AURELIO :: Darandi

Hij kroop in Peter Gabriels Real World Studios om de nummers die z’n dertigjarige carrière kleuren opnieuw op te nemen. Focus op livesound en hét moment voor zowel een terugblik als een introductie voor nieuwe zieltjes, dacht de Hondurese muzikant Aurelio. Maracas? Check. Trommels? Check. Schuddebillen? Dubbelcheck.

Jamaica heeft z’n reggae, Brazilië danst op samba en Colombia exporteert cumbia. Wat hun muziek zo uniek maakt, is de optelsom van culturele invloeden. Eeuwen geleden werden Afrikaanse slaven tot de grote oversteek gedwongen. Zij die de Atlantische Oceaan overleefden, konden niet veel meer dan een beetje culturele identiteit meenemen, die ze uiteindelijk deelden met de inheemse volkeren. Zo ook in Honduras, waar de versmelting tot de “garifuna” leidde. De contouren van deze vrolijke muziek worden gevormd door allerlei trommels, maracas (die sambaballen) en claveritmes op het schild van een schildpad. Er wordt gezongen en de billen worden helemaal losgeschud. Geen garifuna zonder dans, want de ritmes zijn enorm aanstekelijk. Muziek met een glimlach, zoveel is duidelijk. In z’n ruwe vorm kan je de typische garifuna nog spotten aan de kusten van Centraal-Amerika, Belize, Honduras en Nicaragua.

De Hondurese muzikant Aurelio Martinez is een van de bekendste vertegenwoordigers van de garifunamuziek. Hij spitst zich toe op de paranda, een stroming binnen garifuna waarin een akoestische gitaar, een elektrisch surfgitaartje en een scheut blues kenmerkend zijn. Het genre kent invloeden van de Arowakken, de Caraïben, maar ook van West- en Centraal-Afrika. Het is een mengelmoes van ritmes en danspatronen die door z’n variatie aan achtergronden enorm rijk aan kleuren is en geworteld zit in de Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse cultuur. Zijn dertigjarige carrière noopte Aurelio tot een soort Best Of-cd. Hij selecteerde een rist songs die zijn succes belichamen. Wat deze plaat stukken interessanter maakt dan andere Best Of’s? Alle nummers werden opnieuw opgenomen, en duidelijk hoorbaar is zijn streven naar de livesound. De eerste twee nummers, “Dondo” en “Yalifu”, zijn respectievelijk van Junie Aranda en Paul Nabor, twee ouwe rotten in de garifunamuziek. De tien overige nummers heeft Aurelio in zijn eigen palmares gezocht. We merken vooral iets meer vaart in de songs. De percussionisten steken een paar tandjes bij en de elektrische gitaar krijgt meer bending. Van het taaltje van de garifuna verstaan wij geen jota, maar navraag bij een Hondurese leert ons dat de teksten vooral vrolijk zijn en dat komt overeen met de opgewekte en immens aanstekelijke melodieën. Ons doet het wat denken aan de afropop van Janka Nabay, die hippe muzikant uit Sierra Leone. Overzichtelijk en zowel eenvoudig als schrander, en dan met die warme samenzang. “Everybody!” probeert zelfs jóu te overhalen.

Door zijn muziek breed te verspreiden, bevestigt Aurelio de relevantie van zijn garifunagemeenschap. De garifuna, die zich uitstrekt over verschillende kusten in Midden-Amerika en de Caraïbische kust, moet zich sterk weren tegen het opdringende toerisme. Dat een muzikant als Aurelio zijn talent exporteert en dat hij vasthoudt aan de rijkdom van de cultuur, is een hart onder de riem voor andere garifuna-artiesten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + vijftien =