Descendents :: Hypercaffium Spazzinate

Moet een herenigde band nieuw materiaal uitbrengen om zijn bestaan te rechtvaardigen? Critici beweren graag van wel en bands lijken het wel eens te doen om een notoire “cashing-in” stempel te vermijden. Maar zit iemand daar écht op te wachten, nieuwe muziek van een — excuse le mot — nostalgieband? Of anders gezegd: wie kan Hypercaffium Spazzinate wat schelen wanneer Milo Goes To College en I Don’t Wanna Grow Up nog steeds de songs voor een ideale setlist verschaffen?

Descendents zijn niet alleen peetvaders van de pop- en skatepunk maar ook van de reüniegekte geworden. Sinds de bands opkomst in ’78 zijn ze reeds vier keer gesplit en herstart. Verantwoordelijk voor die knipperlichtrelatie is Milo Aukerman, die naast vocalist van Descendents ook biochemicus is en beide jobs voortdurend afwisselt. (Wanneer hij zich op wetenschappelijk onderzoek stort, spelen de overige drie bandleden doodleuk verder onder de naam ALL, waarbij Chad Price Aukerman vervangt aan de microfoon.) Sinds de laatste hereniging in 2010 staken allerlei geruchten de kop op over een nieuw album. Die bleken steeds ongegrond, tot op heden.

Hypercaffium Spazzinate volgt niet minder dan twaalf jaar na Cool To Be You en betekent allesbehalve een stilistische ommezwaai. Iets anders verhopen dan de complexloze ‘Descendentspunk’ die ze al decennialang spelen, zou dan ook zelfbedrog zijn. Het vuige van de New Alliance/SST jaren is uiteraard al even uit de sound verdwenen en dit zevende album klinkt wat dat betreft nog cleaner dan zijn voorganger. De gitaren worden al liever eens netjes opgeborgen dan ze kapot te gooien, zoals het goede vijftigers betaamt. Maar laat net dat de sterkte van Descendents anno 2016 zijn: de complete zelfacceptatie maakt het vrijwel onmogelijk ze te haten. Ze gaan niet krampachtig op zoek naar muzikale vernieuwing, noch ontaarden ze in een bedroevende parodie à la Blink 182. Ze berusten erin, en weten de kwaliteiten uit te puren waardoor Hypercaffium Spazzinate niet het gevreesde zwaktebod is geworden. Geen enkele van de eenentwintig nummers zou misstaan in een setlist, wat een prestatie op zich is.

Bovendien borduren ze voort op wat Descendents de leukste hardcore punkband van de jaren 80 maakte: tongue in cheek maatschappijkritiek, situatiehumor en zelfrelativering. De gekende thema’s worden aangekaart met een nieuw aangeboorde volwassenheid. Zo sakkert Milo niet langer over zijn “parents” maar over het ouderschap zelf en de daarmee gepaard gaande uitdagingen (“Limiter”). Zo is de bourgondische liefdesverklaring van “I Like Food” uit ‘81 getransformeerd in een klaagzang over een te hoog BMI en stijgende cholesterol (”No Fat Burger”). Het album laat zich beluisteren als een doodeerlijk verslag van het rijpingsproces. ‘Wij zijn oude zakken en pretenderen niks anders te zijn als oude zakken’, klinkt het, of zoals “Beyond The Music” alles mooi kadert: “Frustrato-rock or chainsaw pop/Or whatever it is we play/This is our family/And it will always be this way”.

Platen maken of kiezen voor het easy money van festivalpassages, voor Descendents maakt het eigenlijk niet meer uit. Hun nalatenschap spreekt intussen voor zich en wanneer het wordt aangevuld met een degelijk album als Hypercaffium Spazzinate, kan niemand daar wat op tegen hebben. Zolang ze het maar met die kenmerkende spelvreugde en integriteit blijven doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − acht =