Intergalactic Lovers :: Exhale

“It will get better / That’s what I told you from the start” klonk het zes jaar geleden al vastberaden in die onverslijtbare debuutsingle “Delay”. En ze houden nog woord ook: op derde album Exhale klinkt Intergalactic Lovers matuurder, gelaagder en beter dan ooit.

Zo fris en beloftevol de band debuteerde met Greetings And Salutations, zo’n pas op de plaats was Little Heavy Burdens. Weliswaar een zonder meer goeie plaat die de troeven van de band nog eens in de verf zette voor de slechte verstaander (strakke gitaarlijnen, de in een honingpot met weemoed gevallen stem van sterke frontvrouw Lara Chedraoui), maar niet die stap vooruit die nodig is om de belofte van zich af te werpen als een overbodig geworden kledingstuk. Dat doet Intergalactic Lovers met Exhale nu wel.

De vensters van het geluid mochten open, en daardoor mochten ook anderen iets te zeggen hebben op en over deze plaat. Zoals Gil Norton, producer van onder andere Pixies en Foo Fighters. Een uitstekende keuze, zo blijkt. Want ook nu weer laat Norton de band onder z’n hoede geen geforceerde geluiden, texturen of structuren aanbrengen: er wordt vertrokken vanuit de eigen sterkte, waarbij nieuwe lagen in het geluid worden aangeboord. Het wérkt bij Intergalactic Lovers. Dat ze met een zak uitstekende songs naar de studio’s in Leeds en Worcestershire konden trekken, helpt ook.

Groepen doen onder Nortons vleugels aan evolutie, niet aan revolutie. De openingsminuten van Exhale voelen dan ook meteen vertrouwd aan. Op single “Between The Lines” tonen de Lovers meer power en pit, maar van verrassing opgetrokken wenkbrauwen levert dat bezwaarlijk op. Ook “Coast To Coast” en “Give It Up” denderen matuur voort in de bandensporen die de vorige twee platen getrokken hadden, maar frisse impulsen als strijkers, schijnbaar door Phil Spector geproducete drums en dat weemoedige extra onderlaagje tillen beide songs boven de lat van Little Heavy Burdens. De band speelt met een hoorbaar aangedikt zelfvertrouwen, die de zoekende teksten van Chedraoui mooi compenseert. Het mondt uit in een solide geheel.

En dan moet het nog beginnen. Met de dubbele omhaal “Talk! Talk!” en vooral “River” scoort Intergalactic Lovers in de Champions League. De respectievelijk naargeestige en donkere weemoed in beide songs bloeit door prachtige strijkers en arrangementen open tot juweeltjes met deze keer wél die weerhaken die ze in hoofd en hart beitelen. Het zijn songs van dit allooi die het puberlichaam van een band de volwassenheid in sturen. Chedraoui zweet relationele communicatiestoornissen en eeuwig rondstruinende duisternis uit (“Inside my mind there is a darkness that I can’t seem to leave behind”) – je gelooft haar meer dan ooit. Maturiteit, en al.

Nog? Nog: “Fears” bijvoorbeeld, waarin ze diezelfde duisternis (“hello darkness my old friend”) probeert uit te zweten met een opzwepende dijk van een song die al meer naar de sterren reikt. Het is op zulke momenten dat de invloed van Ted Jensen (Florence & The Machine, Arcade Fire) naar boven komt. De songs van Intergalactic Lovers ademen meer dan ooit. Met die aanpak is ook een slepender “No Shame” gebaat of “For The Young Ones”, dat op Little Heavy Burdens een verlegen meisje achteraan in de klas was geweest, maar nu een nummer dat op plaat pront naar voren stapt.

Dat doet de band tout court op Exhale. Dit is zo’n album waarop ambitie door de juiste keuzes omgezet wordt in duidelijke progressie. Dat zal zich ongetwijfeld vertalen in een langere tour, die paar landen extra. Op dit niveau wordt Intergalactic volgend jaar een van dé festivalbands, en de komende jaren een van dé Belgische bands tout court. Die borst mag vooruit, jongens.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 10 =