Chai :: Wink

Als het van Chai afhangt, is iedereen kawaii. De Japanse popband die internationaal succes haalde met een eclectische mix van punk, rock en J-Pop verruilt op zijn derde album de punkpopaanpak voor een zachter geluid, met wisselend succes.

Het Japanse begrip kawaii (schattig of lieflijk) wint steeds meer terrein, in het bijzonder dankzij een groeiende populariteit van de Japanse (pop)cultuur. Hoewel de term in de eerste plaats een positieve betekenis heeft, is de keerzijde ervan minder fraai. Het houdt immers een schoonheidsideaal in waar lang niet iedereen aan beantwoordt. Voor het Japanse Chai was dat genoeg reden om niet alleen de term neo-kawaii te introduceren maar het ook in hun muziek uit te dragen.

Neo staat zowel voor nieuw als voor ‘new exciting onna` (vrouw(en)). De vier groepsleden die naar eigen zeggen niet aan de standaarden voor schoonheid beantwoorden (bijvoorbeeld grote ronde ogen) willen met de introductie van de term duidelijk maken dat er ook andere vormen van `kawaii` bestaan. Chai wijst het begrip dan ook niet af maar pleit voor een bredere invulling ervan die ook wie niet aan het huidige ideaal beantwoordt, omvat. In die optiek is de keuze voor schreeuwende kleuren, in het bijzonder roze meer dan logisch. Doorheen haar hele imago en beeldvorming omarmt Chai gretig de `kawaii-tropes`, al geeft ze er steeds een eigen invulling aan.

Hoewel op basis van haar imago Chai als de zoveelste, zij het wat alternatieve J-Popgroep beschouwd kan worden. zoekt de groep muzikaal veeleer aansluiting bij een meer Westerse pop/indie/punk-invulling, zij het nog steeds overgoten met een Japans sausje. Opgericht in 2012 door de tweelingzussen Mana en Kana (gitaar, zang en keyboards) en Yuna (drums), werd het Chai pas echt een band toen bassiste Yuuki, tevens de tekstschrijver, lid werd. Niet veel later volgden de singles “Chai” en “Kosui (My Name Is Chai)” in 2013 en “Chuburarrin” in 2014. In 2015 en 2017 verschenen twee e.p.`s alsook het eerste album Pink (2017). Een tweede album, Punk volgde in 2019. Net als op het debuut mixte Chai hier schaamteloos stijlen en invloeden, met een nadruk op hardere rock en punk. Enigszins inwisselbaar klinken beide albums vooral als een complexloze ode aan muziek, waarbij jeugdige branie de eenvoudige aanpak meer dan goed maakt.

Niet gehinderd door enige kennis van het Engels zette de groep van bij de start ook in op een internationale carrière met onder meer enkele tours doorheen de VS en het Verenigd Koninkrijk waarbij vooral hun kleurrijke en energieke optredens opvielen. Die niet aflatende inzet op een internationale markt leidt er niet geheel verrassend toe dat de band met haar derde album debuteert op het grotere Sub Pop. Opvallender is de muzikale verschuiving waarbij de punkelementen naar de achtergrond geplaatst worden ten voordele van een meer disco/softrock en R`n B-aanpak. Pop was weliswaar altijd een belangrijk element in het totaalgeluid van de band maar de uitvoering ging meer richting rock en punk doordat de band zich vooral op een energieke live-uitvoering richtte.

Met COVID-19 werd die visie en aanpak naar eigen zeggen onmogelijk gemaakt. De groep zag zich gedwongen haar geluid te herdenken en besloot daarbij meer (nieuwe) invloeden te incorporeren. Hierdoor klinkt Wink veel zachter en gepolijster dan de vorige twee albums wat de sterktes van een aantal songs verder in de verf zet maar bij andere songs nog meer benadrukt hoezeer ze niet meer zijn dan de zwakke uitvoering van enkele losse ideeën. Op een album dat nauwelijks 35 minuten duurt, lijkt dat een zwaktebod te zijn maar Chai is nooit de band van de lange adem of louter sterke songs geweest. Ook Punk en Pink kenden hun zwakke momenten, al vielen die gewoon minder op doordat de band door het hele album raasde.

Wink telt veel meer rustpunten en een zachter, diverser geluid waardoor elk nummer veel meer op zichzelf staat. Het plaats een nummer als “Action” (tevens de eerste single) veel meer naar het voorplan maar legt ook de zwakte van een song als “Maybe Chocolate Chips” bloot. Op beide nummers zet de groep sterk in op electronica, zij het met een wisselend resultaat. “Action” dat als een ode geldt aan de nieuwe bewegingen, waaronder Black Lives Matter, heeft een frisse beat en loopse baslijn die het nummer een tijdloze nostalgie verlenen, In “Maybe Chocolate Chips” leidt die aanpak echter net tot een weinig geïnspireerde muzakaanpak waarboven flauw gefluisterd wordt. Hoewel een sfeer van rust beoogd wordt, leidt het veeleer tot ergernis en frustratie

Nochtans weet Chai wel degelijk hoe te knipogen naar `eighties` geïnspireerde electroballades zoals het charmante “Donuts Mind If I Do” aantoont. De dames mogen dan wel niet de beste muzikanten of zangeressen zijn, hier weten ze het tot hun sterktes om te buigen. In diezelfde lijn liggen ook “Karaage”, ‘”t`s Vitamin C” en “In Pink”. Ook al zijn het geen songs die een eeuwigheidswaarde in zich dragen, ze verlenen het album wel mee zijn charme. Mogelijk was het geen bewuste keuze maar het valt wel op hoe de sterkste songs na elkaar staan. Na “Action” volgt immers het aanstekelijke en stevigere “END” dat op zijn beurt plaats ruimt voor het al even amusante “Ping Pong” dat eight bits-geluidjes laat clashen op een J-Popaanpak.

Met “Nobody Knows We`re Fun” wordt daarna gas terug genomen. Hoewel het nergens even beklijvend is als de vorige nummers, herbergt het wel voldoende ideeën om op eigen benen te staan. Eenzelfde kan niet gezegd worden van het zachte “Salty”, de dominante pianolijn is niet onaardig maar veel meer dan een veredelde outro is het hoegenaamd niet. Gelukkig zijn er nog “Miracle” en “Wish Upon A Star” om de aandacht er bij te houden. De eerste song flirt overduidelijk met funk en disco, niet in het minst dankzij de vettige bas van Yuuki en even “cheesy” keyboardlijnen. De J-Pop van “Wish Upon A Star” is dan weer op een kinderlijke manier ontwapend dat bijna niet opvalt hoezeer Mana hier nog meer dan op de andere songs durft te flirten met vals zingen en vooral de hogere tonen net niet mist. Het nummer is geen hoogvlieger maar vooral wie fan is van meer sentimentele mangareeksen zal hier zijn gading kunnen vinden.

Op het eerste gehoor lijkt Wink een stap achteruit te zijn voor Chai. De energie van Pink en Punk is verdwenen zonder dat er meteen sterkere songs voor in de plaats komen. Toch kan niet ontkend worden dat op dit derde album net zozeer een aantal sterkhouders staan die het album als geheel optillen. Bovendien was het nog maar de vraag of Chai iets toe kon voegen aan haar punkrock/popgeluid. Een muzikale verschuiving op het derde album is dan ook een logische stap voor een band die van bij de start duidelijk maakte dat ze internationale ambities heeft. Wink lost nog lang niet alle beloftes in, daarvoor is het album te onevenwichtig, maar het laat wel een nieuwe richting horen die Chai nog verder kan verfijnen en verbeteren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − zeven =