OORSTOF: Tashi Dorji + Akira Sakata/C. Spencer Yeh/Giovanni Di Domenico/Laurens Smet/Louis Evrard :: 11 oktober 2015, De Studio, Antwerpen

Het zijn niet alleen de grote kleppers die de revue passeren in de OORSTOF-reeks van SoundinMotion. De keuze voor jonge, creatieve muzikanten uit eigen land is net zo goed een spoor in het programma van de Antwerpse concertorganisatie. Dat ook een combinatie tussen de twee mogelijk is, werd zondagavond duidelijk.

Op goed anderhalve maand tijd haalde SoundinMotion al een indrukwekkende reeks topnamen naar Antwerpen. Peter Brötzmann, Paal Nilssen-Love, Ken Vandermark, Nate Wooley en nu ook Akira Sakata. De kleine Japanner werd in De Studio gekoppeld aan pianist Giovanni Di Domenico (met wie hij al vaker samenwerkte), bassist Laurens Smet en drummer Louis Evrard. Op het laatste nippertje werd daar ook nog C. Spencer Yeh aan toegevoegd, een woelwater op viool en tevens een berucht stemkunstenaar. Eerst was het echter de beurt aan Tashi Dorji, een gitarist uit Bhutan die momenteel in zijn eentje door Europa zwerft. Na vele cassette- en vinylreleases op allerlei obscure labels, presenteerde hij zijn eclectische gitaarstijl voor het eerst live aan een Belgisch publiek.

Eclectisch schiet als begrip eigenlijk nog te kort om de aanpak en performance van Dorji te kunnen omschrijven. Werden er op voorhand al parallellen getrokken met Derek Bailey en John Fahey, dan kon je achteraf vooral constateren dat de man over een aparte stijl beschikt. Dorji koos nooit voor een conventionele gitaarstemming (het neigde naar willekeur, maar dat was het zeker niet) en voegde daar nog allerlei elementen en technieken aan toe vooraleer hij aan het improviseren sloeg. Leuk is dat hij daarbij ook dingen incorporeerde die de meeste gitaristen als “fout” beschouwen: een snaar die trilt tegen een vingernagel is meestal het gevolg van een verkeerde vingerzetting, maar hier werd het muzikaal geëxploiteerd. Door te werken met een attack/decay effect , in combinatie met opvallende wijzigingen in het volume, werden de boventonen van die “vingernagelgreep” mooi beklemtoond.

Dorji zette de verwachtingen van de toehoorders op zijn kop. Hij wisselde op radicale wijze af tussen puur akoestisch en vuil elektrisch spel, veelal plots en onverwacht. Door tegelijk achter de brug van zijn gitaar te spelen en met de linkse hand de snaren te beroeren vanop de hals, dikte hij zijn sound nog wat aan. Elke klank en elk bijgeluid had betekenis in de gecreëerde structuur, Dorji beheerste zijn instrument tot in de details. Een bewijs daarvan toonde hij door in volle actie de stemming van enkele snaren lichtjes te wijzigen om zo de juiste boventonen te vinden op zijn (op dat moment) prepared guitar. Even voordien had hij namelijk een speld tussen de snaren gestoken, waardoor de gitaar als een verzameling klankschalen ging klinken.

In het tweede en laatste stuk werd de speld vervangen door een vismes en plakte Dorji een gitaarfret af met tape. Wat volgde was een regen van flageoletakkoorden in een iets meer rechttoe-rechtaan improvisatie in vergelijking met het eerste deel. Goed veertig minuten duurde het allemaal in totaal, genoeg om te kunnen besluiten dat we die avond een buitengewoon muzikant aan het werk hadden gezien. Tashi Dorji, een naam om te onthouden.

De opa die tot dan toe lekker onderuitgezakt in de zetel had toegekeken, sjokte tijdens de pauze naar het podium om zijn instrumenten klaar te zetten. Akira Sakata is ondertussen 70 jaar oud, maar eenmaal op dreef blaast hij op altsax het gros van de concurrentie nog los onder tafel. Onze oren gloeien nog altijd een beetje na van Arashi, zijn recente trioplaat met Johan Berthling en Paal Nilssen-Love, en het was maar de vraag of Sakata in een onuitgegeven bezetting tot een gelijkaardige impact in staat zou zijn. Met de in Brussel residerende pianist Giovanni Di Domenico had hij alleszins een compagnon de route bij zich. Hun samenwerking leidde in 2014 tot twee gesmaakte releases, de duoplaat Iruman en eentje in kwartetvorm met John Edwards en Steve Noble getiteld Live At Cafe Oto. Of het met Laurens Smet, Louis Evrard en C. Spencer Yeh ook zo goed zou klikken, zou pas in de loop van het concert duidelijk worden.

Het gelegenheidskwintet koos voor de we-smijten-ons-en-verder-zien-we-wel-aanpak. Er was naar verluidt ook amper of niet gezamenlijk gesoundcheckt, dus de muziek was noodgedwongen spontaan. Dat er even tijd nodig was om de juiste balans te vinden, was dan ook logisch en daardoor losten de bijdragen van zowel Yeh als Di Domenico aanvankelijk een beetje op in het niets. Dat veranderde toen de één na de ander zich terugtrok en de muziek wat meer ging ademen. Di Domenico liet het percussieve in zijn spel domineren en initieerde zo een leuk pingpongspelletje met Sakata, waarbij muzikale suggesties werden opgepikt en teruggekaatst. Later ging ook Smet de Japanner uit zijn kot lokken met enkele plagerige, gebogen tonen.

Sakata bracht de dynamiek tot stilstand met de klanken van een bel en demonstreerde vervolgens zijn diepe keelzang. Het was een van de zeldzame rustpunten in de set, waarbij alles even geduldig mocht pruttelen. Een korte klarinetpartij breide hier nog wel een vervolg aan, maar door de onderliggende spanning werd het alsmaar duidelijker dat een muzikale explosie imminent was. Die dreiging hing eigenlijk al de hele tijd in de lucht, maar de groep wilde de spierballen duidelijk niet te vroeg laten rollen. Vooral Yeh hield zich gedurende de hele set opvallend rustig. De Amerikaan stond bovendien bijna de hele tijd met zijn rug naar het publiek en leek houvast te zoeken bij de ritmetandem Smet-Evrard, die in uitstekende vorm was.

Uiteindelijk was het de ouderdomsdeken van het gezelschap die met enkele felle uithalen op altsax het voortouw nam in het slot, wat leidde tot een langgerekte en oorverdovende eindsprint. Opvallend genoeg was het vooral Sakata die in een handomdraai compleet in het rood ging, terwijl de rest iets spaarzamer omsprong met zijn energie. Het was dan ook de Japanner die er als eerste helemaal door leek te zitten (niet moeilijk wanneer je zo’n reeks uppercuts uitdeelt), wat hij duidelijk maakte door met een grote zwaai nogal abrupt tot een gezamenlijke afronding te komen. Misschien een wat vreemd einde van het concert, maar beter zo dan nog wat nodeloos te zitten aanmodderen.

Met enkele jonkies aan zijn zijde wist Sakata alleszins zijn reputatie te bevestigen als een van de meest explosieve karakters binnen de gilde der freejazzsaxofonisten. Een meer dan geslaagd concert van een gelegenheidsensemble en een lichtjes verbluffend voorprogramma, er zijn slechtere manieren om een weekend af te sluiten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =