Roadburn 2016 :: 16 april 2016, 013 Tilburg

Vroeger stuurde enola 1 recensent voor 3 dagen naar het legendarische Roadburn Festival, dit jaar waren het 2 mannen voor 1 dag. We worden er dan ook niet meteen jonger op, natuurlijk. Maar voor de dertigste verjaardag van sludgemonolieten Neurosis zijn we meer dan bereid om onze gezamenlijke mentale en fysieke integriteit op het spel te zetten. Alles voor de kunst!

Roadburn is al jaren hét referentiefestival voor alles wat zwaar en donker is (qua muziek dan toch). Begonnen als een stoner- en sludgefestival, verkende het festival in de loop der jaren een meer divers muzikaal parcours. Een festivaldag brengt je tegenwoordig langs black metal, folk, psychedelica, post-hardcore, wave en zelfs vrije improvisatie, waardoor je deze keer primitief gebeuk kon afwisselen met de hardcore voodoo van Diamanda Galas, en Noordelijk geraas van corpsepaint-ventjes met de onvoorspelbaarheid van een Yodok III. Sinds gitarist Dirk Serries door het Zweeds-Noorse duo Tomas Järmyr (drums) en Kristoffer Lo (tuba, flugabone) uitgenodigd werd naar Noorwegen, leverde het al een fraaie reeks concerten en een paar goed onthaalde releases op. De release van hun nieuwste album (deze keer bij, waar anders, Consouling Sounds), vorig jaar live opgenomen in thuisbasis Trondheim, viel samen met dit concert.

En opnieuw werden verwachtingen meteen van tafel geveegd. Deze keer geen start op fluistervolume en geen verloop als een sinusgolf met een opwaartse beweging en een logische ontmanteling, maar meteen een krachtige energiestoot van noisy gitaargefriemel, dik aangezette effecten van Lo en, iets later, een sleutelrol voor de ontembare Järmyr, die ondanks een hels reisschema (een dag eerder zat hij nog in Brisbane, Australië) meteen zijn souplesse kon tentoonspreiden. Het was even wringen en stoten, maar ideaal om de geluidsbalans in geen tijd op punt te krijgen en het samenspel vervolgens naar iets vertrouwder terrein te sturen. Daarbij groeiden de muzikanten gestaag naar elkaar toe (iets waar zelfs een gebroken snaar niets aan kon veranderen), werd het soms onduidelijk waar tuba, gitaar en al die effecten in elkaar overliepen. De middelsectie was deze keer geen uitbarsting, maar een ingetogen verkenning vol kleine texturen die weliswaar niets inboette aan intensiteit. En dat dit wérkte, ook voor een publiek dat zo kon opdraven in een Europese Sons Of Anarchy, onderstreept dan weer de brede kijk van festival én publiek. Je kon een speld, een kruimel, horen vallen tijdens de stilste passages. Al zal het, eerlijk is eerlijk, die machtige finale zijn die het langst nazindert, door die massieve collectieve geluidsspiraal en een ontketende drummer die — compleet met razende basdrums — het boeltje voor zich uit bleef stuwen. Half vier ’s middags, en we hadden er al een knoert van een hoogtepunt opzitten.

De grote zaal van de 013 was steeds een pareltje in concertland: ideale grootte, schitterend geluid en een opstelling waardoor iedereen nagenoeg een perfect zicht had op het podium. Tot vorig jaar besloten werd om de zaak fors uit te breiden. De main stage werd met een dikke tien meter verlengd en heeft nu de allures van een Lotto Arena. Jammer genoeg kunnen we dat ook zeggen van het geluid, dat moeite heeft om de nu waarlijk gigantische zaal te vullen. Het koppig pompende sludgeviertal Brothers Of The Sonic Cloth rond grungeveteraan Tad Doyle, dat zich leek op te houden in de zone tussen Crowbar en Yob, had er al serieus last van, en jammer genoeg kan dat ook gezegd worden van de eerste headliner van deze dag Tau Cross. Deze band is een samenwerking van Amebix-zanger en punkmetalveteraan Rob Miller en Voivod-drummer Michel Langevin. Beide heren en begeleidingsband zijn experten in het opzetten van gigantische gitaarmuren en pompende, groovende ritmelijnen, en tonen dat ook op de main stage van de 013. Het is dan ook een strak optreden dat bulkt van de energie, maar veel gaat verloren in de veel te matige geluidsmix. Zet dit in een iets kleinere zaal en het dak gaat eraf.

