Emily in Paris

Plots was het daar. Een ‘trending in Belgium’: Emily in Paris. Darren Star, de bedenker van legendarische reeksen als Sex and the City beloofde ons weer helemaal in de ban te brengen van een jonge vrouw in een wereldstad: Emily in Parijs.

Je hoeft er Instagram of Youtube maar op na te scrollen, of het wordt je pijnlijk duidelijk: Amerika heeft een obsessie met de parisienne – en ze zijn vast niet alleen. Alexa Chung met haar webserie Frenglish, waarin ze Franse meiden interviewt over hoe stijlvol ze wel niet zijn, boeken getiteld How to be Parisian of de populariteit van Jeanne Damas’ modelabel Rouje: Frans zijn of lijken is in. Dat is al decennia zo; vooral de Parijse vrouw lijkt een charme uit te stralen die niemand kan verklaren, maar heeft zeker in de laatste jaren op sociale media een enorme navolging doen ontstaan.

Het is een fascinatie die zeker bij Amerikanen een lange traditie kent: al in 1951 zong en danste Gene Kelly de pannen van het dak als berooide kunstenaar en gelukzoeker in An American in Paris. Parijs lijkt voor hen het epitoom van het niét Amerikaans-zijn: Parijs wordt vaak afgebeeld als luxe, rust, en enigma. En dat is in Emily in Paris niet anders.

Op zo’n afbeelding van een cultuur zit, weinig verbazend, natuurlijk heel wat sleet. Jà, Frans is een ingewikkelde taal om te leren, maar dat maakt de mensen die het spreken nog geen pestkoppen voor al wie van elders komt – een nogal problematisch stereotype om zo vaak op te voeren. De idolatrie voor het Franse of Parijse hangt niet ontoevallig vast aan nogal wat problematische kenmerken. De parisienne is dun zonder te sporten, rookt, gaat elke avond met een andere man naar bed en draagt Louboutins onder haar jeans en T-shirt: Jane Birkin mag op dat soort ideeën wel graag hebben gesurfd, maar de doorsnee Française vindt dit een belediging. Emily in Paris is er vooral om die stereotypen nogmaals op te voeren. Waar An American in Paris in 1951 speelde in een imaginaire stad, gebruikt Emily in Paris het decor als enige bouwsteen voor het verhaal, dat voorts nogal mager is. Emily verhuist halsoverkop naar Parijs om een ‘Amerikaans perspectief’ te bieden aan een Frans reclamebedrijf.

Een serie over verhuizen en aanpassen dus? Dat was in een Sex and the City jasje zeker het kijken waard geweest, ware het niet dat er bij Emily (Lily Collins) geen aanpassing aan is. Ze rakelt alle – al dan niet problematische – stereotypen gezwind op en laat ze langs zich heen glijden. Wanneer een collega haar zegt dat Amerikanen leven om te werken en Fransen werken om te leven, lijkt dat de aanleiding te zijn tot iets dat lijkt op groei of zelfkritiek, maar gebruikt de serie dat wonderwel toch om de Fransen als lui af te schilderen. ‘The only way is the American way!’

Dat is dan ook de grootste doorn in het oog van deze serie die voorts eigenlijk alles heeft om een nieuwe go-to romcom te worden: goeie, charmante acteurs, de humor van Darren Star, een prachtige omgeving en zelfs fijne, warme cinematografie zoals we dat intussen van Netflix gewend zijn. En ja, voor modeliefhebbers is er ook wat aan (al is het hoofdpersonage zelf zeker niet het beste voorbeeld). Emily in Paris is aangenaam kijken, maar wanneer je bij de zoveelste aflevering plaatsvervangende schaamte voelt voor de brok Amerikaanse zelfbevestiging die je ingelepeld krijgt, schort er toch wat. Dat de serie in Frankrijk dan ook verguisd is, is niet moeilijk te begrijpen. Als ontspanning op een regenachtige dag valt er dus wel lekker te ‘bingen’, want over tweedimensionele personages hoef je niet altijd te zeuren: soms is dat, net als bij Carrie Bradshaw die voor de zoveelste keer twijfelt over Mister Big, gewoon tof. Maar misschien mag een tweede seizoen de fransozen wat minder schaakstukken in hun eigen wereld maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vijf =