DIT WAS 2021: The Antlers :: “Ik sta op, slof de studio in en kijk wat komt”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2021. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wier plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Zeven jaar was het stil bij The Antlers, de band rond eeuwige twijfelaar Peter Silberman. Maar kijk, op Green To Gold heeft de zanger zich verzoend met het leven. Dat vraagt om tekst, uitleg en wat goeie raad.

enola: Voelt zeven jaar voor jou ook zo lang aan als voor de rest van de wereld?

Peter Silberman (zang, gitaar): “Zeker wel. In de tussentijd zijn er verschillende hoofdstukken in mijn leven voorbijgegaan, dus het voelt aan als eeuwen. En The Antlers zijn een andere band geworden. De omstandigheden waarin dit album ontstaan is, waren heel anders. Familiars (2014) werd gemaakt tijdens een intense tourperiode. Nu komen we terug na heel lang weg geweest te zijn, en de band voelt als een ander dier. Maar tegelijkertijd zijn er ook veel aspecten hetzelfde gebleven. De muziek blijft herkenbaar. Er is gemeenschappelijkheid met de muziek die we de voorbije tien, vijftien jaar gemaakt hebben.”

enola: Hoe voelt het dat dit album in een fundamenteel andere wereld zal uitkomen, waarin ook jullie fans ouder zijn geworden?

Silberman: “Dit album is zeker meer matuur dan onze oudere platen. Ik denk dat dit album heel geschikt is als soundtrack bij het ouder worden, bij het ontgroeien van de muziek waar je als jongeling naar luisterde. Als je deze band al een tijdje volgt, ben jij in de tussentijd gegroeid, maar ik uiteraard ook. Op Familiars was ik nog niet volwassen genoeg om te snappen hoe dat opgroeien werkte. Nu ik wat ouder ben, kan ik daar beter mee om. Dit album gaat over gelijkaardige thema’s: het terugkijken op verleden, het voorbijgaan van de tijd. Maar het is een minder opdringerig album, dat de luisteraar wat meer vertrouwt in zijn of haar eigen ervaringen. In het verleden was ik nogal vastberaden om een labyrint te maken van mijn muziek, zodat het uitdagender zou zijn om een nummer te interpreteren. Nu heb ik dat losgelaten. Ik wil tonen waar de nummers over gaan zonder dat ze een diepe dissectie nodig hebben om de betekenis te vatten.”

enola: Het is alsof er een gewicht van je schouders gevallen is. Ben je een optimistischer persoon dan vroeger?

Silberman: ”Waarschijnlijk wel. Ik heb veel druk die ik mezelf vroeger oplegde, weggehaald. Een tijdje weg van The Antlers, het zelfs even stilleggen zonder echt plannen voor een nieuw album, daardoor voelde dit album maken bijna als een bonus. Ik moést het niet maken, het was een bewuste keuze, geboren uit wil om het te maken. Er waren geen grote verwachtingen, enkel de gelegenheid om songs te schrijven. Daardoor klinkt het album wel lichter, denk ik.”

enola: Had je na de Familiars-tour het idee dat er druk was rond The Antlers, dat er iets moest gebeuren met de band?

Silberman: “Het einde van die tour was een beetje een kruispunt waar er niets echt op de agenda stond, waardoor ik het ook als een kans zag om even van de trein te stappen. Tijdens Familiars was er zware druk om een statement te maken. Een deel van die druk was extern, een deel kwam ook uit mezelf, maar het heeft zeker zijn tol geëist.  Ik wilde niet nog eens zoveel druk voelen bij het maken van een plaat. Ik wilde een manier vinden om opnieuw plezier te hebben in nummers schrijven zonder me zorgen te maken wat er zou gebeuren na de release, of ze impact op mensen zouden hebben.”

enola: Ik zie ook wel een link met je soloplaat Impermanence (2017), zeker in dat gevoel van contemplatie.

