John Blek :: The Embers

De tijden dat singer-songwriters mochten hopen om bij een ruimer publiek door te breken liggen alweer lang achter ons. Toch blijven ze als paddenstoelen uit de grond schieten, waardoor het soms moeilijk voor hen is om boven het maaiveld uit te komen. Wie daar alvast met verve in slaagt is John Blek. 

De uit de Zuid-Ierse stad Cork afkomstige Blek maakt niet alleen countryrock — als hij begeleid wordt door zijn begeleidingsband The Rats–  maar als solo-act ontpopt hij zich tot een erg beloftevolle folk-artiest. Vorig jaar kende hij met Thistle & Thorn een kleine doorbraak, vooral dan in zijn thuisland. Het ijzer moet je smeden als het heet is en dus komt Blek nu al met de opvolger The Embers op de proppen, zijn vijfde solo-album ondertussen. 

De begeleiding blijft op The Embers heel erg sober. Alles staat ten dienste van de zachte, pastorale nummers van Blek. De titel — “embers” betekent zoveel als smeulende as — maakt meten duidelijk dat het centrale thema op het album er een is van afscheid nemen, van gemis, van deernis en weemoed. Het gaat over de naschokken van een op de klippen gelopen relatie, over het oprapen van de scherven ervan. 

Vanaf de openingsnoten zijn er een paar artiesten waar je spontaan aan moet denken. Je hoort echo’s van Nick Drake, of van hedendaagse artiesten als Jake Xerxes Russell of Nathan Bowles. Waarmee we niet willen zeggen dat Blek er een kloon van zou zijn, daarvoor weet hij immers genoeg van zichzelf in de nummers te leggen. Opener “Empty Pockets”, bijvoorbeeld, is met z’n organisch geluid en rustig schuifelende drums meteen zo’n nummer waarmee Blek toont wat hij in zijn mars heeft. Het fingerpicking gitaarspel, de warme stem, de sobere maar doeltreffende songs. Het zijn nummers die er altijd al geweest lijken te zijn, maar die pas nu door Blek geplukt werden. 

Prachtsong “Death & His Daughter Fair” — de titel alleen al neemt je mee naar de tijden van Jane Austen — is het hoogtepunt van het album. Een godvergeten traditional? Dat zou het kunnen geweest zijn, zo tijdloos klinkt het. Een universele thema — onbeantwoorde liefde en de impact daarvan — maar ook een sobere, sfeervolle muziek waar Bleks stem wonderwel bij past. 

En zo gaat het eigenlijk het hele album door. Bucolisch (“Ciara Waiting”, nog zo’n nummer over de onbeantwoorde liefde), bedwelmend (“Flame (Little Death No. 3)”), dromerig (de instrumental “Old Hand”), breekbaar (“Hell Or Highwater”) of mysterieus (“The Haunting”): The Embers heeft het allemaal. Subtiele accentverschillen zijn er ook, zoals wanneer de piano door “Revived” dartelt, een nummer waarop z’n landgenoot Mick Flannery mee komt zingen. Slotsong “Walls” is dan weer een thematisch buitenbeentje, waarop Blek zich afvraagt waarom het makkelijker is te verdelen dan te verenigen (“Why try divide what is unified? / For we tread this earth such a fleeting while”). Naïef? Misschien wel, maar toch honderdmaal liever dat dan cynisch. 

The Embers is balsem voor de ziel. John Blek is een artiest om in het oog te houden. 

In april staat John Blek een paar keer op een Vlaams podium: op 7 april in Cultuurcentrum ‘t Schaliken (Herentals), op 9 april in Huiskamerkuren (Zomergem) en op 10 april in Den Bascuul (Eksaarde, Lokeren).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =