Efa & Salva Rubio :: Degas

Met een boek rond Edgar Degas zetten Elfa en Salva Rubio hun werk als culturele chroniqueurs verder. Na Django, vonken en vuur, waarin de jonge jaren van gitarist Django Reinhardt in beeld gebracht werden, keer het duo terug naar de schilderkunst, nadat het enkele jaren geleden Monet al tot onderwerp bombardeerde.

Na Monet is Degas de tweede Franse impressionist waarover Salva Rubio een verhaal bij elkaar schrijft. Geen sinecure: zo makkelijk als je betoverd wordt door de werken van Degas, zo moeilijk is het om meegesleept te worden in een verhaal over de man achter de schilderijen. Rubio lijkt het hele levensverhaal van de schilder te willen samenvatten in een honderdtal strippagina’s en dan moeten er soms pijnlijke keuzes gemaakt worden.

We krijgen Degas jonge jaren vluchtig mee: het opgroeien met een burgerlijke vader met culturele interesses die zijn zoon liefst rechten ziet studeren en een hartsgrondige hekel heeft aan bohemiens. Degas’ vastberadenheid om het te maken als schilder maakt het hem onmogelijk om te proeven van de geneugten van het leven, wat gevolgen heeft voor zowel de schilder zelf als Mary Cassatt. De band tussen de twee scheert rakelings langs een amoureuze connectie, echter zonder dat vonken de kans krijgen effectief over te springen.

Dat Degas een complex man was, is het minste dat je kan zeggen, maar de nuancering die daarbij komt kijken, valt in het boek tussen de plooien. Naast de moeilijke relatie die Degas er met Cassatt op nahield, moet immers ook zijn niet bepaald vlotte omgang met andere collega’s en de gevestigde orde in de schilderswereld behandeld worden. Waar Django focuste op de jonge jaren van de gitarist, en ook eerder werk als De fotograaf van Mauthausen een duidelijk afgebakende episode behandelde, wil Degas te veel brengen op te weinig ruimte.

Stilistisch wordt getracht de lezer onder te dompelen in de wereld van Degas, wat een gewaagde aanpak is: tekenen in de stijl van, zal nooit het origineel evenaren. Hoewel de poging meer dan verdienstelijk is, valt er iets voor te zeggen dat het album baat had gehad bij de visuele stijl die ook in Django gehanteerd werd en die veel natuurlijk aanvoelde tijdens het lezen.

Als introductie tot leven en werk van Degas zorgen Efa en Rubio voor een prima boek, maar door accenten die de auteurs leggen, weet Degas helaas de nieuwsgierigheid niet helemaal te prikkelen en dat is, gezien het werk dat de schilder afleverde, bijzonder jammer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − zeven =