Silberman: “Toen ik mijn soloalbum maakte, voelde het aan als iets waar ik al een tijdje mee bezig was en dat zich gewoon manifesteerde. Ik wilde die ideeën vastleggen voor ik ze zou verliezen. Ik besefte ook dat het een breuk was, omdat de sound zo minimaal was, en er zoveel stilte op te vinden was. Impermanence was een berekend risico. Ik was net van het Antlers-spoor gestapt, en ik wilde iets maken dat wat meer onder de radar zou belanden. Maar zelfs op Impermanence legde ik druk op mezelf. Alles moest perfect zijn en in één keer goed. Maar dat bleek onmogelijk, het maakte me gek. Ik had de lat gewoon te hoog gelegd voor mezelf, en wat heel easy going had moeten zijn, werd ineens heel stressvol. Met Green To Gold wilde ik echt gewoon opnieuw vinden wat leuk is aan muziek maken. Ik wilde genieten van schrijven en opnemen, samen met Michael.”

enola: Hoe is de dynamiek tussen jou en Michael nu?

Silberman: “We zijn al die tijd heel close gebleven. Toen we aan het album begonnen te werken waren we niet echt ingesteld op het maken van een Antlers-project of bezig met de release of promo. We wilden gewoon nog eens samen muziek maken na al die jaren. Ik ben ook eindelijk ergens ingetrokken waar ik een studio kon installeren en waar hij zijn drums kon zetten. Er konden zich gewoon ideeën aandienen en we moesten niet nadenken waar het heen zou gaan. Het was een plezier om zo aan de slag te gaan en echt heel fijn om na het eenzame proces van Impermanence nog eens samen te werken. Ik had vooraf helemaal geen beeld van hoe het allemaal moest klinken, dus het was aangenaam om met twee ideeën uit te wisselen en elkaar terug te vinden op muzikaal en persoonlijk vlak, om te herkennen hoe erg we weer op dezelfde bladzijde zaten.”

enola: Wens je nu soms dat je het vroeger ook zo wat kalmer aan gedaan had?

Silberman: “Ja, zeker wel. Als ik raad zou kunnen geven aan mijn jongere zelf, zou ik hem aanmoedigen om niet zo te focussen op de druk om een impact te maken. Ik zou mezelf aanraden gezondere creatievere gewoonten te creëren en me minder zorgen te maken om alle randfenomenen. Ik zou hem ook aanmoedigen om het songschrijven beter te oefenen en te onderhouden, zodat het meer deel wordt van je dagelijkse leven. Iets wat nu wél heel erg het geval is: ik sta nu elke dag op, slof de studio in en kijk wat er komt. Als er een ochtend niks uitkomt, dan word ik daar niet triest van. Hopelijk zit er dan de dag erna meer in. Meestal is dat ook zo.”

enola: Als je de emotionele uitbarstingen van jullie oudere werk, zeker op bijvoorbeeld Burst Apart, beschouwt, is een songtitel als “It Is What It Is” bijna een statement.

Silberman: “Ik denk dat een van de veranderingen voor mij is geweest dat ik nu in staat ben om de verwarring van het leven meer te aanvaarden, ik verzet me er niet meer zo hard tegen. Ik probeer dat niet gelijk te stellen aan passief zijn, maar ik denk wel dat dat een beetje een oefening is in een zekere afstand creëren tussen jezelf en datgene wat je opjaagt. Je kan je reacties niet volledig controleren, maar het doel, zeker in meditatie en mindfulness, is proberen om een beetje ruimte te laten tussen wat er gebeurt en je reactie erop. Op Burst Apart was er géén ruimte tussen wat er gebeurde in mijn leven en mijn reactie. Dat gaf het album een zekere rauwheid, omdat alles in real time gebeurde. Ik had niet het voordeel van tijd of afstand om die dingen te verwerken. Die plaat is een weerslag van een waanzinnige tijd in mijn leven waarin alles een zootje was. Ik ben heel dankbaar dat ik niet meer op die plek ben.”

enola: Zou je Green To Gold een optimistisch album noemen?

Silberman:  “Ik denk dat het een album is dat tegen de luisteraar zegt: het leven is voor iedereen moeilijk. Verandering kan heel uitdagend en zelfs pijnlijk zijn, maar dat hoort er allemaal bij.”

enola: Het album deed op me op dat vlak ook een beetje aan The Soft Bulletin van The Flaming Lips denken.

