Yuri Landman :: ”Er is heel veel schoonheid in de stripwereld”

Yuri Landman staat niet alleen bekend als de man die muziekinstrumenten ontwerpt voor Sonic Youth, Blood Red Shoes en dEUS. Eind jaren ’90 verschenen van zijn hand twee voortreffelijke beeldverhalen. Meer dan twee decennia later is de Nederlandse auteur terug met nieuw werk.

Het kan vreemd lopen. Aan het einde van de vorige eeuw verschenen Je mag alles met me doen en Het verdiende loon, twee uitstekend onthaalde autobiografische boeken waarmee Yuri Landman de stripwereld in de Lage Landen mee opstuwde in de vaart der volkeren. Landman surfte mee op de internationale golf die het alternatieve, kwalitatief hoogstaande beeldverhaal richting mainstream leek te gaan brengen. In plaats van de te verwachten grote doorbraak, volgde echter een oorverdovende stilte die pas recent doorbroken werd. Vandaag kan op de Instagram-pagina van Landman het nieuwe werk 1991 in voorpublicatie gelezen worden. Daarin blikt hij terug op zijn ontgroeningsweek in het gezegende jaar waarin zowel gitaarmuziek als de Sovjet-Unie ontploften.

Yuri Landman: “Ik had al langer de ambitie om opnieuw een stripboek te maken, maar vond nooit de tijd vanwege mijn drukke bestaan als instrumentenbouwer. Toen begon de coronacrisis en kwam ik thuis te zitten. Van de stress liep ik helemaal tegen het plafond. Ik dacht: ik ga maar tekenen, dan heb ik wat te doen.

“Aangezien ik een leuke ontgroeningsweek gehad heb, heb ik naar Frankie gebeld, de Indonesische jongen die ook in de strip voorkomt, om te vragen wat hij nog wist van die week. Ik had hem in geen twintig jaar gesproken, maar we hadden een gesprek van een uur en toen rolde het hele boek er eigenlijk uit.

“Gaandeweg kwam ik er achter dat ik ook een koppeling wilde maken met het kantelmoment dat in 1991 plaats vond. De werkweek waarover het gaat in de strip, viel immers rond 21 augustus, zo heb ik kunnen achterhalen. Het bleek precies in die week te zijn dat Sonic Youth en Nirvana hun tournee ondernamen die in The Year Punk Broke gedocumenteerd is. Net die week valt ook Rusland uit elkaar. Ik kan me nog herinneren dat we toen heel vaag wisten dat er ginds iets aan de hand was, maar we hadden geen televisie in het huis waar we logeerden en er waren geen telefoons. Dus je weet eigenlijk van niks en dan kom je thuis, is Rusland uit elkaar gevallen en zijn er plots drie nieuwe landen bijgekomen waar je nog nooit van gehoord had: de Baltische staten.

“Je hebt een samengaan van macrogeschiedenis, de Muur die valt, het uiteen vallen van de Sovjet-Unie, het kantelen van de tijdsgeest, zoals je nu ook ziet met corona, en je hebt het microniveau, wij die daar in dat bos zitten, en dat koppel ik dan aan Nirvana en Sonic Youth.”

enola: Was het vanzelfsprekend om er een autobiografisch verhaal van te maken? U kon evengoed personages bij elkaar fantaseren die een toffe week beleven in 1991.

Landman: “Matt van uitgeverij Sherpa, die het boek in het voorjaar gaat publiceren, vroeg: ‘Yuri, heb je het echt allemaal meegemaakt?’ (lacht) In essentie is alles bijna waar. Maar ik duw hier en daar wel, om het verhaal rond te krijgen. Niet alles zat in die week. Er zit iets in over mijn beste vriend, op een andere werkweek, bijvoorbeeld. Wat ik ook doe, is ideeën stelen. Als jij een grandioos verhaal hebt over een diefstal of iets dergelijks, dan word ik de dief in dat verhaal.

“Er zijn natuurlijk wat problemen met autobiografieën. Ik heb een jongen uit het verhaal gelaten omdat hij in zijn privéleven een niet zo fijn avontuur meemaakte. Of neem een goede vriend die vreemdgaat: daar kan een leuk of wrang verhaal in zitten, maar je kan dat niet altijd vertellen in een autobiografie. Niet iedereen is er altijd van gediend als je alles vertelt. Frankie was gelukkig heel coulant, die vond alles leuk. Dat komt me goed uit, hij is een complete clown in het verhaal.”

enola: Wat vindt uw broer van het boek? Hij komt er kort in voor en de relatie lijkt niet hartelijk.

