkelijk in dertig delen verscheen in de Oostenrijkse Arbeiterzeitung. De roman speelt zich af vlak na de oorlog en focust op het personage Theodor Lohse. Lohse keert als luitenant terug uit de oorlog en is naast rechtenstudent ook huisleraar bij het Joodse juweliersgezin Efrussie, die tot een hogere (en rijkere) stand behoren. Lohse deelt enkele kamers met zijn zusters en moeder en lijkt hen levend vooral tot last te zijn, zo hij in de oorlog gestorven was, zou hij de familie tenminste nog enige eer geschonken hebben.

Roth maakt meteen al duidelijk weinig sympathie te hebben voor de familie Lohse, ook niet voor Theodor die net als de anderen een mix van arrogantie en minderwaardigheid in zich draagt en dat koppelt aan antisemitisme. In een poging hogerop te klimmen in de maatschappij laat Lohse zich in met een vriend van familie Efrussie, de Joodse dr. Trebisch. Die laatste lijft Lohse in bij de rechts-nationalistische organisatie Technische Burgerweer, waarbij de louche detective Klitsche als tussenpersoon optreedt en Lohse opdrachten geeft. De eerste ervan is te infiltreren in een communistische beweging met als doel ze te ontmantelen. Lohse slaagt in zijn opzet en krijgt nieuwe taken toegewezen. Naarmate het (korte) verhaal vordert, verwerft hij steeds meer macht en invloed. Dat hij daarbij soms vriend en tegenstander moet verraden, deert hem allerminst.

Hoewel laf en achterbaks weet hij steevast de pers achter zich te krijgen en in een verscheurd Duitsland als een held van de gevestigde orde te verschijnen, zelfs al droomt hij ervan die omver te werpen en als de nieuwe grote leider op te treden. Zijn enige vertrouweling is de Joodse journalist Benjamin Lentz, een al even amoreel figuur als Lohse zelf. Het grote verschil tussen beide is dat Lohse droomt van een leven in de schijnwerpers terwijl Lentz veel liever in de schaduw verblijft en van daaruit aan allerlei touwtjes trekt zonder dat zijn opdrachtgevers het beseffen. De enige die hem doorziet maar ook nodig heeft, is Lohse, want Lentz kan hem kraken of maken. Het duivelspact dat beiden met elkaar sluiten, stuwt Lohse op in de vaart der volkeren, al heeft Lentz een eigen, duistere agenda.

Voor Roth is Theodor Lohse de typische Duitse burgerman die voor zichzelf geen plek vindt in het naoorlogse Duitsland. Hij heeft nood aan een orde en structuur die door de oorlog weggevaagd is en waarvoor ‘de Jood’ de schuld krijgt. Het antisemitisme van Lohse is bijna belachelijk te noemen: hij intimideert Joden op de tram maar is bang van de juwelier Efrussie en verlangt naar diens vrouw, zijn opdrachtgever Trebisch is Joods evenals zijn vertrouweling Lentz. Hij wantrouwt en veracht hen maar hij kan evenmin zonder hen, want zij vertegenwoordigen de macht waar hij naar verlangt. In veel opzichten is hij een pathetisch en belachelijk figuur, een man die leeft bij gratie van de anderen en opklimt net doordat hij zo laf, kleur- en gewetenloos is. Hij gelooft in zijn eigen wanen en staat nergens echt voor, behalve dan voor zijn eigen carrière die hem vanuit zelfbegoocheling rechtens toekomt.

De andere personages in de roman worden bewust schetsmatiger uitgeschreven dan Lohse zelf. Zowat allemaal verschijnen ze louter in verhouding tot hem en hoe ze boven dan wel onder hem komen te staan. Het enige andere personage dat echte invulling krijgt, is de dubbelspion Benjamin Lentz. Hem omschrijft Roth als een man geboren voor de waanzinnige tijd waarin ze leven, terend op onzekerheid en leugens. Voor Lentz is het feit dat allerlei partijen elkaar naar het leven staan net een vorm van genoegdoening. Het nieuwe, jonge Europa dat bloeddorstig en bekrompen is, dat nergens in gelooft behalve het nationalisme ziet hij belichaamd in Theodor Lohse, de kleinburger die als geen ander het verachtelijke van het tijdperk vertegenwoordigt. Het maakt hem tot de ideale bondgenoot voor de op chaos terende Lentz.

Het mag duidelijk zijn dat beide personages voor Roth niet meer dan archetypes zijn die de onzekerheid en radicalisering van het naoorlogse Europa verbeelden. Theodor Lohse en Benjamin Lentz zijn de twee antagonisten die tonen hoezeer Duitsland ten prooi was gevallen aan chaos en paranoia, waarbij achter de schermen allerlei organisaties de maatschappij verder wilden ontwrichten om een nieuwe totalitaire machtsstructuur uit te bouwen. Het spinnenweb lezen als een waarschuwing voor Adolf Hitler, die in het boek vermeld wordt, is uiteraard meer dan een brug te ver. In 1926 had hij nog niet de macht en invloed die hij in de jaren dertig verwierf. Zijn vroegere medestander generaal Luddendorf speelde toen nog een grotere rol (en wordt in het boek dan ook meermaals vermeld).

Kennis van Duitsland tijdens het interbellum helpt om het boek te plaatsen maar ook zonder een uitgebreide historische achtergrond blijft Het spinnenweb een beklemmende en duistere roman, in het bijzonder door de manier waarop het aantoont hoe in de geesten een verlangen heerste naar een sterke leider die komaf zou maken met de ‘verraders van Duitsland’ (in de eerste plaats Joden en communisten). Hoewel geschreven als een roman, toont Roth hoezeer hij als chroniqueur de tijdsgeest wist te vatten, evenals de onderstromen die de Weimarrepubliek van binnenuit opvraten, concreet kon maken. Het spinnenweb heeft weliswaar nergens de grandeur van bijvoorbeeld Radetzkymars, toch toont Roth zich in zijn debuut wel al als een begenadigd verteller die met weinig middelen een ongemakkelijke waarschuwing en donker toekomstbeeld schetst, dat enkele jaren later meer dan waarheid werd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =