PLAY Weekend: The Notwist, KOKOROKO, Phoebe Bridgers

Vrijdagavond vielen ons drie songs in de bus om het weekend mee door te komen: nieuwe singles van The Notwist en KOKOROKO en een cover van Phoebe Bridgers.

The Notwist :: Where You Find Me

De Teutoonse Radiohead, een band die per definitie niets verkeerd kan doen, makers van minstens twee van de beste albums van deze eeuw (‘Neon Golden’ uit 2002 en ‘The Devil, You + Me’ uit 2009) én… notoir onproductief. Heel on-Duits is het, om gemiddeld elke zes jaar een volwaardig album uit te brengen. Maar hey, van de liveshow waar The Notwist tussen 2014 en 2018 maar blééf mee toeren, hebben we dubbel en dik genoten. Een nieuwe single én aangekondigde plaat (‘Vertigo Days’, eind januari) is dus gewoon groot nieuws. Maar… mag het na al die jaren wat meer zijn?

‘Where you find me’ is naar Notwist-normen immers een niemendalletje dat prima als vulling kan fungeren op een alweer voortreffelijke plaat. Het is een kort nummer, maar het vertelt vooral niets nieuws. De ongeëvenaarde Notwist-melancholie en bitterzoete klankkleur vallen gelijk te spotten, maar de songstructuur en die baslijn zijn net iets te simpel om echt te enthousiasmeren. Wat wél het beste doet verhopen, is de percussie en gebruikte loops op de tweede helft van ‘Where you find me’. Die geven weg dat er op ‘Vertigo Days’ misschien wel wat invloeden te bespeuren zullen zijn van een welbepaalde band uit Berlijn. De heren van The Notwist, die komen voor de goede orde uit Beieren.

We laten nog even in het midden of die belofte ook waargemaakt zal worden, maar zeker is dat een op het eerste zicht rechttoe-rechtaan en dertien-in-een-dozijn indietrack The Notwist kennende een veel diepgaander universum herbergt.  Iets om naar uit te kijken tijdens de derde coronagolf.

Kokoroko :: Baba Ayoola

Het kleurige Londense afrobeatcollectief Kokoroko is terug met hun tweede single van het jaar. De band is al enige tijd bezig met momentum op te bouwen. Na hun titelloze debuut ep van vorig jaar kregen ze uit alle richtingen open doekjes en buitelden de recensenten over elkaar heen met loftuitingen. Dit jaar hielden ze onze aandacht vast met sporadische releases van nieuwe muziek en hopelijk wordt dat momentum binnenkort verzilverd met een volledig album.

Geen navelstaarderij of ander cool gedoe voor deze rasmuzikanten: het nummer is als een hulde aan het leven opgedragen aan de opa (‘baba’) van de saxofoonspeler van de groep.  Kokoroko beweegt zich gracieus over het grensgebied tussen jazz en afrobeat, waar levenslust welig tiert als tegengif voor mistroostigheid. De percussie kietelt zachtjes, terwijl de blazers als bruisballen lucht in de hersenpan brengen. Er wordt een zacht schuifelende groove opgebouwd en close harmonies worden mooi tussen de blazers geweven.

Kokoroko telt acht leden, dus ze mogen gerust nog een lofzang brengen voor de eenendertig overige grootouders. Ze komen op 28 januari – hopelijk – naar de Ancienne Belgique. Twijfelen is in dit geval verliezen, want hun livereputatie is al minstens even sterk ls hun studiomuziek.

Phoebe Bridgers & Maggie Roggers:: Iris (Goo Goo Dolls)

Ze had het beloof voor de verkiezingen en ze heeft het dan toch gedaan: als Donald Trump verslagen zou worden, zou Phoebe Bridgers “Iris” van The Goo Good Dolls coveren. “Iris”, voor alle duidelijkheid, is die vervelende oorwurm uit de late jaren ’90 van de soundtrack van City of Angels. Het is waarschijnlijk één van de meest on-coole nummers van dat decennium, en zelfs ver daarbuiten. De nieuwe lichting Amerikaanse singer-songwritesters hebben echter blijkbaar iets met dat nummer, want eerder coverden ook al Soccer Mommy en Snail Mail het. En ook Bridgers koos niet opnieuw voor een song van pakweg Mark Kozelek of The Cure om de afgang van Amerika’s meest oranje leren zetel te vieren, maar wel voor deze onbedoelde grungeparodie. Moet er nog “you bleed just to know, you’re alive” zijn? We zullen het op de postironie van het internettijdperk steken.

Deze “Iris” is dus voor de goede zaak, al dan niet tongue-in-cheeck. Maakt de snikkende stem van Bridgers het nummer nu beter? Ja en neen. Je tovert geen stationsromanetje om in een Russisch familiekroniek door wat woorden van plaats te wisselen. Toch blijft de versie van de zangeres hangen, door de combinatie van die wondermooie stem, het ongedwongen karakter van de cover en het lichtelijk jeugdsentiment dat ons overvalt bij het horen van dat nummer. Iets met kinderlijk en onschuld, u weet wel. Haar stem heeft ook gewoon dat smachtende dat zo past bij dit soort nummers. Zo vervult “Iris” van Bridgers je toch even met wat broodnodige nestwarmte. Een ideale, pretentieloze maar aangename herfstbries in letterlijk en figuurlijk barre tijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − tien =