Landman: “Ik heb geen contact met mijn broer. We zijn heel anders. Hij is iemand die een carrière heeft, een rechtspersoon, met een grote auto en ik ben, zeg maar, precies het tegenovergestelde: de archetypische kunstenaar die geen rijbewijs heeft en kiest voor vrijheid.

“Ik vind dat ik het beheerst heb gehouden. Hij blijft buiten beeld. Er komt trouwens nog een jeugdverhaal. Ik wil nu richting heden werken. In het volgende boek zit ik in 2020 en 1992. Later ga ik het ook nog over 9/11, Pim Fortuyn en mijn stripwinkel hebben.”

enola: Er lijkt dus een hele cyclus in de maak. Wat met de twee boeken die in de jaren negentig verschenen en die ook autobiografisch van opzet waren?

Landman: “Dat is een goede vraag. In het volgende boek zitten we in de periode 1992-95, zo ongeveer het tijdperk waarin ik Je mag alles met me doen geschreven heb. En het boek erna zou dan in de periode van Het verdiende loon zitten. Ik ben er nog niet uit hoe ik daarmee verder moet. Moet ik de oude boeken in de cyclus opnemen? Misschien moet ik ze negeren. Ik vind ze namelijk niet zo goed. Vorig jaar heb ik ze herlezen en dat mag je eigenlijk nooit doen, het is vooral pijnlijk. Je ziet dat het gemaakt is door een 24-jarige. Ik ben een stuk ouder nu, dus ik kijk meer bovenop het leven in plaats van er middenin. Vooral over Het verdiende loon ben ik niet echt tevreden. Ik denk dat ik daarin overdreef met wraak nemen. Maar ik was jong, zat te dicht op het onderwerp, ik was net ontslagen. Aan de ene kant is dat wel punk natuurlijk en geeft die woede een soort kracht aan het boek, maar aan de andere kant vind ik het boek wat overstuurd.”

enola: 1991 ligt qua sfeer in het verlengde van Je mag alles met me doen.

Landman: “Het is hetzelfde genre en dezelfde leeftijdscategorie. Het grote verschil is dat dit boek eigenlijk niks nieuws is in de stripwereld. In de tijd van Je mag alles met me doen had je Ghost World en Chester Brown had al enkele boeken uit, net als Joe Matt. Maar verder kan ik niks bedenken in dat genre. Er was nog geen Craig Thompson bijvoorbeeld. Pas na 2000 zie je een enorme revolutie in de graphic novels.”

enola: Met Barbara Stok leek u toen wel wat gemeen te hebben: allebei heel openhartig over jullie persoonlijke leven.

Landman: “Dat klopt inderdaad. We hebben dezelfde leeftijd. We lopen wat parallel. Wij waren erg vroeg met die autobiografie en het oppikken van wat je de Drawn & Quarterly-cultuur kan noemen. Ik denk dat zij rond 1990 begonnen zijn en rond 1995 tot bloei kwamen. Onze boeken kwamen in 1996-1997 uit. Destijds waren wij pioniers, dat is er nu niet meer bij, maar ergens is dat goed, nu vallen we binnen een genre. Commercieel gezien is dat natuurlijk handig.”

enola: Je mag alles met me doen was een relatief dun boek, vervolgens was Het verdiende loon een stevig boek, dat ook bekroond werd. De trein leek vertrokken. Maar toen werd het stil.

Landman: “Toen werd het heel erg stil, ja. (lacht) Daar zijn enkele redenen voor. Ik ben aan een derde boek begonnen, maar dat heb ik nooit afgemaakt. Ik was heel erg onder de indruk geraakt van de jongens van Eiland en hun grafisch spel, beeldend zijn zij heel erg sterk. Dat ging ik ook proberen, en dat leek te lukken, maar het duurde gigantisch lang. Ik had een script voor een boek van 40 pagina’s, maar op 24 ben ik gestopt. Het was te intensief. Ik was een maand met één pagina bezig. Nu doe ik vier uur over een pagina, zonder kleur weliswaar.