We haasten ons dan maar naar die andere grote vis, namelijk Misþyrming. De IJslandse black metalband rond de piepjonge Dagur mocht aantreden als gastcurator, en gaf de voorbije twee dagen al twee fel gesmaakte optredens. Derde en laatste optreden op Roadburn moest dus ook een dikke klepper worden, en met de belofte om de machtige debuutplaat Söngvar elds og óreiðu integraal te brengen, stoven enorme horden gegadigden naar de Green Room in de 013. En die zien dat onze vriend Dagur drie dagen hard gewerkt, maar ook flink gefeest heeft. Van top tot teen zwart geverfd (wat enkele Zwarte Pietgrappen uit het publiek oplevert, we zijn natuurlijk nog altijd in Nederland) vliegt de band meteen in het woeste “Söngur heiftar”, openingsnummer van de plaat. Maar het is al snel duidelijk dat de strakheid en finesse uit het spel van Misþyrming gefeest is. Vooral Dagur speelt er bij momenten flink naast, en kan zich enkel echt uitleven als er niet te veel technisch moet gepingeld, maar gewoon lomp mag gehengst worden. Vooral de op zich niet al te geweldige riff van “Söngur uppljómunar” gaat daardoor volledig de mist in. Maar bij momenten toont Misþyrming zich toch een machtige, brute black metalmachine, niet in het minst door het geweldige drumwerk van de imposante Helgi, die de hele set retestrak aan mekaar mept. Gelukkig maar, want anders hadden deze zwarte pieten maar een bleke show afgeleverd (ja, sorry hoor…).

Terug naar die monsterlijk grote main stage (we geraken er maar niet over) om hardcorelegendes Converge te gaan bekijken. Op de eerste dag van Roadburn speelden de mannen uit Boston integraal de mythische plaat Jane Doe die dit jaar 15 wordt, maar vandaag wordt onder de titel ‘Blood Moon’ een speciale set opgebouwd rond het tragere, zwaardere werk. De band zou daarin vergezeld worden door enkele gastmuzikanten, waaronder Cave In-zanger en gitarist Stephen Brodsky en Chelsea Wolfe-keyboardspeler Ben Chisolm die het hele optreden meespelen. Ook Chelsea Wolfe zal een stuk van de set meespelen, en Neurosis-frontman Steve Von Till zorgt voor een kippenvelmoment met een schitterende vertolking van “Cruel Bloom”. Het is de eerste keer dat we het gevoel hebben dat een band de kolossale ruimte van de grote zaal helemaal vult, en deze gigantische topset van Converge is dan ook meteen een serieus hoogtepunt van deze zaterdag.

Nog overdonderd door de grootsheid van Converge trekken we spoorslags naar de Cul De Sac, waar net zoals vorig jaar Belgisch boekingskantoor Ruffstuffmusic weer een dag vrij spel krijgt om het eigen roster in de kijker te zetten. We pikken er Grimmsons uit: een Antwerpse heavy post-hardcoreband die de laatste twee jaar al een interessant artistiek parcours (zij het soms met serieuze hindernissen) heeft afgelegd. En wanneer we de Cul De Sac binnenstappen ruiken we meteen onraad. Gitarist Fré Duran heeft namelijk tijdens de soundcheck zijn versterker opgeblazen, waardoor er een lichte geur van barbecuerubber in het zaaltje hangt. De stress is af te lezen op het gezicht van de band, wat niet geholpen wordt door het matig aanwezige publiek, waarvan de harde kern meer promilles dan hersencellen telt. Maar dat ‘recipe for disaster’ buigt Grimmsons om in een korte, maar woeste, grimmige set waarin de grens tussen passie, energie en agressie soms wel erg vaag wordt. We onthouden een woeste uitvoering van “∞” en een lang uitgesponnen, maar bezwerend “Erika”. Intensiteit troef, en zo hebben we onze Roadburn-optredens graag.

Intensiteit is een term die ook bij Amenra hoort zoals ‘hansworst’ bij Jan Jambon, maar voor het eerste van twee optredens werd dat wel een beetje anders ingevuld. Voor wie de band al een tijd volgt, is een akoestisch optreden (of om helemaal correct te zijn: een ingetogen concert) geen verrassing meer. De band blijft zijn actieradius stap voor stap uitbreiden en heeft mettertijd geleerd dat de impact er niet minder om moet zijn op een lager volume (zie ook: Syndrome, CHVE). Toch zal het voor sommigen misschien even wennen geweest zijn om de band met een paar gasten plaats te zien nemen in een kring, op (wat anders) kerkstoelen, met nog altijd zorgvuldig gestileerde belichting en een paar toepasselijke attributen (kaarsen en habijt voor Van Eeckhout). Net als de nieuwe plaat Alive bestond de set uit oud en nieuw(er) materiaal, en passeerden er ook twee covers. Heel grote ingrepen waren er eigenlijk niet gebeurd, het klonk vooral een pak stiller. Gitaar, bas en ritme werden spaarzaam op elkaar gelegd, schijnbaar rudimentair als een verzameling rondgestrooide botten, gaandeweg ook aangevuld met viool en een tweede stem, maar het was eigenlijk Van Eeckhout die de emotionele impact van de muziek het mooist droeg. Heel ideaal was het misschien niet in die kolossale zaal, waar zelfs een respectvol publiek het eindeloze bekertjesgekraak niet kon voorkomen, maar de compacte set sloeg wel aan en die cover van Zjef Vanuytsels “Het Dorp” (stem en één gitaar) was er knal op.

