Sound Track 2019: de finales in Leffinge, Antwerpen en Gent

 

Gent

Elke finale van Sound heeft zo zijn eigen karakter, vingen we ergens op, en als dat zo is, dan was die in Gent die van de Marc Ribot-via-Bert Docxk-gitaar. Zo begint het toch, met opener Peenoise die in “Requiem For A Milkman” een nummer bouwt dat enkel uit dat soort bevreemdende en dwarse gitaarklanken  bestaat. Op de achtergrond werkt een schilder ondertussen een kunstwerk af dat hij aan het begin van de set begon. Dat zagen we ooit al bij een concert van Joseph Arthur; die deed het kliederen zelf tussen het layeren op zijn loopstation in, en ook toen droeg het weinig bij. De rest van wat dit rond de eminente kunstfamilie Pinoy draaiend kwintet brengt ontlokt al even ambivalente gevoelens. ABBA-cover “Lay All Your Love On Me” wordt aangekondigd als “onze grootste hit”, en krijgt een kale versie mee waarin misschien net iets te weinig gebeurt. En dat Cesar De Sutter niet de beste zanger is helpt ook niet.

De Marc Ribotgitaar zal terugkomen bij Kosmo Sound, dat van technisch kunnen zijn dingetje maakt. En ja: Edmund Lauret is een verdomd straffe gitarist, maar wat ben je daar mee als de groep rond hem best steriele dub, funk en afrojazz serveert? Het leeft niet, het vibreert niet, maar god, ja, het was goéd gespeeld. Ben je niets mee, maar je weet op dit soort wedstrijden altijd dat de kans bestaat dat een jury in katzwijm valt voor dit soort musician’s musianship. Songs? Aanstekelijke deuntjes? Ach; als het maar epateert.

Daar houden ze immers van in Gent, waar tegenwringen hoog in het vaandel staat, en het woord “jazz” dan al rap ter verdediging uit de monden rolt. Verdomd geen jazz was nochtans Uma Chine – ja, dat is een verschrikkelijk slechte woordspeling – dat uit een overdaad aan zangeressen is opgetrokken. We willen echt niet in elk vocaal trio Laïs vermoeden, maar de manier waarop de zussen Rana en Sherien Holail Mohamed Nele De Gussem bijstaan, doet bij momenten hard aan de folkvrouwen denken. En dat zou niet eens zo erg zijn als drummer Simon Raman niet elk nummer van een ambetant tegenritme zou voorzien, of de frontvrouw haar gitaar de helft van de tijd meer als een accessoire lijkt te dragen dan als een instrument. We zijn op dat moment drie songs ver, en we moeten nog het eerste nummer die naam waardig horen. Het wordt een lange avond.

Het wordt gelukkig ook beter. Julien Firmin begraaft zijn songs dan wel tussen eindeloze in- en outro’s, ze zijn er wel. Het is niettemin lang wachten op “die stem die zelfs plastieken bekers doet barsten”, zoals hij wordt aangekondigd, en wanneer de strot eindelijk opengaat blijkt het een prekende bluesstem. Het doet wat denken aan Sixteen Horsepower en het rauwere van The Veils – denk Nux Vomica – maar mist ook een zekere beschränkung, zeker wanneer een tweede nummer na een erg Dire Straitsachtige intro alweer minutenlang aanpielt voor het ter zake komt. En dan is er wéér die Ribotgitaar in een volstrekt overbodige instrumentale afsluiter. Firmin kan iets, maar hij weet nog niet zo goed wat, dus schiet hij in alle richtingen. Stuurt iemand hem naar Kamp Waes voor een kleine training mikken?

Meskerem Mees heeft geen halve minuut nodig om de zaal plat te slaan. De zaal is gezellig gaan zitten voor de piepjonge Gentse, zij is zenuwachtig en een tikje ziek, maar samen met celliste Febe Lazou overrompelt ze. Ze speelt geweldig gitaar – of het nu fingerpicking is of folky aanslagen – maar het is vooral haar stem die verbluft. En Meskerem Mees  heeft ook de songs om haar ongepolijste talent vorm te geven. “Astronaut” is knap, “The Writer” ronduit straf.

