Dido Drachman: “Ik heb een wand met stripplaatjes en verbindende lijnen. Net een crimi-muur”

De toekomst van het beeldverhaal in de Lage Landen oogt rooskleurig. Een nieuwe generatie komt piepen en mikt een eerste lading boeken in de rekken. Dido Drachman debuteert met Zwanendrifters, een pakkend en visueel prikkelend verhaal dat het verdient om massaal opgepikt te worden.

“Het boek is mijn masterproject in Sint-Lucas”, vertelt Drachman. “Het is een zware bevalling geweest, ik heb er zo’n drie jaar aan gewerkt. Het is best een spannende tijd om een boek uit te geven. Je kan het niet echt promoten, kan nergens naartoe, geen dingen organiseren. Plots ben je heel erg afhankelijk van het internet wat, zeker als beginnend auteur, vreemd is. Online blind een boek kopen is iets dat niet zoveel mensen doen.”

enola: Was het uw kinderdroom om strips te maken? En om beeldverhaal te gaan studeren?

Drachman: “Ik wist het wel, ja. Mijn ouders zijn alletwee kunstenaars, mijn vader schilder, mijn moeder beeldhouwer. Ik wist altijd al dat ik iets met kunst wilde doen. Eerst wilde ik schrijver worden, later striptekenaar.”

“Ik heb een bachelor illustratie gehaald en tijdens die opleiding was ik erachter gekomen dat ik beeldverhaal wilde doen. Ik wilde tekenen en iets vertellen. In Nederland hebben we daar maar één opleiding voor, een bachelor in Zwolle. Dacht ik: oké, ik ga eens over de grens kijken.”

enola: Heeft u ooit overwogen zonder de opleiding strips te maken?

Drachman: “Ik ben een beetje een chaoot. Dat ik de opleiding wilde doen, was niet noodzakelijk omwille van het tekenen, dat kon ik tot op zekere hoogte na de bachelor in Utrecht. Maar ik had niet de vaardigheden om een verhaal coherent te vertellen. Ik wist niet hoe ik daar aan moest beginnen. Als je niet iemand bent die rechttoe rechtaan zijn script schrijft, kan het best chaotisch zijn om dat te doen. Ik heb een muur met allerlei plaatjes met lijnen die ik naar elkaar link, alsof het een crimimuur is. Die manier van werken is een tip van Judith Van Istendael. Zij had door dat ik zoveel in mijn hoofd had dat ik niet wist waar te beginnen wanneer ik het op papier wilde zetten.”

enola: Was het makkelijk om het boek uitgegeven te krijgen? Vermoedelijk wordt niet elk afstudeerproject gepubliceerd?

Drachman: “Het is grappig, mijn jaar was toevallig behoorlijk succesvol. Velen onder hen publiceren bij Oogachtend, zoals de leden van Knalgele Kubus. Karolina Szejda heeft met Tram 5 een prachtig debuut uit, als ik even de promotie van mijn vrouwelijke jaargenote op mij mag nemen.”

enola: U studeerde af in Brussel, ondertussen trok u opnieuw naar Nederland?

Drachman: “Door corona. Ik woonde in Brussel samen met iemand die veel in contact kwam met risicogroepen. Zelf ben ik enig kind en mijn ouders zijn beiden wat ouder. Toen de grens tussen Nederland en België dicht ging, heb ik halsoverkop de keuze gemaakt om naar Nederland terug te keren. Nu zit ik hier vast, daar komt het op neer. Soms maakt het leven zo’n keuze voor je.”

enola: Na het lezen van Zwanendrifters vraag je je af of het boek autobiografisch is. Zonet vermeldde u dat uw beide ouders kunstenaars zijn. Het antwoord is dus vermoedelijk neen.

Drachman: “Het is helemaal niet autobiografisch. Het boek is voornamelijk ontstaan uit het idee dat je in je leven verandering ondergaat en dat je die vanuit twee perspectieven kan zien. Er zijn kinderen die heel graag kind willen blijven, die zich heel veilig voelen in die wereld. Ik was er zo eentje. En dus wou ik graag een verhaal vertellen over een kind dat het tegenovergestelde ervaren had, die in een situatie zat waarin ze zich heel onveilig voelde en zo snel mogelijk wilde opgroeien.”

enola: Komt er veel research bij kijken om je in te leven in zo’n gezin?

Drachman: “Ik heb er een flink wat over gelezen en heb ook mensen gekend die in een dergelijke situatie zaten. Het boek is geen directe weergave van hun leven, maar een mix van dingen die anderen overkomen zijn.”

“Dat is nog een reden waarom de beeldverhaal-opleiding goed is: het is een prima klankbord. Je komt in contact met mensen die hetzelfde studeren, die een klankbord zijn van wat je doet. Dat was een van de redenen om voor Sint-Lucas te kiezen: de Nederlandse stripwereld is best klein. Ik kende niemand van mijn generatie die ermee bezig was.”

enola: Zwanendrifters lijkt zich af te spelen in de jaren 1990. Vanwaar die keuze?

Drachman: “Klopt, het is gesitueerd in 1995. Daar zijn meerdere redenen voor. Ik wilde niet dat de oplossing zich op internet zou afspelen. Nu is het immers nog steeds een zoektocht.”

“Bovendien heb ik ook het gevoel dat het een tijd was waarin minder op kinderen gelet werd. Ik ben zelf van 1992 en heb er misschien nog net het staartje van meegemaakt. Als je een verhaal zou vertellen dat dichter tegen het heden ligt, zou het al snel het tegenovergestelde zijn. Ouders zitten ontzettend bovenop hun kinderen. Ik ken in ieder geval geen kinderen die alleen over straat mogen.”

enola: Een ander voordeel van 1995: u hoeft niemand met een smartphone in de hand te tekenen.

Drachman: “Ook dat. Het maakt het een beetje tijdlozer.”

enola: Visueel bent u heel vrij: dit is geen strip in traditionele kaders, u breekt daar uit los.

Drachman: “Dat komt door de manier waarop ik decoupeer. Ik heb soms angst voor het witte papier. Dan maak je maar gewoon een vlek van waaruit je begint te werken. Van die vlekken maakte ik een soort kaders die ik uitknipte, op papier legde en zo aan decoupage deed. Ik vond dat het paste bij de leegte en de sfeer waarin het verhaal zich afspeelt.”

enola: Er wordt ook veel met warme en koude kleuren gespeeld, lijkt het.

Drachman: “Klopt. Het is vrij gevoelsmatig gebeurd, maar ook met de seizoenen in het achterhoofd. Ik wilde op een bepaalde manier de tijd aangeven.”

enola: U werkt als illustratrice. Staat dat het strips maken niet in de weg?

Drachman: “Het is iets dat je samen doet. Van strips maken kom je niet rond, zeker niet als beginnend auteur. Illustrator is wat ik doe en het is fijn om te kunnen blijven teken. Een nieuw boek is voorlopig nog niet aan de orde. Ik denk er wel over na, maar het is nog een heel vaag idee.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 5 =