Mount Kimbie :: 26 oktober 2016, Muziekodroom

Het Britse elektronicaduo Mount Kimbie legt momenteel de laatste hand aan zijn derde album. Om dat nieuwe materiaal te testen, zetten de heren een minitournée doorheen Europa op poten. Vooraleer ze die morgenavond op het Pitchforkfestival in Parijs beëindigen, houden ze nog even halt in Hasselt.

Het duo Dominic Maker en Kai Campos, samen Mount Kimbie, vormt nog steeds een van de best bewaarde geheimen van de elektronicascene, zo blijkt uit de relatief kleine zaal waar ze vanavond aantreden. Een jaar of zeven geleden stonden ze samen met hun vriend James Blake aan de wieg van de postdubstep, dat een kleinschalig, gemoedelijk antwoord bood op de dubstep die uit zijn voegen gebarsten was. Maar echt doorbreken deed Mount Kimbie niet. Net als Blake zijn deze heren de postdubstep snel ontgroeid, zo klonk hun tweede album Cold Spring Fault Less Youth (2013) een pak organischer, mede door de gastzang van King Krule, nog zo een onderkend Brits wonderkind. Eerder dit jaar speelde Mount Kimbie enkele DJ-sets, nu volgt een handvol liveshows waarin een tipje van de sluier van album drie wordt opgelicht.

Maker en Campos strompelen het podium op alsof ze net uit hun repetitiehok komen. Dit optreden is duidelijk een try out-show, zo valt de spanning van de gezichten af te lezen, worden de setlists vol aantekeningen angstvallig in de hand gehouden en spelen ze zo goed als in het donker. De Britten hebben wel hun live-opstelling uitgebreid, zo laten ze zich vergezellen door een prima drummer en een toetseniste. Te midden van opener “Field” neemt de drummer het ritme over en gaat Campos heftig tekeer op zijn gitaar waardoor een postpunksfeer ontstaat die ook helemaal aan het einde van de set terugkomt, wanneer dezelfde livedrums “So Many Times, So Many Ways” terugkatapulteren naar de kille jaren 1980.

Tijdens de oudere nummers valt vooral de meerwaarde van de extra toetseniste op. Tijdens “Home Recording” neemt ze ook de zang voor haar rekening, heel afstandelijk doet ze denken aan die van Carla del Forno, de nieuwe ijskoningin van het toepasselijk getitelde platenlabel Blackest Ever Black. Op andere nummers voegt ze extra synthlijnen toe, zoals op “Blood and Form” en het instrumentale “Sullen Ground”, dat opgehitst wordt door een koebel. Soms is het nog wat zoeken naar de beste wisselwerking en loopt het gezelschap zich letterlijk en figuurlijk voor de voeten, maar een puik gespeeld “Maybes” stelt wel even orde op zaken. Het vormt na een half uur het rust- en herkenningspunt dat zowel band als publiek nodig hebben.

De twee nieuwe nummers staan nog niet helemaal op punt, zelfs de titels — “Synth” en “170” — blijven vaag. Al geven ze wel een duidelijke muzikale richting aan. Beiden worden immers gekenmerkt door een hypnotiserend krautrockritme dat live gespeeld wordt door de drummer, waar vervolgens heel wat stuurse synths over gepleurd worden. Denk aan bands als Can en Cluster, maar evengoed aan het album The Inheritors van James Holden. De opbouw is wel meesterlijk. Jammer dat we niet meer nieuw materiaal voorgeschoteld krijgen.

En zo blijkt dit nieuwe Mount Kimbie een berg waar je je nog makkelijk op miskijkt. De passen liggen er nog wat slordig bij en moeten verder ontgonnen worden. Maar de richting is wel duidelijk en de excursie razend interessant. Als die derde plaat wat extra houvast biedt, mag ze er van ons heel snel komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 4 =