Nicolas Juncker :: Alleen in Berlijn

2020 was een goed jaar voor het beeldverhaal. Wie al dan niet noodgedwongen in een hoekje zat te lezen, kon zich laven aan flink wat indrukwekkend materiaal: De bom, Zwanendrifters, Nationale feestdag, In golven, Kent State: het is slecht een handvol titels uit een hoge stapel boeken die wisten te beroeren en daar kan nu Alleen in Berlijn aan toegevoegd worden.

Het boek, niet te verwarren met de postume roman van Hans Fallada, is de jongste worp van Nicolas Juncker. De Franse auteur timmert sinds het begin van de eeuw aan de weg, met graphic novels die steevast een diepe indruk nalaten. Met dit nieuwe werk is dat niet anders. Het neemt de lezer mee naar het Berlijn van voorjaar 1945. Adolf Hitler verjaart en hoewel het water de inwoners aan de lippen staat, hoort dromen van de eindoverwinning nog steeds tot de burgerplicht. Wie het mannelijk geslacht heeft mag, ongeacht zijn leeftijd, een uniform aantrekken en een handje toesteken om die droom te verwezenlijken, zelfs al beslaat het Grote Duitse Rijk op dat ogenblik nog slechts luttele vierkante kilometers. Wie de pech heeft als vrouw door het leven te gaan, maakt kennis met het vijandig leger op een manier die niet minder wreed is dan een confrontatie aan het front.

We zijn getuige van de momenten voor en na de Duitse overgave door de ogen van Ingrid, een Duitse vrouw die zich tussen het puin staande probeert te houden, en Evgeniya, een Russische die als tolk aan de slag is bij de inlichtingendienst van het Rode Leger. Ze beleven de turbulente periode op het eerste zicht op een heel andere manier, maar gaandeweg blijkt dat de verschillen misschien toch niet zo heel groot zijn. Het onbegrip dat de oorlog veroorzaakt, waarbij beide vrouwen de barbaarsheid van de SS en het Russische leger tegen elkaar afmeten, leidt er toe dat het ideaalbeeld van de eigen partij barsten begint te vertonen.

Om dat verhaal te vertellen, baseerde Juncker zich op de geschriften van twee historische figuren. Het resultaat is een werk dat de stelling dat de geschiedenis verteld wordt door de overwinnaar minstens stevig in twijfel trekt. Hier zien we immers alleen maar verliezers, of ze nu tot de overwinnende partij dan wel de overwonnenen behoren.

Juncker brengt een en ander in beeld in grijze en grauwe tekeningen, met personages die hologig voor zich uit staren, maar net zo goed in karikaturale razernij kunnen uitbarsten. Het is bij momenten grotesk, net als de gebeurtenissen waarin deze kleine lieden zich soms bevinden. En soms, op het juiste ogenblik, maakt Juncker gebruik van kleur om bepaalde aspecten van het verhaal -de smaakexplosie van een appel!- in de verf te zetten. Het zorgt voor een boek dat grafisch even indrukwekkend is als inhoudelijk. Zonder met een belerend vingertje te zwaaien, geeft Juncker in Alleen in Berlijn enkele lessen mee waar vandaag nog flink wat van te leren valt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =