Dan Richards :: Buitenpost – Reizen naar de uiteinden van de wereld

Wandelen en klimmen, het zit Dan Richards in het bloed. Zijn overgroottante Dorothy Pilley vestigde vroeg in de twintigste eeuw verschillende klimrecords, en in haar kielzog schreef haar verre achterneef zijn in 2016 verschenen debuut Climbing Days. Met Outpost gaat hij op hetzelfde elan verder, al is er deze keer geen waargebeurde kapstok om zijn omzwervingen aan op te hangen. Gevolg is een nogal stuurloze aaneenschakeling van hoofdstukken, het een al interessanter dan het ander.

De centrale vraag waar de stukken die samen Buitenpost vormen omheen cirkelt, is er een naar de drijfveren van de mens om onherbergzame plekken op te zoeken. Waarom worden afzondering en wildernis door de toeristische sector meer en meer uitgebuit en gekoloniseerd tot ze niet meer zijn wat ze beloven te zijn, terwijl we ons dagdagelijks bestaan compleet anders inrichten, namelijk overwoekerd door prikkels, door deadlines en sociale media, kortom door het eeuwige tekort aan tijd en aan exclusieve ervaringen? Richards komt niet echt ver in het formuleren van antwoorden. Terloops formuleert hij een gedachte over de tijdloosheid van het wandelen, over hoe niet geconnecteerd zijn de connectie met onszelf aanscherpt, en dus met onze wereld. Zijn gedachten ontvouwen zich hier en daar naar de ecologische ravage van de 21ste eeuw en naar de absurditeit waarmee onze soort daar op reageert (door er vooral niet op te reageren), maar verder geraakt hij niet. Niet wat je noemt sterk denkwerk, kortom.

De essentie van de hier gebundelde hoofdstukken, zijn louter beschrijvingen van reizen, waarbij persoonlijke anekdotiek dus de boventoon voert. Maar hoeft een boek zich expliciet uit te spreken over de thema’s die er in de conceptuele fase aan ten grondslag lagen? Uiteraard niet. Toch is het voor de lezer frustrerend niet te weten waar Richards precies heen wil met zijn reisverhalen. Zo bevat zijn weerslag van een nauwelijks voorbereide trip naar Schotland talloze geografische beschrijvingen van een landschap dat het leeuwendeel van de lezers volslagen onbekend is. Het lijkt van weinig betekenis dat Richards zijn route feilloos aan het papier toevertrouwt, doch het verslag van de tocht blijkt aan het slot gekomen meteen ook de essentie te zijn. What you read is what you get, zeg maar. Geen dubbele bodems, geen diepzinnige referenties. Alleen het landschap, een mens in de natuur, een reiziger op de sukkel met mobiele telefoon, stafkaarten en openbaar vervoer. Misschien herkenbaar voor sommigen?

Als journalist die in verschillende bladen gepubliceerd heeft, weet Richards wel hoe hij een tekst luchtig en toch literair kan maken. Tegelijk doen verschillende talige vondsten geforceerd aan, geconstrueerd-poëtisch. En misschien is dat wel de voornaamste kritiek bij Buitenpost: het is de vrucht van iemand die koste wat het kost voor schrijver wil doorgaan. Dat wordt onder andere duidelijk omdat Richards zich doorheen het boek ostentatief tot andere schrijvers verhoudt. Elk hoofdstuk vangt bijvoorbeeld aan met een citaat, waar verderop nauwelijks op wordt teruggekomen. Doodgewoon name dropping? Wanneer de auteur in de voetsporen van Jack Kerouac richting Desolation Peak reist om er de pleisterplaats te zien waar de beatnik haast gek werd van verveling en eenzaamheid, kan de lezer zich niet ontdoen van de indruk dat Richards diens oeuvre niet tot in de diepte verkend heeft. Doorheen het daaropvolgende hoofdstuk, over een bezoek aan een basis in Utah waar een verblijf op de planeet Mars wordt geëvoceerd, is het accent ineens weer journalistiek, wat voor de lezer ontregelend werkt. Hoezo, Richards bezoekt plaatsen waar inspiratie en kunst in de lucht hangt?

Tot zover de gefnuikte verwachtingen voor wie op basis van de achterflap en de referenties een filosofisch getinte bloemlezing van reiservaringen verwacht. Wie Buitenpost veeleer als epische anekdotiek tracht te appreciëren, met mijmeringen die een beetje alle kanten uitgaan en vooral ontspannend bedoeld zijn, zal vermoedelijk niet ontgoocheld worden. Want nogmaals: Richards pent lichtvoetig, helder en vanuit een referentiekader dat menig dertiger met hem zal delen. Van Star Wars tot Sigur Rós: over populaire cultuur klinkt de auteur enthousiaster en oprechter dan over Heidegger en poëzie. Dat is geen schande, doch zeker van belang voor wie Buitenpost hoopt te kunnen waarderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 4 =