Ertebrekers :: “Wij zomers? Ik luister ook in de winter naar Marvin Gaye hoor”

Lome beats. Groovy synths. West-Vlaams gewauwel. Wat er met onze radio aan de hand was? Een stevig geval van Ertebrekers. Achter die catchy groepsnaam blijken een paar bekende gezichten schuil te gaan. Is dit dan niet meer dan het groepje — we fluisteren het woord “nevenproject” — van Flip Kowlier?

“Bwah ja, je mag dat een nevenproject noemen als je dat wil. Maar wat is dat, in godsnaam?” Flip Kowlier zucht eens diep, in het oefenzaaltje naast zijn woning. “Ik ben niet van plan om geen soloplaten meer te maken, maar dat wil niet zeggen dat ik Ertebrekers niet serieus neem.”
Dat hoor je ook aan Otel, de eerste plaat die hij onder die nieuwe groepsnaam opnam, samen met zijn vaste toetsenist Peter Lesage en zanger Jeffrey Bearelle. Funk sluit zich naadloos aan bij soul en grooves wiegen zachtjes op het ritme van de “Zji”; dit is muziek gemaakt met liefde voor het genre, met kennis van zaken. Een vraag naar het waarom lijkt overbodig en dat vindt Kowlier ook.

Kowlier: “Het voelde als een noodzaak, denk ik. Als muzikant wil je vooral dingen maken en dan is het niet van belang onder welke naam of in welke constellatie. Er is vooral die goesting om te creëren. Ertebrekers is zo’n verhaal, een verhaal van een aantal mensen wiens paden elkaar kruisen. Peter en Jeffrey kennen elkaar al lang en ikzelf speel al jaren met Peter samen, en zo hebben ik en Jeffrey elkaar twee jaar geleden leren kennen. Aangezien we alle drie van ongeveer dezelfde muziek houden, was samenspelen niet zo’n vergezocht idee.”

enola: Had je er nood aan om opnieuw in de warme schoot van een groep te spelen?
Kowlier: “Het beviel me in elk geval heel erg. Ik heb een tijdje bij Admiral Freebee gebast en daar voelde ik al dat het erg comfortabel is om eens niet de frontman te moeten zijn. Natuurlijk sta ik graag vooraan, maar het is ook aangenaam om eens op de achtergrond achterover te kunnen leunen. En laat ons eerlijk zijn: als ik een soloplaat had willen maken die wat soulvol en funky klonk, dan was ik zonder de hulp van anderen ook niet ver geraakt. De noodzaak om een groep te hebben zou er dus sowieso geweest zijn.”
“Ik ben het laatste jaar solo op toer getrokken, en dat was ik ondertussen wel een beetje beu aan het worden. Niet dat het niet leuk was om alleen te spelen, maar telkens weer dezelfde show brengen, kan al eens gaan vervelen. Opnieuw in een band spelen is veel afwisselender.”
Lesage: “Eigenlijk is het begonnen met muzikaal verkeer tussen Jeffrey en mij. Toen bleek dat ook Flip met hem aan het schrijven was, kwam het idee om samen een groep te vormen vanzelf.”
Bearelle: “We hebben ons afgezonderd in een studiootje en dat bleek te werken; de nummers lieten zich vlot schrijven.”

enola: Was het meteen duidelijk dat het zo’n smooth en soulvol project zou worden, of zijn er ook andere muzikale richtingen uitgeprobeerd?
Bearelle: “We hebben gewoon ons ding gedaan, zonder echt stil te staan bij de vraag welke stijl we zouden spelen. Iemand maakte een demo of kwam met een idee en dat was het begin. We wisten uiteraard wel dat we de soulfunkrichting zouden uitgaan en niet met rocktracks zouden eindigen.”
Lesage: “Uiteindelijk heeft Flip tien jaar hiphop gemaakt en Jeffrey heeft een heel soulvolle stem; het ging dus vanzelf die richting uit.”

enola: Was de rolverdeling even evident?
Kowlier: “Ja. We zingen alle drie, maar het was snel duidelijk dat Jeffrey over de beste stem beschikte en dat ik beter was in rap. We vonden dus gauw de rol waarin we ons thuis voelden. Voor mij was het bijvoorbeeld evident dat ik, zoals vroeger, nog eens de bas zou opnemen. En Peter speelt zoals gewoonlijk alle toetsen, waardoor hij ook erg zijn stempel op de arrangementen heeft gedrukt.”
Lesage: “Jeffrey heeft ook veel nummers voorgesteld waar wij enkel nog op instrumentaal vlak onze bijdrage moesten leveren. Maar het gebeurde ook dat Flip een nummer van A tot Z schreef of dat ik een beat bedacht waarmee zij aan de slag gingen. Een echt afgelijnde rolverdeling was er dus niet, maar ieder van ons heeft wel duidelijk zijn kwaliteiten.”