We hebben een winnaar, denkt een mens dan, maar dat is halverwege een wedstrijd te snel gedacht. Linde Muylaert trekt haar mond open, en je hoort Anna Calvi. Gitarist Jeroen Huyzentruyt drukt een pedaaltje in, drummer Jef De Smet roffelt discreet, en herinneringen aan het soundscapigste van Wovenhand komen naar boven. Het plaatje klopt bij Linde helemaal. Uit dat kleine lijfje ontsnapt een machtige stem, die zonder gêne naar de keelzang van “Evaporate” overgaat, of kwaad uithaalt als PJ Harvey. De arrangementen zijn avontuurlijk en matuur, de teksten uitdagend. “I love having herpes” prevelt Muylaert, en nog voor je je afvraagt of ze dat hopelijk metaforisch bedoelt, zit je al begripvol te knikken.

Het venijn van deze Sound Track zit dan weer in de staart. De foute hardrock van Leopard Skull mag de hardere werkzaamheden openen, en zorgt meteen voor humor. Geláchen hebben we, toen Harm Pauwels zich halverwege het openingsnummer knullig van zijn gitaar ontdeed, om achter de piano het tweede deel ervan in te zetten. Geen idee waarom, maar wij voelden een vreemde aandrang “Gallilleoooo” te roepen, en vragen ons onwillekeurig af of die cover van “Child In Time” zal volgen alsook waar die belegen geur vandaan komt. De jaren zeventig? Roken die écht zo? Sorry, te jong om ons dat echt te herinneren, maar we willen hier heel hard, heel ver van weg lopen.

Het laatste is het hardste, maar wie hier nog staat wil weten wie wint, en kan dus niet weg. Depths grijpt zijn kans, en overtuigt. Knappe postrockgitaren maken plaats voor post-hardcore zang, die echo’s van Slint in zich draagt, en een energie die we zelf aan het einde van het weekend maar zelden meer over hebben. Het klinkt allemaal strak, gedreven en overtuigend; een spetterend uitroepteken aan vijf lange uren.

Aan het eind wint de jury, en die kiest naast Meskerem Mees ook voor Peenoise en Kosmo Sound. Oost-Vlaanderen heeft zijn nieuwste superstars, aan hen om het nu te bewijzen. En daarmee is ook de eerste editie van Sound Track rond. In totaal achttien laureaten, drie voor elke Vlaamse provincie en drie voor Brussel, krijgen nu een traject voorgeschoteld door de vele partners van organisator Poppunt. Er is sprake van studiotijd, showcasefestivals in het buitenland en masterclasses.

Of de eerste editie van Sound Track een succes is, moet dus nog blijken, al zou dit format in onze stoutste dromen wel eens komaf kunnen maken met de Rock Rally, De Nieuwe Lichting en andere onzin. Wedstrijden zijn enkel goed als ze talent stimuleren, niet als ze talent pushen om in de richting van het commercieel levensvatbare te gaan. In die zin is Sound Track een stap in de goede richting, want in principe kan je er zowel de Vlaamse Varg2TM als de volgende Rosalía-achtige act ontdekken; anything goes, en zo zou het altijd moeten zijn.

 

Beeld:
Schemerlicht; Bibiana Reis; Patrick Blomme

verwant

Gent Jazz 2023 :: Jazz of niet, spannend is het wel

Gent is een stad met vele gezichten. Terwijl sommigen...

Blues Peer :: Schot in de (zomer)roos

26 mei 2023

De tweede editie van het vernieuwde bluesfestival in Peer...

Eindejaarslijstje 2022 van Matthieu Van Steenkiste

Raar jaar. Toen het begon, zaten we nog binnen,...

Meskerem Mees :: Caesar EP

Wat komt er na Julius? Juist, ja. De Caesar-EP...

recent

Marty Supreme

Na de overweldigende triomf van Uncut Gems, kozen Josh...

Jeroen Olyslaegers :: De Wonderen

Van de Tweede Wereldoorlog ging het naar de zestiende...

We Are Open 2026 :: Een Duitser met een rups onder de neus

Terwijl Studio Brussel zijn nieuwste vaderlandse vriendjes kiest en...
Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in