Francois De Meyer (Soapstarter/Raveyards/KYEM) :: “Ik heb, denk ik, niet het allergrootste ego”

Hij is beatleverancier bij Raveyards. R&B-producer onder de naam KEYEM. Disco-dj als Villa. Schrijver van soundtracks en ander muzikaal behang als hij zijn studio Audiothèque vertegenwoordigt. En bij Soapstarter toonde hij zich al jaren geleden als songsmid. Als Gentenaar François De Meyer één ding is, dan wel: veel. Met een nieuwe EP van Soapstarter uit, en de muziek voor Tom Waes’ film Undercover onder de riem is het tijd voor een kennismaking. “Verschillende dingen tegelijk lossen, vind ik opwindend.”

enola: Wat was je éérst?

De Meyer: “Ik denk pianist. Mijn vader speelde immers piano, en toen ik nog een baby was legde hij me bij het spelen zelfs op de vleugel om me tot rust te brengen. Op mijn vierde ben ik dan zelf piano beginnen spelen. Pas op mijn veertiende vond ik in drums mijn tweede grote liefde, en ging ik in de big band van mijn vader spelen. Vanaf dan ben ik meer en meer beat freak geworden.”

enola: Ondertussen ben je jaren bezig, van Soapstarter over je soundtrackwerk tot je meer dansgerichte muziek als Raveyards, KYEM en Villa, maar je bleef altijd wat onder de radar hangen. Heeft dat ooit gejeukt?

De Meyer: (lachje) “Dat valt wel mee. Ik heb, denk ik, niet het allergrootste ego, dus ik heb nooit echt de nood gevoeld om in the picture te lopen. Anders had ik daar wel wat vroeger werk van gemaakt. Het is ook niet gemakkelijk om te kiezen. Veel mensen gaven me de raad op één ding te focussen, maar daar heb ik het moeilijk mee. En ja, dat heeft er inderdaad voor gezorgd dat ik niet gemakkelijk mijn naam heb kunnen vestigen, maar aan de andere kant heb ik door die veelzijdigheid net mijn studio Audiotèque kunnen vestigen: wij kunnen zowel muziek voor kortfilms maken als de auditieve restyling van Eén,, de soundtrack van de ‘Undercover’-film ‘Ferry’, met Tom Waes,… Ik ben een kameleon als het op stijlen aankomt.”

enola: Dit jaar los je alles in één keer. Om te beginnen ‘Sudden Moves’, een nieuwe EP met Soapstarter. Waarom haalde je dat pop-alter ego van onder het stof?

De Meyer: “Midlife?” (schatert het uit) Zelfs al was de vorige Soapstarterplaat dertien jaar oud, ik heb altijd geweten dat ik ooit nog eens iets onder die naam zou doen. De tijd was nu rijp. Ik had doorheen de jaren behoorlijk wat nummers gemaakt in die stijl, waaronder zelfs voor Alpro. (lacht) zij vroegen altijd om zomerse, lichte vibes, dus achter de schermen ben ik altijd dat soort muziek blijven maken terwijl ik wel het gevoel had dat ik eerder mijn dansprojecten Disco Drunkards, Raveyards en Villa moest pushen. Het voelde alsof dat er eerst door moest voor ik kon terugkeren naar dat soort vrolijke muziekjes.”

“Ik heb in Soapstarter altijd een eerlijkheid willen steken, iets van good vibes. En daardoor is het zeker een buitenbeentje tussen al mijn andere projecten, al was het maar omdat het allemaal op akoestische instrumenten wordt gebracht. De simpliciteit van een goed nummer dat weinig elementen nodig heeft vind ik nog altijd belangrijk.”

enola: Raveyards draait al even mee, toch krijgen we nu pas, na een paar lange EP’s, de échte debuutplaat.