enola: Otel zou volgens de perstekst een ode aan het hedonisme zijn. Hoezo?
Kowlier: “Dat woord is er inderdaad ingeslopen. De persoon die de biografie heeft geschreven, heeft zich daar even uitgeleefd. Wij hebben daar niet snel genoeg op gereageerd en daardoor is dat woord daar blijven staan. Zelf hebben we dat nooit zo bekeken, maar natuurlijk is het zo dat de plaat door zijn klankkleur die associaties oproept.”
Lesage: “Het is typerend voor die muziekstijl dat het bij luisteraars iets zomers oproept. De gedacht aan de cocktail in de hand is nooit ver weg. Waarschijnlijk omdat ze enkel op vakantie dat soort muziek beluisteren, maar bij mij is dat niet zo: ik luister ook in de winter naar Marvin Gaye. En dat kan net zo goed met een ordinaire cola bij de hand. Er zit ook veel meer in de plaat; Je kunt het reduceren tot soul en funk, maar net zo goed hoor je eighties-vibes, seventies… En in “Miss Amerika” zelfs moderne geluiden.”

enola: Daarover gesproken: is dit de plaat waarop jij, trouwe sessiemuzikant, eindelijk eens van de leiband mag? Het moet van Moiano, je oude groepje uit het begin van de eeuw, geleden zijn dat je nog eens zo loos bent mogen gaan.
Kowlier: “Het had nergens op geslagen als Ertebrekers net als mijn soloplaten had geklonken.”
Lesage: “Ik heb me in elk geval eens niét moeten inhouden. (lacht) Dat is plezant natuurlijk, want als sessiemuzikant ben je natuurlijk aan de stijl van je werkgever gebonden. Het blijft altijd het ding van iemand anders, terwijl ik me bij de Ertebrekers als een kind in de snoepwinkel voelde. Ik denk dat we ook het voordeel hebben dat we in het West-Vlaams zingen, waardoor je muzikaal net iets verder kan gaan dan in het Engels, zonder dat het als een pastiche gaat klinken. Want we zijn natuurlijk niet opgegroeid in een gospelkerk; we blijven Vlamingen, dus het zou nogal onecht voelen als we het in het Engels probeerden.”

enola: Moést het opnieuw in het West-Vlaams of hebben jullie daar toch over gediscussieerd?
Kowlier: “Ja, voor mij is het West-Vlaams een evidentie geworden. En ergens onderweg, nog voor er van Ertebrekers sprake was, had ik ook Jeffrey al eens overtuigd om in het West-Vlaams te zingen. Ik weet immers dat als je die switch maakt, er een wereld voor je opengaat: je begint te schrijven, en het komt er vanzelf uit. Hij heeft mijn raad gevolgd en ook bij hem kwam het blijkbaar vanzelf. In dat opzicht was het kiezen voor West-Vlaams heel evident. Zingen in het Engels? Ik zou het niet kunnen, man.”

enola: In “Party too Much” is niettemin de Zuid-Afrikaanse rapper Jack Parrow te gast. Hoe kwam je bij hem terecht?
Kowlier: “Ik vond bij het schrijven dat er in de zin ‘Je feest teveel’ iets Zuid-Afrikaans zat. Ik heb Jack leren kennen toen ik voor het Canvas-programma Soundtrack in Zuid-Afrika zat, en nadien heb ik hem aangeschreven met de vraag of hij wilde meedoen. Het is een goeie match vind ik, aangezien hij net als ons met hiphop bezig is en zijn Zuid-Afrikaans gelijke trekken met het West-Vlaams vertoont. Al was het maar dat het voor velen even onverstaanbaar is. En nu hopen we uiteraard stiekem op een doorbraak in Zuid-Afrika.” (grijnst)

enola: Ik kan me voorstellen dat het live iets anders is dan als Flip Kowlier.
Kowlier: “Vakantie omdat ik de frontman niet hoef te zijn? Neen, toch niet. Plots is alles anders. Zo heb ik geleerd dat het niet eenvoudig is om te zingen als je bast, terwijl zingen en gitaar spelen wel gaat, want gitaar geeft de juiste cadans. Het is een uitdaging, maar dat geeft ook veel speelplezier. ”

enola: Tot slot: zijn jullie eigenlijk wel hartenbrekers?
Kowlier: “Ik ga niet zeggen dat ik nog nooit een hart heb gebroken, maar toch niet echt.”
Bearelle: “Minder dan vroeger, laat ons het zo zeggen.” (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + twee =