Guy Delisle :: De papierfabriek

Guy Delisle geniet vooral bekendheid omwille van zijn autobiografisch getinte getekende reisverhalen. In het recent verschenen De papierfabriek richt hij de blik echter op zijn tienerjaren, meer bepaald op het vakantiewerk dat hij tijdens enkele zomers verrichtte.

Birma, Israël, Pyongyang: het zijn slechts enkele van de plaatsen die we aan de hand van Delisles tekenpen leerden kennen. De man belandde er, trok er op uit met pen en papier en wist, met zijn vaak kleine verhalen, de lezer te begeesteren. De gids voor slechte vaders gooide het over een heel andere boeg en wanneer vier jaar geleden het indrukwekkende Gegijzeld verscheen, toonde Delisle nogmaals hoe getalenteerd hij was, door het gijzelingsverhaal van NGO-medewerker Christophe André op zeer menselijke manier te vertellen. 

Met De papierfabriek trekt Delisle opnieuw de autobiografische kaart. De auteur keert terug naar het Québec van zijn jeugdjaren, wanneer hij enkele zomers op rij aan de slag gaat in de papierfabriek in zijn woonplaats. 

Hoewel het uitgangspunt eerder banaal is, en er in feite weinig tot niks gebeurt in het ganse boek, weet Delisle het thema toch op zinnige manier uit te diepen en er een fraai, en bij wijlen herkenbaar, werkstuk van te maken. 

Wie heeft immers nooit fraaie zomertijd die nooit meer terugkomt vergooid aan een job waarvan je vooral wist dat die eigenlijk niks voor jou was, maar die je toch deed, omdat je nu eenmaal jong was en zowat alle leuke dingen die er op die leeftijd te beleven vallen een zekere financiële input vragen? 

Delisle, een student die vooral een groot vraagteken als toekomstbeeld ziet, draait zijn twaalf uur durende stiften met een mengeling van verwondering en droefenis. Hij weet hoe gelukkig hij zichzelf moet prijzen dat voor hem deze job iets is waar hij louter tijdens de zomermaanden last van heeft, waarna hij naar de schoolbanken kan terugkeren om vervolgens, tien maanden later, vast te stellen dat de vaste werknemers al die tijd exact hetzelfde hebben gedaan als de vorige zomer en dat ook zullen blijven doen, dag na dag, tot de pensioenleeftijd aangebroken is. 

Op een ietwat naïeve manier, maar daarom net zo geloofwaardig gezien het jonge hoofdpersonage, kijkt Delisle naar ons arbeidssysteem, dat er in de eerste plaats op gericht is economisch vooruitgang te boeken. Zonder in activisme of dure woorden te vervallen, legt hij de vinger op de wonde en laat zien dat daar mogelijk flink wat mis mee is. 

De papierfabriek is echter veel meer dan dat. Het is de vertelling van een jongeman die opgroeit, in contact komt met mensen van een heel andere achtergrond, die zijn eigen familiesituatie onder ogen ziet en die en passant zijn weg probeert te zoeken in het leven. Dat het allemaal goed gekomen is, mag blijken uit het ondertussen steeds lijvigere oeuvre dat Delisle ondertussen op zijn naam heeft staan. Als hij met dat talent telkens nieuwe paden blijft bewandelen, blijven wij enthousiast volgen. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 2 =