Efa & Salva Rubio :: Django, vonken en vuur

Nieuw werk van schrijver Salva Rubio. De man slaat nogmaals de handen in elkaar met tekenaar Efa. Het duo leverde een viertal jaar geleden al knap werk af rond Monet en later dit jaar staat een portret van Edgar Degas gepland. Opmerkelijke culturele figuren en dat geldt evenzeer voor muzikant Django Reinhardt, onderwerp van de nu verschenen samenwerking. 

In zo’n geval is het een goede zaak dat Rubio van opleiding historicus is. Reinhardt werd immers geboren in de Sinti-gemeenschap, een rondtrekkend volk dat weinig tot geen belang hechtte aan overschatte fenomenen als administratieve diensten. Het mag dan ook een klein wonder heten dat geweten is dat Reinhardt in 1910 “ergens in de buurt van Charleroi” ter wereld gekomen is. Meer zelfs, als even stilgestaan wordt bij de levensloop mag het helemaal een mirakel genoemd worden dat de jongeman uitgegroeid is tot een van de belangrijkste gitaristen uit de jazz en daarbuiten. 

De jongeman had het immers in zich uit te groeien tot een kleine, dan wel grote crimineel. De jonge Django woont immers in de beruchte Zone rond Parijs en deinst er niet voor terug met leeftijdsgenoten op de vuist te gaan of aan vandalisme grenzend kattenkwaad uit te halen. Zoals bij zovelen, blijkt muziek echter redding te bieden. Eens Django een banjo in handen geduwd krijgt, smelt zijn interesse voor al wat niet mag als sneeuw voor de zon. Spelen moet en zal hij. Op een leeftijd waarop anderen hooguit een oor ontwikkelen voor het bestaan van muziek, laat de knaap, die kan lezen noch schrijven, zich opmerken als een muzikaal wonder. En hij weet het. 

Django barst niet alleen van het talent, de jongeman is niet te beroerd er mee te koop te lopen. Sterallures zijn de jonge gitarist niet vreemd en wanneer zijn succesverhaal plots tot een halt komt, is de klap bijzonder hard. 

Django, vonken en vuur vertelt voor wie zich reeds verdiepte in de levensloop van de jazz-gitarist misschien weinig nieuws, maar dat staat een fijne leeservaring niet in de weg. Rubio weet hoe hij op een meeslepende manier zijn verhaal moet vertellen. Het enige echte minpunt, is het plotse einde van het boek, dat bijzonder willekeurig lijkt te zijn gekozen.

Gelukkig zorgt Efa, net zoals in het werk van Monet, voor een kleurenpalet dat het onderwerp tot zijn recht laat komen en het boek iets onweerstaanbaars geeft. De warme tonen ondersteunen het verhaal, dat, zelfs voor wie er vertrouwd mee is, een boeiend gegeven blijft. 

In tijden waarin artiesten komen en gaan, is het goed dat zo nu en dan teruggegrepen wordt naar creatievelingen die uit het collectieve geheugen dreigen te verdwijnen. De muziek van Reinhardt mag dan doorgaans op goedkeurend geknik rekenen wanneer die weerklinkt, wie de man achter de deuntjes was, is vaak niet geweten. Door op bijna speelse wijze een inkijk te geven op het ontkiemen van een muzikaal zaadje, wordt de deur naar een fascinerende wereld wijd open gegooid en, voor wie er aan zou twijfelen, getoond dat een eeuw geleden net zo goed spannende en opwindende muziek gemaakt werd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =