Incubus :: 8

Goed nieuws voor wie geboren is in de jaren tachtig en blijven steken is in de gemoedstoestand die hij of zij had medio tot eind jaren negentig: Incubus is terug! De nu-metalband komt na 6 jaar stilte op de proppen met een achtste album, getiteld — u raadt het nooit — 8.

Begin jaren negentig begon Incubus als doorslagje van Red Hot Chili Peppers, om tegen het einde van het decennium op de (mest)kar van de nu-metal te springen. Het legde de band geen windeieren, want onderweg naar 2017 verkocht Incubus miljoenen platen. Dat zijn droge feiten en zegt hoegenaamd geen bal over de kwaliteit van die platen. Nu, als we écht naïef vrijgevig zijn, kunnen we zonder een ál te wrange smaak in de mond stellen dat twee à drie songs in het oeuvre van de Californiërs minstens hun plaats verdienden in hun tijdsgewricht.

We willen maar zeggen: Incubus is dus echt geen onsuccesvolle groep – net als pakweg fucking Coldplay evenmin onsuccesvol te noemen valt. Maar genoeg geleuterd: wat heeft Incubus 26 jaar na opstart kwalitatief nog te bieden? … En toen werd het stil. Ja, het kortste antwoord had kunnen zijn: weinig tot niets. de bende trakteert de luisteraar 40 minuten lang op stukken en brokken fletse popmetal (“No Fun”), halfbakken punkrock (“Nimble Bastard”) en debiele postgrunge (“Glitterbomb”). Meestal gebeurt er zelfs zo weinig in de songs dat het de moeite niet loont om er een genre of vergelijking uit te puren.

8 is meer dan eens werkelijk desolaat, alsof er tijdens het mixen stukken blijven liggen zijn zonder dat iemand er erg in had. Toch presenteert de band hun poging tot relevantie als een afgewerkt product. Nu ja, er kwam wel degelijk een soort van productie aan te pas. Meer zelfs: de plaat zou al op enkele weken van release geweest zijn toen ene Skrillex, blijkbaar vriendjes met de gitarist, een bezoekje aan het productieproces bracht. Of hij wat mocht prutsen aan enkele songs, zou die gevraagd hebben. Ja hoor! Hoe het album zou geklonken hebben voor Skrillex de productie ervan op zich nam, laten we maar voor wat het is. Maar waar staat een band als Skrillex, ondertussen ook alweer zo relevant als een inbelverbinding voor internet, een plaat komt pimpen, zonder dat zich dat vertaalt in hoegenaamd íets?

Relevant als een inbelverbinding… Of het Skrillex of de band zelf was die het een goed idee vond om dat vermaledijde gepiep en gefluit als intro te gebruiken voor “Love In A Time Of Surveillance” maakt niet eens uit, maar een afgrijselijkere en lompere knipoog moet zelden op plaat vastgelegd zijn. De song gaat ook nergens over wat hij belooft in de titel. Zo is 8 ook tekstueel een woestijn van holle emo zonder samenhang. Alhoewel, flarden als “way out in space there’s an island/the natives are restless and violent/not long ago they were silent/now they buzz and hum/oh how far they’ve come” werken wel nog op de lachspieren, maar dat zal de bedoeling niet geweest zijn.

Met 8 wil Incubus bewijzen dat er voor zijn muziek nog plaats is in 2017. Als dat zo is (wij zijn ook niet altijd overal), dan is die plaats absoluut te mijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 2 =