Pom :: Piet Pienter en Bert Bibber – Integraal 6

In 2011 liet striptekenaar Pom tijdens een interview met De Morgen optekenen dat hoewel hij er van overtuigd was dat anderen zonder veel moeite zijn strip tekentechnisch zouden kunnen overnemen, dat veel minder het geval was voor de humor die er in aanwezig was. Er zullen dan ook geen nieuwe strips komen aldus Poms dochter Greet in het interview waarvan het eerste deel in Piet Pienter en Bert Bibber – Integraal 5 verscheen. Dat Poms humor inderdaad iets apart is, benadrukken de verhalen in Piet Pienter en Bert Bibber – Integraal 6 nog maar eens.

Wat deze bundel speciaal maakt, is dat Pom maar liefst tweemaal min of meer buiten de hemzelf opgelegde beperkingen van realisme treedt door niet alleen ruimtewezens maar ook tijdreizen als het dominante thema van een verhaal te maken. In Diadeem van Swaba blijft hij echter nog op vertrouwd terrein en mag professor Eusebius Snuffel opdraven. De oudheidkundige bevindt zich ditmaal in Arabarabië waar hij opgravingen verricht. Nadat een gouden armband uit zijn tent gestolen wordt, laat hij Piet Pienter en Bert Bibber overvliegen om hem bij te staan. Wanneer hij de beruchte diadeem van de koningin van Swaba vindt, beschouwt hij zijn onderzoek als afgesloten. De mysterieuze opdrachtgever achter de eerste diefstal laat het daar echter niet bij en stuurt een mannetje naar België.

Hoewel die er in slaagt de diadeem te stelen, komen Piet en Bert hem op het spoor terwijl hij aan boord van het schip Arabarabia gaat. Bert sluipt op het schip met het doel de diadeem terug te halen maar wordt betrapt terwijl de boot de haven verlaat. Piet en Susan nemen daarop het vliegtuig naar Arabarabië in de hoop Bert te bevrijden. Daar aangekomen valt ook Piet in de handen van de bende en ziet Susan zich genoodzaakt, met behulp van een uitvinding van professor Kumulus, haar beide vrienden te redden. Het hele verhaal is opgebouwd als een kat-en-muisspelletje waarbij Piet, Bert en Susan meer door dom geluk dan doordacht plannen zich niet alleen zich uit de klauwen van de bende weten te redden maar ook nog eens de diadeem veilig terug brengen naar Snuffel.

De grote complotten en theorieën blijven dan ook ver achterwege in dit verhaal dat spanning en actie koppelt aan dom toeval. Het is niet de vindingrijkheid noch bravoure van Piet en Bert die het geheel tot een goed einde brengen als wel Suzans doortastendheid en een flinke dosis geluk. Het is een knap staaltje van Poms verteltechniek die aantoont dat ook zonder de klassieke paden te kiezen een spannend verhaal kan verteld worden. Die trend zet hij overigens verder in Bulderlachgas (1965) die professor Kumulus al tuinierend toont. De boer en tuinder in hem wordt echter al snel vervangen door de professor wanneer Kumulus merkt dat zijn aardappelen geplaagd worden door coloradokevers en hij besluit zelf een milieuvriendelijke pesticide te ontwikkelen.

Een vervelend neveneffect van de formule is niet alleen dat het snel vervliegt maar ook voor onbedaarlijke lachkrampen zorgt. De lange blootstelling aan het `bulderlachgas` breekt hem echter zuur op en Kumulus belandt in bed. Volgens Susan is de enige remedie een deugddoende vakantie en het viertal trekt gezamenlijk naar Tarinto in Makaroni. In het kuststadje verblijft echter ook professor Ravioli die een radio-actief gas uitgevonden heeft. Wanneer twee buurlanden enkele spionnen naar het stadje sturen om Ravioli te ontvoeren, verwart een van hen de geleerde met Kumulus, met alle gevolgen van dien. Hoewel de vrienden er gerust in zijn dat het land in kwestie zijn vergissing in zal zien, heeft het grote gevolgen. Niet alleen blijft Kumulus gevangen maar worden Piet en Bert door het andere buurland gedwongen om Kumulus naar hen te brengen, terwijl Suzan als gijzelaar achterblijft.

Zoals steeds is Suzan echter geen katje om zonder handschoenen aan te pakken en al snel weet ze niet alleen te ontsnappen maar speelt ze ook een belangrijke rol in de bevrijding van niet alleen professor Kumulus maar ook Piet en Bert die ook dit keer gevangen worden. De premisse is doodeenvoudig maar Pom weet opnieuw het verhaal volledig naar zijn hand te zetten. Bulderlachgas zet het klassieke spionageverhaal een flinke neus in de manier waarop het spanning en humor treffend weet te koppelen. Piet en Berts mislukkende pogingen om de professor te bevrijden, Suzans bravoure en lef tot en met de onwil van de nochtans niet klungelende spionagediensten om hun vergissing in te zien, alles krijgt zijn plek in een verhaal dat misschien wel tot de top van Poms oeuvre mag gerekend worden.

