Shannon & the Clams: Gone by the Dawn

Shannon & the Clams haalt de mosterd vooral in de fifties en sixties, en met name bij de R&B, doo wop en soul uit die periode. De groep doet dus iets wat vijftig jaar geleden al gedaan werd, merkt u terecht op, maar doet dat ook uitermate goed. Liefdesverdriet en een smachtend, onvervuld verlangen zijn terugkerende thema’s. Sentimenteel is dat zeker, maar klef is het zelden. Het wordt af en toe zelfs een tikje poëtisch.

Wat Shannon & the Clams echt onderscheidt van veel hedendaagse retrobands, zijn de ijzersterke zang van frontvrouw en bassiste Shannon Shaw en het inventieve gitaarspel van Cody Blanchard. Dat eerste komt aan als een natte spons in het gezicht, het tweede zit verscholen in kleine hoekjes — subtiele fraseringen, die paar juiste foute noten – en openbaart zich elke aandachtige luisterbeurt een beetje meer. Blanchard zingt zelf ook af en toe, maar de enige stem die er binnen Shannon & the Clams echt toe doet, is die van Shannon.

Gone by the Dawn is de vierde studioplaat van de retrogroep uit Oakland. Opener “I Will Miss the Jasmine” is versierd met psychedelische stofjes uit de sixties, en klinkt alsof wijlen Joe Meek er zelf wat spookiness in gedraaid heeft. Die ijle en bevreemdende klankjes komen wel vaker terug op de vierde, zie bijvoorbeeld in de titeltrack en de uptempo heartbreaksong “It’s Too Late”, en complementeren erg goed de heerlijke oude, in reverb gedrenkte garagerocksound die Shannon & the Clams al etaleerde op zijn debuut.

In de korte gitaarsolo in “My Man” demonstreert Blanchard hoe je heel veel kan zeggen als je de weinige noten die je speelt op het goeie moment net dat beetje de nek omwringt – zie ook “Telling Myself”. In “Point of Being Right” toont Shannon & the Clams dat ze ook de girl group sound uit de jaren zestig onder de knie heeft. “The Bog” laat twee gitaren die in een oude computerspelkast met elkaar duelleren. Best leuke lijnen, maar geen nummer dat blijft hangen. “Corvette”, waarin Blanchard de zang voor zich neemt, is dat evenmin.
“Knock ’em Dead” is de obligate garagepunksong zoals “Bed Rock” die was op hun vorige plaat Dreams In the Rat House. “Knock ’em Dead” is evenwel gemener dan “Bed Rock”, en wordt live ongetwijfeld een bommetje.
“The Burl” is een van de hoogtepunten dankzij de geweldige groove die gedragen is door gerommel en klapperende hoeven in de verte, en een gitaar die niet weet welke kant uit te vluchten.
“You Let Me Rust” is een waardige afsluiter waarmee Shannon & the Clams opnieuw aanklopt bij Meek.

“Onze laatste plaat is de beste”, zei Blanchard onlangs over Gone by the Dawn. “Maar dat zeggen alle bands wellicht.” Twee keer knal erop.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − 9 =