De Kreuners :: ‘Als we niet af en toe gestopt waren, zaten we hier niet meer’

Geen monument groter in de Vlaamse rockscene dan die goeie oude Kreuners. Ze kennen het parochiecircuit al van in de jaren tachtig, maar het was pas met Hier en nu uit 1990 dat Walter Grootaers en co zich definitief kroonden tot de keizers van de Vlaamse gitaar. En omdat dertig een mooi rond getal is, viert de groep die verjaardag met een vrolijke heruitgave: Nu en hier. ‘Natuurlijk zagen wij dat succes niet komen. The Beatles wisten ook niet of ze een hit hadden geschreven.’

Het is augustus 2020, en voor het eerst in een half jaar mogen we nog eens fysiek aanschuiven om een artiest te ondervragen. Nochtans werd Walter Grootaers afgelopen lente zelf gebeten door het venijnige C-beestje, met een flink ziektebed en de geweldige quote ‘ik heb nog wat last van mijn stem, maar dat is ok, het publiek heeft daar al veertig jaar last van’ tot gevolg. Een mens zou voor minder naar Zoom of Skype uitwijken, maar dat is buiten de oude rocker gerekend. Die grijnst eens patserig “ik heb antistoffen genoeg, dus zit veilig”, en blikt samen met gitarist Jan Van Eycken maar wat graag terug op Hier en nu, waarvan wij altijd dachten dat het zowat de ‘plaat van de laatste kans’ was voor de destijds commercieel slabakkende groep.

Grootaers: “Zo zagen wij dat niet. We hadden in 1988 nog Dans der onschuld uitgebracht, een heel goeie plaat. Maar het klopt wel dat tussen 1986 en 1989 de Vlaamse rockscene op zijn gat lag. Maar dat had niets met ons te maken. Niets laatste kans, dus. De platenfirma’s zagen ons wel degelijk nog graag komen.”

Van Eyken: “Het was wel een rustige periode, maar tegelijk zaten we op een creatief hoogtepunt. Ik weet nog dat we toen repeteerden achteraan een Antwerpse wijnwinkel, en hoe we ons daar amuseerden. We hadden ook nog altijd optreden, dus het viel wel mee.”

Grootaers: “Live was geen probleem. Op Marktrock 1989 stonden we zelfs voor tienduizend mensen. Toen hebben we ook voor het eerst “Ik wil je”uitgetest. Bij het tweede refrein stond iedereen dat mee te zingen. Toen wisten we dat het snor zat, en we gewoon rustig verder moesten werken aan onze nieuwe plaat.”

enola: Voelde je dat je iets bijzonders in handen had?

Van Eyken: “We zaten in een creatieve flow, dat voelden we, maar verder ben je als muzikant niet bezig met wat wel en wat geen hit is. Wel merkten we dat de liedjes er vlot uit rollen, en dat het als groep klikte. We hadden met Berre (Bergen, red) een nieuwe bassist aan boord, en dat gaf een positieve dynamiek, maar neen: “Ik wil je” voelde niet meer bijzonder dan andere liedjes. Ik was er blij mee, maar dat ben ik met elk nummer dat ik af heb. Het was pas bij een try-out in Limburg waar iedereen en masse meezong dat we naar elkaar keken en dachten dat we iéts beet hadden.”

enola: En dus ontplofte alles plots voor De Kreuners.

Grootaers: “Nog eens. We hadden zo’n populariteit al eens meegemaakt in 1980-’82, nu  kregen we een tweede beurt. In 1990 mochten we 180 concerten spelen, zodat we onze manager vroegen of dat het jaar nadien toch niet wat minder kon zijn. Welja, het waren er in 1991 maar 150 over heel Vlaanderen én Nederland. Verder stonden we daar niet echt bij stil. We keken al vooruit naar de volgende plaat.”

enola: Heb je enig idee waarom het nu plots aansloeg, en Dans der onschuld twee jaar eerder minder werkte?

Grootaers: “Neen. Als ik ook maar een vermoeden had wat het was, dan hadden we nog veertig Hier en nu‘s gemaakt. En neen, het lag ook niet aan de komst van Tien Om Te Zien. Sterker nog: omdat ik in een interview had gezegd dat het succes van dat programma een bewijs was dat ons onderwijssysteem gefaald had, werden wij van de zender gebannen. Tot ze niet meer konden natuurlijk, omdat het zo’n succes was geworden.”

Van Eyken: “Zo’n opportunisten waren ze daar natuurlijk ook wel.”

enola: Waarom vieren we dertig jaar Hier en nu, en niet pakweg veertig jaar jullie debuut ‘s Nachts kouder dan buiten?

Grootaers: “Daar zouden we ook over kunnen praten, maar Hier en nu  is nu eenmaal een monumentale plaat. Eentje waar zeven hits uit zijn voortgekomen. Dat is uitzonderlijk, en je kunt het zeker niet voorspellen. The Police wist ook niet of iets goed ging marcheren, zelfs The Beatles zag het succes van ‘Sgt. Pepper’s’ niet komen.”

enola: Maar betekent ze voor jullie ook iets bijzonders, behalve die zeven hits?

Van Eyken: “Behalve? Wat wil je nog meer? (schatert het uit) Neen, maar ze hangt voor mij heel erg vast aan die creatieve sfeer bij het maken. De groep hing samen, we hebben goeie liedjes gemaakt. Dat is voor mij heel belangrijk. Uiteraard blijft die plaat dus hangen voor me, los van of ze zeven of nul hits heeft.”