De Meyer: “Goh ja, ik weet niet of je het zo moet zien, want met onze lange nummers, duurde een EP met zes tracks ook al bijna een uur. (lacht) Nu maken we kortere songs, en hebben we zoveel muziek gemaakt dat er zelfs na de zes singles van vorig jaar nog altijd genoeg was om een volledige plaat te maken. De samenstelling van de groep is ondertussen ook flink veranderd, maar een zoektocht mag je dat niet noemen. Ik heb Raveyards altijd meer als een project gezien, iets artistieks. Eerst brachten we eerder trage, donkere industrial, waarbij de visuals ook zeer belangrijk waren om de trip te creëren, nu ligt het aantal beats per minute veel hoger, en ruikt het meer naar techno, naar feest. We spelen nu ook opnieuw van op een podium in plaats van in het midden van de zaal. Maar ook dat kan weer veranderen. Raveyards heeft niet één identiteit. Je wil het toch een beetje spannend houden, niet?”

enola: Spannend, of op zijn minst verwarrend, is dat ‘KYEM’ ooit de titel van een Raveyards-EP was, maar nu de naam van een ander project van je.

De Meyer: “Yes, inderdaad! Dat kan wat verwarrend lijken, maar ik heb die naam altijd al willen gebruiken. Toen ik er de titel van die EP van maakte besefte ik dat ik daar spijt van zou krijgen, en zo is het ook gegaan. Het woord past ook beter bij het project dan bij die EP: het klinkt een beetje als de naam van een Manga figuur ofzo.”

enola: Als KYEM maak je heel erg hedendaagse R&B, uit de school van Warhola en Oscar & The Wolf. Ben je niet bang dat dat heel snel gedateerd en ‘zo 2020’ zal klinken?

De Meyer: “Goh… Dat geluid bestaat al langer, volgens mij, maar het is vandaag inderdaad heel erg populair. Ik weet niet of je het een trend kunt noemen, het is meer een stroming die inzet op sfeer, iets persoonlijker gerichte elektronica, en ik denk niet dat dat echt nog zal weggaan. Ik hou ook gewoon van hoe de subbass in dat soort muziek klinkt; een zwoele en diepe sound, traag en vloeiend onder een hoge stem, maar het klopt dat dat nogal tijdsgebonden is. Dat zal wel nog veranderen, zoals elektronica altijd evolueert, maar ik ben eigenlijk wel tevreden dat KYEM een heel homogene, specifieke sound heeft.”

enola: Ben je van plan om elk project ook live te brengen?

De Meyer: “Aanvankelijk was dat de bedoeling. En dat is het nog altijd, maar ik ga nu toch wat meer spreiden terwijl we wachten hoe de situatie onder corona evolueert. Maar zeker Raveyards is iets dat het liveaspect nodig heeft. We zijn ondertussen een strakke groep geworden. KYEM wil ik met een kleine bezetting op de planken brengen, maar Soapstarter moet opnieuw een full band van vijf of misschien zes man worden. Ik denk dat ik eerst op dat laatste ga focussen. KYEM gaat moeten wachten tot volgend jaar voor het live gaat. Laat de muziek maar eerst zijn eigen leven leiden.”

enola: Als ik je vraag naar je favoriete project, is dat zoals een moeder vragen haar leukste kind aan te wijzen?

De Meyer: “Ja (lacht). Elk project is belangrijk op een bepaald moment. Als ik in feestmodus ben kan ik naar Raveyards grijpen, als het iets dieper mag, maak ik iets voor KYEM, en als het gezellig en sociaal is, zeker in de zomer, is het plezant om iets op zijn Soapstarters te schrijven.”

enola: Het stopt niet. In december volgt nog solo pianowerk?