Silberman: “Dat is één van mijn favoriete albums ooit, al vanop de middelbare school. Er zitten heel veel mooie levenslessen in dat album.”

enola: Zou je jezelf een nostalgisch persoon noemen?

Silberman: “Honderd procent. Maar als je er iets creatiefs mee doet, moet je ervoor zorgen dat er ook een goeie reden is om naar het verleden terug te keren, anders wordt het snel oppervlakkig. Ik hou erg van het gevoel van herinneringen van lang geleden die terugkomen en jij die kunt terugreizen in de tijd. Het fantastische aan muziek is dat het je heel tastbaar kan terugbrengen naar vroeger. Je weet nog perfect waar je was toen je iets hoorde. Mijn muziek is ook een tijdmachine waarmee ik kan terugreizen naar vroegere tijden wanneer ik daar nood aan heb.”

enola: Is het besef dat muziek met een bepaalde periode in je leven verbonden is, ook iets dat komt met ouder worden?

Silberman: “Zeker, ik denk dat dat effect zelfs groeit als je ouder wordt. Je hebt meer verleden, meer afstand, en zo kan je beter begrijpen wat er gebeurt. In deze levensfase heb ik wel al wat jaren op de teller. Enkele stations zijn gepasseerd. Je hebt wel wat om over te reflecteren en om te verwerken. Je mag ook niet te veel ronddwalen in het verleden, maar als daar iets waardevols zit, kan dat een mooi aspect zijn van ons leven.”

enola: Wat zou je jongere zelf van dit album gevonden hebben?

Silberman: “Ik denk dat ik al lang een album als Green To Gold wilde maken, zelfs ten tijde van Familiars, maar het was nooit het goeie moment. Omstandigheden en inspiratie doen ertoe, en toen leidde dat allemaal niet tot die bucolische natuursfeer. Ik denk dat mijn jongere zelf zeker blij zou zijn om te weten dat dat wél mogelijk was, alleen niet toen.”

enola: “Strawflower” opent het album met een soort onmiddellijke levendigheid.

Silberman: “(Lacht:) Goed om te weten. Het is een heel lyrisch nummer, zelfs zonder tekst. Misschien door de interactie van de verschillende melodieën.”

enola: Ik was ook verrast door de folk van “Just One Sec”. Was dat ook iets wat je al lang wilde doen?

Silberman: “Dat nummer heb ik naar David Harrington (o.a. Darkside) gestuurd met de boodschap dat ik iets met slidegitaar wilde doen en dat hij zich mocht laten gaan. Hij kwam met die epische slidegitaarsolo en voor mij was het exact wat de song miste om het meer op dat countryterrein  brengen. De hele stijl van die song kwam een beetje als een verrassing. Ik zat wat te prutsen op een oude piano bij de grootmoeder van mijn partner, en ik kwam uit bij die tin pan alley, honky tonky pianolijn. Maar ik hou ervan, het is nieuw, en we zullen zien waar het ons brengt.”

enola: In de nummers, maar ook in de videoclips, zit sterk een sfeer van verbondenheid met de natuur.

Silberman: “Ik wilde een album maken waarop mijn interesses staan, waar mijn hart nu is: het organische, de aarde. En dat moest in alles zitten, ook in het visuele. Consistentie was belangrijk. Ik wilde één wereld die steek hield. Voor de visuals was ik zo blij dat Derrick Belcham, de regisseur van de film, er iets heel puurs wist uit te krijgen. Ik had al met hem samengewerkt voor de clip van “Hotel” en voor take away shows die ik voor mijn soloalbum deed, waar ook al dans inzat. Een verhaal vertellen via beweging, ik vond dat goed werken. Toen we Green To Gold afwerkten, heb ik hem het album opgestuurd en hem laten weten dat ik graag opnieuw wilde samenwerken. Hij had twee dansers voor ogen, Bobbi-Jene Smith en Or Schraiber, die ook in het echt getrouwd zijn. Het kind in de film is echt hun kind. We wilden hen een verhaal laten vertellen over een relatie die uit elkaar valt. De interpretatie heb ik volledig bij hen gelaten. De schoonheid van samenwerking is mensen vinden die je begrijpen en die herinterpreteren waar je me bezig bent. Daar komen dingen uit die ik onmogelijk anders had kunnen bereiken.”

enola: Het verhaal van de film resoneert echt met de muziek, zeker bijvoorbeeld in “Just One Sec” en in de zin “free me from you”. Een zin die hard klinkt, maar dat niet noodzakelijk is.