“Nu ik na twintig jaar weer begonnen ben, heb ik besloten niet meer die grafische kant op te gaan. Ik moet het van het heftige knallen hebben, zoals in de eerste boeken. En dan vind ik Je mag alles met me doen eigenlijk beter dan Het verdiende loon. Die laatste heb ik met een kroontjespen gemaakt, terwijl ik eigenlijk meer neig naar die ruwe lijn, die je ook ziet in de boeken van Pratt en Een kater vol lood en Dodelijke spelletjes van Tardi. Dat hele lompe, zeg maar, gewoon met een dikke stift, dat spreekt me wel aan. Barbara Stok heeft dat ook, het is zo direct, in plaats van dat je als een Schuiten-Peeters heel accuraat lijntjes gaat zitten trekken. Daar heb ik de tijd niet voor en qua sfeer vind ik het ruwe ook prettiger.”

enola: Na die 24 pagina’s was het dus gedaan met strips maken?

Landman: “Ik ben nogal een doodloper. Ik begin ergens aan, doe dat heel fanatiek, verzet bakens en dan klapt het in elkaar. Dat is iets dat altijd in mijn leven gebeurt. Dat vind ik helemaal niet erg, als kunstenaar vind ik het goed om aan nieuwe hoofdstukken te beginnen.

“Dus na mijn eigen stripboeken heb ik een stripboekenwinkel gekocht. Na drie jaar merkte ik dat ik helemaal tureluurs werd. Het was gewoon te veel: de financiële druk en continue al die stripboeken. Na de stripwinkel heb ik nog tien jaar strips geletterd voor Sherpa en Oog&Blik, dat was ook zo’n periode waarin ik zoveel stripboeken zag en ik niks anders deed dan wolkjes vullen. Toen ik daar rond 2010 kon uitstappen, ben ik fulltime instrumenten gaan bouwen.”

enola: Als totale leek lijkt dat heel abstract: uit het niks een instrument bouwen. Hoe bent u daar mee begonnen?

Landman: “Heb je wel eens een koortsdroom met hallucinaties gehad? In mijn tiener- en twintigerjaren heb ik dat enkele keren meegemaakt. Wat er gebeurt, is dat je de griep krijgt en je vervolgens een nachtmerrie hebt die gepaard gaat met hallucinaties. Een van de verschijnselen die bijvoorbeeld vaak optreedt, is dat de muren op je afkomen. Toen ik het meemaakte, ging het gepaard met geluidshallucinaties, met een pulserende tinnitus: bwokbwokbwok.

“Ergens rond 1991 hoorde ik ook Sonic Death, de liveplaat van Sonic Youth en hun Confusion is Sex, waarbij je heel erg het typische Sonic Youth-geluid hebt, waarbij een noot aangehouden wordt: hgnhgnhgnhgnhgnhgn. Ik had gezien dat ze vaak een drumstok tussen hun snaren staken. Tijdens natuurkunde had ik geleerd over boventonen en dat je die op deze manier kan initiëren. Toen heb ik een gitaar gekocht en ben ik gaan experimenteren, waarop het mathematische model te voorschijn kwam.

“Na een jaar of tien was ik klaar met de gitaar. Het ding heeft maar zes snaren, er zitten fretjes op en als je er een schroevendraaier tussen steekt, valt die er altijd uit. Ik dacht: het werkt gewoon niet. Je kan het beter op tafel leggen. In die periode was ik meubeltjes aan het maken voor mijn stripwinkel, waarbij ik ontdekte dat ik best handig ben met hout. Daarmee kon ik de brug maken tussen de natuurkunde en de klank van Sonic Youth, gecombineerd met de klank van de koortsdroom, want daar hoorde ik een parallel tussen.”

enola: Met als komisch resultaat dat u uiteindelijk nieuwe snaarinstrumenten maakt voor onder meer Sonic Youth. Hoe belandde u bij hen, als fan?

Landman: “Op hun website stond een e-mailadres. Je kon ze letterlijk mailen. Ik heb dat gedaan en een dag later meldde Lee Ranaldo (SY-gitarist, re) dat hij geïnteresseerd was. Sonic Youth was een van de weinige grote bands die je gewoon kon benaderen. Dat is mijn geluk geweest. Het is heel mooi om met hen te werken, want dat zijn mijn tieneridolen. Met Thurston Moore (de andere SY-gitarist, red) heb ik wel contact, maar met hem heb ik niet zoveel gewerkt, het is vooral met Lee dat ik een goed contact heb. Ik zit qua filosofie meer op de lijn van Lee dan Thurston. Ze zijn anders: de een is wat meer atmosferisch, de andere rauwer. Thurston is meer expressionist, Lee een impressionist.”

enola: Moet u soms op de rem gaan staan om hen niet té veel in uw werk toe te laten? Ze kwamen in Het verdiende loon voor en ook nu is Sonic Youth present, tot in het lettertype van de titel.