De Meyer: “Klopt. Ik heb al eind vorig jaar een EP’tje met dat soort werk gedropt, omdat ik het muziek voor die tijd vond. Het is niets pretentieus, niet eens erg goed opgenomen, maar wel zo eerlijk mogelijk. Dat zal dan mijn vierde plaat van het jaar zijn, dus ja, ‘t is inderdaad wel een spannend jaar. Een verlossingsjaar! (lacht) Ik vind het echt leuk om alles wat ik de afgelopen jaren heb gemaakt in één keer uit te brengen en niet op één project te focussen. Dat maakt het ook opwindend, want het gaat alle kanten op.”

enola: Is die pianomuziek het meest persoonlijke?

De Meyer: “‘t is vooral een oefening om eens bij één instrument te blijven. Doorgaans ben ik immers iemand die graag in laagjes werkt. Ik speel vijf instrumenten, zij het niet altijd even perfect, dus als ik eens een baslijn nodig heb, dan speel ik die zelf in, daarna leg ik er een drum onder,… en zo bouw ik verder als de studiomuzikant die ik ben. Ik heb me erg moeten inhouden om dat niet weer te doen, en het enkel bij piano te houden,, en gewoon te proberen dat zo goed mogelijk te doen.

enola: Ben jij nu een groepsmens of eerder een einzelgänger?

De Meyer: (denkt na, aarzelt) “Ik heb steeds met mensen gespeeld, maar ik moet eerlijk zijn: ik ben vooral in mijn element in de studio. Ik had altijd een goed idee gehad van hoe ik wilde dat de dingen klonken, en ik heb geleerd hoe ik dat moet doordrukken. Dus ja, ik vraag wel eens hulp aan vrienden om iets in te spelen, maar ik kan het liever zelf, zodat ik het precies er uit krijg zoals het in mijn hoofd zat.”

enola: Je hebt de afgelopen vijfentwintig jaar ook in Londen en New York gewoond. Waarom zou je dan in hemelsnaam nog terugkeren naar het kleine Gent?

De Meyer: “Ik heb nog altijd een enorm hart voor Londen, en kom er ook een paar keer per jaar. Gent is echter veel betaalbaarder, en is ook erg goed gelegen, pal in het midden van Europa. En New York is een magische stad, maar ik vrees dat ik er wat heimwee kreeg. Ik kreeg wel bezoek van vrienden en familie, maar het was me toch te weinig. Ik heb mijn vrienden graag dichter bij me, en vriendschap is in New York niet zo gemakkelijk. New Yorkers weten dat mensen komen en gaan in hun stad, en dus laten ze je niet zo snel toe. Het duurt lang voor je er hechte banden opbouwt. Ik heb aan mijn periode daar wel een paar heel goeie vrienden overgehouden, maar de meeste familie en vrienden waren hier in België. Dus ben ik maar teruggekeerd.”

enola: We moeten het tot slot nog even over je werk met Audiothèque hebben, de studio die je met compagnon Stefan Bracke oprichtte. Je maakt nu de muziek voor de Netflixfilm met Tom Waes?

De Meyer: “Klopt. Daar ben ik in gerold via reclamecampagne’s en andere, maar we deden ook al eens een kortfilmsoundtrack. Ferry, die film met Tom Waes, is onze eerste langspeelfilm. Dat is wel spannend, want soundtrackwerk is een heel andere job dan je eigen muziek maken. Je moet in het hoofd van een ander kruipen, en die is vaak niet eens muzikant. Het is dus vaak al een hele oefening om te begrijpen wat een regisseur bijvoorbeeld zoekt. Dat is heel spannend , maar voorlopig gaat alles goed.”

“Bij dat werken in opdracht, zeker in advertisement, krijg je overigens al eens gekke verzoeken op je bord. Dan laten ze een Stevie Wondertrack horen als voorbeeld van wat ze willen, of een artiest die net hip is, en dan moet je proberen dat niet na te bootsen, maar toch de sfeer ervan te benaderen.”

enola: En? Lukt dat met elk voorbeeld?

“Neen. Ooit kwam de opdracht om iets à la DJ Tiësto te maken, en dat zat toch echt niet in mijn palet. Maar Stevie Wonder was geen enkel probleem.” (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 7 =