Dat het leger, de autoriteiten en de ontwikkeling van chemische wapens een stevige veeg uit de pan krijgen zonder prekerig over te komen, is het soort bonus dat al even typerend voor de auteur is die ook in zijn privé-leven zijn afkeer voor elke vorm van autoriteit niet kon verbergen. Het meest subtiel in zijn kritiek op grootmachten is hij evenwel in Invasie uit het heelal. De premisse lijkt zo geplukt uit oude sci-fi films die nauwelijks verholen verhalen over angst voor een communistische invasie en spionnen waren. In het landelijke Pulderwezel, waar Piet, Bert en Susan een vakantiehuisje huren, landt een vliegende schotel in een weide. Wanneer de nieuwsgierige dorpbewoners samen het ruimtetuig naderen, worden ze via een antenne gehypnotiseerd en willige dienaren van de ruimtewezens.

Terwijl ze gezamenlijk aan de bouw van een reuzenantenne beginnen, plegen Piet en Bert sabotage-acties in de hoop de plannen van de wezens te verhinderen. Intussen werkt professor Kumulus, die naar het dorp is gekomen, aan een middel tegen de `hypnosestralen`. Uiteraard weten de vrienden de dag te redden maar eens te meer zijn het niet zozeer hun eigen daden als wel het toevallige verloop dat een doorslaggevende rol speelt. Wanneer het ruimteschip verslagen het dorp en aarde verlaat, herhaalt Bert zijn theorie dat de ruimtewezens niet anders dan Russen waren. Een duidelijker knipoog naar de paranoia van die jaren bestaat niet, maar net zozeer zet Pom de heldhaftigheid van het individu in dit soort films in zijn hemd. De aandachtige lezer zal overigens de knipoog naar Suske en Wiske opmerken in de manier waarop die strip Jerom geregeld (tijdelijk) uit het verhaal schrijft omdat zijn kracht een deus ex machina is.

Met De tijdmachine (1967) is voor een tweede keer een parallel met Willy Vandersteen te trekken en meer bepaald met de teletijdmachine. Maar waar dit voor Vandersteen en zijn volgelingen vanaf de intrede in het Suske en Wiske-album De Tuff Tuff-Club (1952) vaak gebruikt werd als verhaalvehikel om de striphelden in een andere omgeving te plaatsen, gebruikt Pom het veel inventiever. Nadat Kumulus zijn draagbare apparaatje voorstelt, besluit een sceptische Bert de proef op de som te nemen waarna hij in de oertijd beland. Enkele draaien later, en een ontmoeting met Jan Breydel verder eindigt hij eindelijk in de 15e eeuw waar hij halsoverkop verliefd wordt op een blonde deerne. De plaatselijke landheer, of liever zijn rentmeester zuigt de plaatselijke bevolking uit en Bert besluit daar iets aan te doen.

Wanneer Piet met een tweede apparaat in hetzelfde jaar aankomt, wil hij Bert stoppen in te grijpen in de geschiedenis. De rentmeester in kwestie heeft echter een vals gebit, wat hen doet vermoeden dat hij evenzeer een tijdreiziger is, zij het eentje met minder nobele bedoelingen. Het is nog eens een klassiek actieverhaal waar Bert en Piet schitteren mogen en alles goed komt. Grappig genoeg weet Pom ook enkele trends te voorspellen, wanneer Suzan in 1987 aankomt, is er immers een oliecrisis, die zes jaren na het verschijnen van de strip ook effectief zou plaatsvinden en die tot autoloze zondagen zou leiden. De laatste strip uit deze bundel haalt niet het niveau van de vorige verhalen maar blijft een plezier om lezen dankzij de vele kleine grappen die Pom er in stopt.

Hoewel Integraal 6 net als de vorige delen een nostalgietrip is voor wie opgroeide met de verhalen van Piet Pienter en Bert Bibber, is het meer dan een uitstapje naar het verleden of een zorgeloze kindertijd. Poms humor blijft uniek terwijl hij net als bijvoorbeeld Vandersteen een geboren verteller is. Piet Pienter en Bert Bibber-verhalen zijn pretentieloos vertier met kleine sneren naar vooral de macht en gezag. Ze hebben iets tijdloos dt iedereen bekoren kan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + twee =