Door het verorberen van een ietwat zonderlinge vegan kapsalon (die vegans houden blijkbaar ook van vetzakkerij) die te lang op de maag blijft liggen, komen we te laat voor het toch stevig geanticipeerde optreden van het Finse Atomikylä die in de kleine bijzaal Extase hun duister amalgaam van metal, drone en psychedelica zullen loslaten. Het verdwijnen van de Stage One in 013 (liefkozend de Batcave genoemd) vroeg om een bijkomend podium, en dat werd gevonden in de achterzaal van een café in de buurt. Het ding is even groot, maar het vals plafond, de smalle toegang en de mindere geluidsinstallatie maken dat we, halverwege de zaal, geplet tussen het volk en geen hol van het podium ziend, die kleine Batcave wel héél hard missen. Het eerste nummer van een kwartier houden we het nog uit, alleen al om de magistraal opbouwende en bezwerende drone die uitmondt in een onwaarschijnlijke uitbarsting te kunnen ondergaan. Maar dan wordt het een beetje zwart voor de ogen en vluchten we naar de main stage om daar onze muilperen in ontvangst te nemen, want dé hoofdacht van de dag staat klaar om te funderingen van de pas verbouwde 013 te testen.

Negen jaar geleden zagen we Neurosis voor het eerst verbouwingswerken uitvoeren in Tilburg, iets wat ze twee jaar later nog eens kwamen herhalen, naast het cureren van Beyond The Pale. En nu waren ze terug van de partij, ter gelegenheid van hun dertigste(!) verjaardag, op wat ze zelf als het beste festival ter wereld beschouwen (en dat is geen promopraat). En wie ook maar een minuut durfde twijfelen of het intussen legendarische vijftal ging zorgen voor een memorabel concert, zal tot het einde der tijden ontvangen worden op hoongelach. Neurosis beukte er immers twee uur op los met een verbetenheid en oorlogszucht die in West-Europa samen met de Vikingen verdween. Gesteund door een massieve sound die meteen in de DEMOLISH-stand stond, baande de band zich een weg door een discografie waarvan het belang intussen amper te overschatten valt. Vanaf de openingssample “Are You Lost?” van evergreen “Lost” tot het einde van “Stones From The Sky”: het was een titanenshow, een woeste veldslag en een verlammende beproeving in één. Niks voor wie op zoek is naar fun en grooves, of gewoon effe lekker een beetje met die kop wil schudden, maar uitgelezen spul voor wie wil afzien en ondergaan in dit ellendige tranendal. We zagen volk rond ons door het lint gaan als in een religieuze trance, elk woord meeprevelend.

De band putte — we hebben het opgezocht — uit elk album, behalve de samenwerking met Jarboe, en dat leverde een helletocht op die voerde langs de hardcore punk uit Pain Of Mind en The Word As Law en de invloedrijke stijl (sludge, postmetal, tribaal exorcisme, bulldozerdoom, hoe je ’t ook wil noemen) die ze zich eigen maakten vanaf Souls At Zero. Repetitieve drumpatronen, knetterende toetsen/elektronica, sinistere effecten, donderende baslijnen, woeste brulpartijen en loden riffs, maar vooral ook een gezamenlijke impact die aankwam als een voorhamer. Ook bij een versie van Joy Divisions “Day Of The Lords”, die ze zich eigen gemaakt hadden. We stonden te gapen vanop de eerste rij en staarden in ongeloof naar de ravage die aangericht werd — door een driftig headbangende Von Till en Kelly die als vanouds met een moordzuchtige blik stond te rammen — met o.a. “Water Is Not Enough” (eigenlijk twee geweldige songs in één) en “Takeahnase”. Persoonlijke favorieten “Locust Star” en “The Doorway” waren afwezig, en na een minuut of tachtig werd de wurggreep even iets minder dodelijk, maar dan kwam “Through Silver In Blood” (mét extra percussie, natuurlijk) en werd je eraan herinnerd dat Neurosis nog altijd z’n eigen liga vormt. En net als je denkt dat de boel zo stilletjes aan uit z’n voegen gaat barsten, doen ze er eerst nog een schep bovenop. Die apocalyptische bombast is natuurlijk te nemen of te laten, maar de band speelde twee uur lang met een overgave en focus die grensde aan het onbevattelijke. En zo is het weer sterker dan onszelf, vervallen we weer in het pompeuze superlatievenjargon, maar dit is dan ook het verhaal van de lat en waar die te leggen. Neurosis speelde op zaterdag een overdonderend heavy, slopend en indrukwekkend optreden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 3 =