Grootaers: “Ook zonder hits was het voor ons nog altijd een geweldige plaat geweest.”

Van Eyken: “Een van de beste nummers op Hier en nu vind ik ‘Moeraskoorts’. Dat is zelfs geen single geweest, is een beetje dwarsere postpunk. Ik heb het nog eens opgelegd door deze reïssue, en nu hoor ik dat het niet helemaal af is. Er zit nog veel meer in dan wij er destijds hebben uitgehaald, maar dat maakt niet uit.”

Grootaers: “Ik hou ook enorm van dat nummer. Het heeft heel veel sfeer. Het is geen optimistisch nummer, het is eerder donker. Maar Jan heeft gelijk: er kan nog veel mee gebeuren, en als we eens wat tijd hebben, moeten we misschien ooit eens een aantal nummers uit het verleden waar we niet tevreden over zijn opnieuw onder handen nemen.”

”Hier en nu’ hangt voor mij heel erg vast aan de creatieve sfeer die er hing toen we ze maakten’

enola: Eigenlijk was Hier en nu niet zo’n feestplaat als je zou denken. Alleen al de titel, is eigenlijk ontlokt aan het best duistere zinnetje ‘Wat als iemand zegt ‘het einde is hier en nu’?’

Grootaers: “Dat klopt!  Ik hou wel van dat soort contrast. “Ik wil je” is ook een donkere tekst hé. ‘Wachten op een trein’ is ook zo’n nummer waar ik erg aan gehecht ben. Die tekst is bijna een testament. Mag ik eens kijken naar je exemplaar? (bekijkt de tracklist) “Op zoek” heeft ook al zo’n eigen sfeer. Een koppel is uit elkaar, de man wil bij haar geraken maar dat lukt niet, en staat dan maar machteloos buiten haar raam. Werkte live ook altijd goed. “Door jou” is ook een heel tof nummer over hoe mensen op café oogcontact maken, elkaar uitchecken. En met “Liefde en logica” zocht ik bewust een heel naïeve tekst, omdat de intro van Jan zo klonk.”

Van Eyken: “Status Quo-simpelheid. En het is waar dat het geen al te vrolijke plaat was. Ik kwam thuis bij mijn lief destijds, en zei ‘ik heb een liedje gemaakt over je’. Zei was in alle staten, en vroeg blij hoe het ging. Moest ik vertellen ‘ik wil wel van je houden / Ik wil je ook vertrouwen / maar toch ga ik weg’. Echt gebeurd!” (schatert het uit)

enola: Misschien moeten we het ook even over “Zo jong” hebben. Je was halfweg de dertig toen je dat nummer schreef. Daar zou je vandaag niet meer mee wegraken, niet?

Van Eyken: “Ach. Ik kwam onlangs een vrouw tegen van 52, en ik zei tegen mezelf ‘zo jong!’. Het is allemaal relatief.”

enola: Dus, Walter, als je dat nu zingt stel je je een vrouw van 52 voor?

Grootaers: “Neen, een meiske van 34.” (grijnst)

Van Eyken: “Gij snoeperke!” (hilariteit)

enola: Jullie staan bekend als echte maten, een groep die nog altijd met elkaar op café kan. Heeft het er toch ooit om gespannen?

Grootaers: “Neen. Je voelt wanneer het aan het opraken is, en trekt op tijd je conclusies.”

enola: Begin jaren tachtig, op het hoogtepunt van jullie eerste populariteit, hebben jullie er inderdaad even de stekker uit getrokken…

Grootaers: “Bewust. We zijn nadien elke twee-drie jaar een pauze gaan inlassen. Even een, bij wijze van spreken, ‘normaal’ leven gaan leiden, de batterijen opladen, en er dan weer tegen aan gaan.”

Van Eyken: “Als we dat niet regelmatig hadden gedaan, zouden we hier nu niet zitten, denk ik. Ik was daar destijds niet blij mee, want ik wilde nog wel honderd optredens doen, maar Walter hield voet bij stuk, en daar ben ik achteraf gezien wel blij mee. Je ziet ook dat grote internationale groepen dat net zo goed doen. Pearl Jam duikt ook maar om de paar jaar meer op.”

enola: De Kreuners zijn de laatste jaren vooral aan het terugblikken geweest. Wat brengt de toekomst nog?

Van Eyken: “Eerst en vooral: optreden. De Kreuners zijn altijd al een liveband geweest, al van voor ik er bij was. Ik weet nog dat ik ze zag, en wist: daar moét ik bij gaan spelen. Live zijn we onklopbaar, laat mij dat dan maar zelf zeggen.”

Grootaers: “Ik hoop vooral dat we de tour die nu door corona is afgezegd volgend jaar kunnen hernemen. Dat zou al fantastisch zijn. Want het is een drama aan het worden, vooral voor de mensen rond de artiesten: podiumbouwers, lichtmensen, ga zo maar door.”

Van Eyken: “De mensen met wie wij werken, keken uit naar een geweldige zomer. In plaats daarvan mag één er van bijvoorbeeld nadarhekken gaan zetten in scholen, om toch maar met iets geld te verdienen. Dat is pijnlijk. Voor ons zelf is het jammer, maar ik trek mij er aan op dat we in mei opnieuw aan het spelen zullen zijn. Laat het ons hopen.”

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − acht =