Silberman: “Dat is helemaal zo. Je kan het kil interpreteren, maar ik bedoel er eerder mee dat je iemand vraagt om je te zien zoals je nu bent. Zonder de ballast van de geschiedenis die je meedraagt. Dat kan over vrienden, maar ook over familie gaan. Met sommige mensen heb je nu eenmaal een heel verleden van indrukken, impressies,… Die song vraagt om een frisse start aan iemand, vraagt om je te accepteren zoals je bent. En niet wie je was vroeger. Dat is moeilijk en het kan tot teleurstellingen leiden. Het is ook niet vanzelfsprekend om opnieuw te beginnen met iemand waar je veel verleden mee hebt. Vaak overleeft een relatie de verandering en het gewicht tussen mensen niet.”

enola: Je zingt ook ergens: “This is the first day our friend is free from pain/ Voyaging on, while the rest of us remain”, wat daar ook op inhaakt: het afscheid nemen.

Silberman: “Aan sommige mensen hang je heel je leven vast, maar af en toe moet je ook vaarwel tegen iemand zeggen. Soms is dat een opluchting, en soms is het juist heel moeilijk. Soms verlies je iemand door omstandigheden. Soms maakt dat de persoon in kwestie gelukkig, maar jou niet. Dat is hard, want je wilt die persoon tegelijk in je eigen leven houden, maar je moet die toch loslaten. Het is een vrij universele ervaring.”

enola: Hoe heeft de akoestische tournee in 2019 van Hospice het geluid van deze plaat beïnvloed?

Silberman: “Er was iets geruststellend om Hospice zo te spelen. We hadden die akoestische aankleding in het verleden al gedaan, voor radioshows bijvoorbeeld. We wisten dus wel een beetje hoe we die songs in simpelere vorm moesten spelen. Maar het was een geruststelling dat dat kon werken. Tijdens het songschrijven vind ik het sowieso goed om een nummer eens terug te brengen tot de basis, gewoon zang en gitaar. Soms is dat zeer nuttig om te zien of een nummer werkt.”

enola: Hoe was het om zo kaal die heel emotionele nummers te brengen?

Silberman: “Die aanpak maakte het nog intenser om het album te spelen. Van mij, persoonlijk, vroeg het veel emotionele veerkracht. Maar het hielp zoveel steun te hebben van Michael en Timmy. Er was veel enthousiasme en liefde tussen ons, dat gaf energie. Ik heb ook geleerd die nummers te spelen zonder ze per sé te herbeleven.”

enola: Hoe heb jij als muzikant corona beleefd, met die gewonnen maturiteit? 

Silberman: “Ik denk dat, door puur toeval, er een aantal dingen niet veranderd zijn: ik zou sowieso niet op tournee geweest zijn. Nu het album uit is, was het misschien anders geweest, maar het voorbije jaar had ik sowieso in de studio gezeten, ongeacht corona. Het heeft mijn leven niet drastisch overhoop gegooid. Ik ben sowieso een huismus. Ik leef ook op het platteland nu, niet meer in de drukte van New York. Afstand is hier gewoon veel makkelijker, want er zijn sowieso minder mensen. Ik zie het als een kans om veel in de studio te werken. Ik zorg wel dat ik de band blijf behouden met vrienden en familie die aan de andere kant van het land wonen. Ik denk dat we allemaal gewoon proberen onze plan te trekken. Het is fantastisch om te zien hoe mensen echt met elkaar in contact willen blijven, relaties onderhouden, zorgen dat die niet vergaan. Mensen vinden nieuwe manieren om samen te leven met elkaar, zelfs al is het op afstand.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =