Caroline De Gruyter :: Beter wordt het niet

De Verenigde Staten van Europa is een oude droom die nog steeds leeft bij sommige politici maar door Eurosceptici vooral op het nodige hoongelach onthaald wordt. Brussel is voor hen niet zozeer een hoofdstad als wel de symbolische plek waar de beslissingen over de hoofden van de staten heen genomen wordt. Maar is een Verenigd Europa gelijkaardig aan de VS mogelijk of is het niet meer dan een waanidee dat romantische zielen najagen? Volgens Caroline De Gruyter ligt een deel van het antwoord in het verleden, meer bepaald bij het oude Habsburgse rijk.

De Gruyter (1963) is sinds 1990 actief als journalist en columnist, in 1994 startte ze als buitenlands correspondent voor NRC Handelsblad, in 2013 werd ze medewerker van de internationale denktank Carnegie Europe. Als journaliste leefde en werkte ze onder meer in Gaza, Jeruzalem, Wenen, Brussel en Genève wat naast in artikelen ook een weerslag vond in enkele publicaties, onder meer over Europa. Ook voor haar laatste boek Beter wordt het niet. Een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie put ze rijkelijk uit haar contacten en ervaringen. Het boek leest dan ook als een samenvatting van gesprekken gepaard aan korte reflecties veeleer dan als een diepgravende analyse.

Hoewel Beter wordt het niet daardoor grotendeels aan de oppervlakte blijft, weet De Gruyter vanuit haar achtergrond en kennis wel een aantal interessante parallellen te trekken met het voormalige Habsburgse Rijk dat evenzeer een lappendeken van staten onder zich had en meer dan eens de kop van jut was wanneer op lokaal of regionaal niveau zaken verkeerd liepen. Zelf omschrijft De Guyter haar werk als een impressionistische, persoonlijke zoektocht die niet zozeer een uitgesproken of onderbouwde visie op Europa en haar toekomst wil geven maar veeleer een eigen schets van de Europese Unie, afgezet tegenover het Habsburgse Rijk en vice versa, geeft. De vergelijkingen en parallellen zijn dan ook niet academisch onderbouwd maar gevoelsmatig, gevoed door de ervaringen en impressies die De Guyter zelf als buitenlandse correspondente in onder meer Brussel en Wenen opdeed.

Het is een verfrissende en boeiende aanpak, in de eerste plaats uiteraard omdat De Guyter als journaliste toegang had to gesprekspartners en kringen die anders grotendeels gesloten blijven en omdat ze vanuit haar achtergrond sowieso het menselijke aspect in beeld kan brengen. Doorheen de elf hoofdstukken praat De Guyter met uiteenlopende figuren waaronder Albrecht Hohenberg, de kleinzoon van kroonprins Frans Ferdinand, wiens dood (een aanslag door de Servische nationalist Gavrilo Princip) zou leiden tot de Eerste Wereldoorlog. Hohenberg weet wat het betekent een Habsburger te zijn en hoe de geschiedenis en tradities nog steeds op hen wegen en hen een plichtsgevoel verlenen, maar plaatst daar ook de nodige kanttekeningen bij. Finaal brengt het duidelijk niet zoveel op tot het roemrijke geslacht te behoren.

Otto von Habsburg, de zoon van de laatste Oostenrijkse keizer Karl (1916-1918), die stierf in 2011 was het daar niet volledig mee eens en leek prat te blijven gaan op zijn afkomst. Hoewel door en door aristocraat, geloofde hij echter ook in een verenigd Europa en zag hij daar meer heil in in dan een nieuw keizerrijk. In 1966 verzaakte hij dan ook alle aanspraken op de troon waarna hij opnieuw Oostenrijk binnen. Met het einde van de monarchie maakte Oostenrijk namelijk ook een einde aan de adel, het voorname `von` bijvoorbeeld mag door geen enkele Oostenrijkse burger in de naam gedragen worden. Tezelfdertijd zo laat ook Hohenberg optekenen, blijft de staat gretig profiteren van het Habsburgse verleden en pakt ze hier maar al te graag mee uit om toeristen te lokken.

Het is een opvallende tegenspraak die benadrukt hoe het land na de val van het Habsburgse Rijk traditie en moderniteit tracht te verzoenen terwijl haar plek op het Europese toneel verder weg deemsterde. De Gruyter is op haar best wanneer ze dat soort fait-divers naar voor schuift, het is een menselijke insteek die het grote verhaal tastbaarder maakt en zich ver houdt van de grote geschiedschrijving. Daar heeft ze immers gesprekspartners voor zoals Josef Ehmer en Jovan Pesalj, die beiden onderzoek doen naar de grenzen van het rijk en zo parallellen trekken met het huidige migratiebeleid en hoe Oost-Europese staten zich daar toen en nu tot verhouden. Ook voormalig journalist Richard Basset heeft zich over de Habsburgers gebogen en meer bepaald hun leger. Voor hem is de gelijkenis tussen de EU en het Habsburgse Rijk onzin, hij ziet eerder een vergelijking tussen die laatste en het Verenigd Koninkrijk, waardoor ook de Brexit het verhaal binnensluipt.

Beter wordt het niet legt zo niet alleen huidige problemen binnen de Europese Unie bloot maar toont ze geregeld ook aan hoezeer dit soort vragen al leefden binnen het Habsburgse Rijk en dat de keizer en zijn administratie evenmin een bevredigend antwoord hadden dat elke partij tevreden stelde. Het maakt meteen ook duidelijk hoe bepaalde naties en landen wisten en weten hoe de bureaucratische paden te bewandelen die de eigen achterban ten goede komen. Soms zijdelings dan weer direct toont het boek dan ook de huidige pijnpunten aan en hoe bepaalde landen of staten zich al langer op een soevereiniteit beroepen maar ook wel de voordelen willen behouden van het deel uitmaken van een grotere structuur. Via (oud-)diplomaten en ambtenaren kan De Gruyter zo soms even het doek oplichten om te tonen wat er achter de schermen gebeurt en hoe beeldvorming en realiteit sterk van elkaar kunnen verschillen.

Het bonte lappendeken dat de EU is, kan niet zomaar vergeleken worden met dat van het Habsburgse Rijk, daarvoor zijn ze te verschillend. Maar beide instituties delen wel een verleden en geografische realiteit waardoor een aantal vragen en uitdagingen gelijklopend zijn. Doorheen het boek trekt De Gruyter die parallellen om ze een alinea later weer te ontkrachten, want finaal is alles een kwestie van perspectief. Beter wordt het niet geeft in vogelvlucht en gefragmenteerd een beeld van zowel het Habsburgse Rijk als het huidige Europa, twee supranationale staten die in weerwil van alles toch overleven. De persoonlijke insteek die De Gruyter consequent hanteert maakt het boek vlot leesbaar, maar ontneemt het ook een soms nodige diepgaandere insteek. Wie echt Europa of het Habsburgse Rijk wil leren kennen, is bij dit boek aan het verkeerde adres maar als unieke kijk op (het recente verleden van) het vreemde experiment dat de Europese Unie is, heeft het zeker zijn merites.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 18 =