Landman: “Ik heb de titel gewoon overgenomen, omdat 1991 nu eenmaal the year punk broke is. Ik vond het legitiem om dat te doen. Het is inderdaad op het randje van idolaat. Maar dat ben ik ook. Ik vind het altijd moeilijk als ik even met ze spreek, dan is het de eerste vijf minuten alsof je net even een te mooie vrouw ontmoet, zeg maar.”

enola: Het belangrijkste is dat er weer strips gemaakt worden. Hoe rolde u terug in het beeldverhaal? Louter door de coronacrisis?

Landman: “Een paar jaar geleden las ik boeken van Blain en toen merkte ik dat ik het toch wel miste. Ik heb een jaar of twintig niet goed opgelet of zeker de laatste tien jaar niet. Toen ontdekte ik onder meer Isaac de Piraat en dacht ik: wow, dit is echt wel heel goed. Er is heel veel schoonheid in de stripwereld, ik ben opnieuw fan geworden. En dat is wel een voorwaarde, denk ik.”

enola: Het risico bestaat dat het toch weer in elkaar klapt en al die geplande boeken er niet komen. 

Landman: (lacht) “We zullen wel zien hoe het loopt. Ik heb nu voor een gigantisch snelle stijl gekozen. Het is voor mij een opluchting dat ik in een relatief korte tijd een boek kan maken. Dat wist ik niet van mezelf, ik dacht dat ik er te lang zou over doen. Ik heb nu zo’n dertig pagina’s getekend van het tweede boek, dat tweehonderd pagina’s gaat tellen. Dat heb ik gepland op een half jaar werk, dat gaat lukken.”

enola: U bent 1991 aan het voorpubliceren op Instagram, in verschillende talen bovendien. Dat is leuk, het prikkelt de nieuwsgierigheid, maar een echt aangename leeservaring biedt die app helaas niet.

Landman: “Het is inderdaad een drama om het daar te lezen. Maar het is wel een goeie promotietool. Als ik het niet had gedaan, dan is het boek er en weet niemand dat. Ik wil het boek immers uitbrengen in verschillende landen, wat tegenwoordig vrij makkelijk kan. De Nederlandse versie is rond, de Engelstalige gaan we doen. Er komt waarschijnlijk een Italiaanse uitgave, een Franse is nog een beetje moeilijk. Dan is de vraag: doe je zelfpublicatie of met een uitgever? Ik zie het namelijk meer als een onderdeel van mijn merchandise. Zodra de ellende voorbij is, ga ik immers weer continue op tour en dan kan je net zo goed een boek verkopen.”

enola: Wat voor tournees onderneemt u?

Landman: “Ik heb een beetje een vreemde mix van activiteiten. Ik geef les in instrumentenbouw op conservatoria en kunstacademies. Dat doe ik nu eens een weekje in Finland, dan een aantal dagen in Oostenrijk en af en toe in Frankrijk en Italië. Ik tour eigenlijk continue door Europa. Als ik bijvoorbeeld een universiteit in Oostenrijk heb, spreek ik met hen af welke week ik kom en ga ik een week eerder naar Wenen om er ook enkele optredens te doen. Ik noem het soms flauwekuloptredens, want het is voor twintig man. Maar mijn muziek is gewoon akelige muziek, dus dat is prima, twintig mensen. Vaak doe ik er een workshop erbij, zoals in Third Space in Helsinki. Dat is een hokje van niks, vier meter bij drie. Dan geef ik ondertussen les op de Aalto Universiteit en daarna ga ik naar Tallinn en daar doe ik vervolgens hetzelfde.”

enola: In dat geval moet de coronacrisis verschrikkelijk zijn.

Landman: “Het is niet zo dat ik er tot rust van gekomen ben. Het is een echt drama. Ik ben er overstuur van. Dat heeft vooral te maken met de financiële druk die ik ervaar. Ik doe optredens, workshops bij kunstencentra en bij academies, verstuur instrumenten per post; dat zijn drie pilaren. In de week dat de lockdown kwam, en de grens dicht ging, was het boem, daar gaan de academies, boem, de post plat en dan de festivals plat, nog een drama. Ik zag zo de dominostenen omvallen. Dan krijg je wel een tijdelijke compensatie, maar die bedroeg in mijn geval drie maanden, terwijl de lockdown al tien maanden duurt. Het is een bijzonder zware tijd, het voelt als een ijsbeer op een ijsschots.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + negen =