Bozar Electronic Arts Festival :: 9 + 10 oktober 2015, Bozar

Net als vorig jaar zorgden de organisatoren van het Bozar Electronic Arts Festival, dat ondertussen aan zijn vierde editie toe is, opnieuw voor een ijzersterke affiche met kleppers uit het experimentele elektronische genre. Het zal u dus niet verbazen dat het een toptweedaagse werd.

Starten doen we in de Henry Le Boeufzaal met de samenwerking tussen de Duitse geluidskunstenaar Atom TM en de Australische visuele artiest Robin Fox. Ze hebben Double Vision in elkaar gestoken: een driedimensionele show waarin geluid, beeld én lasers met elkaar verweven worden. Wanneer we de grote concertzaal binnensluipen, worden de letters ‘RGB’ — die duiden op de primaire kleuren rood, groen en blauw — op een reusachtig scherm geprojecteerd en doorboren de zware beats meteen alle ingewanden. Het geheel ligt zwaar op de maag en je voelt je neus meetrillen.

Het is duidelijk: we hebben hier te maken met bijzondere artiesten. Uwe Schmidt aka Senor Coconut, een Duitser die zich jaren terug in Zuid-Amerika terugtrok, is een van de meest opmerkelijke artiesten uit de elektronische muziekwereld sinds de jaren negentig. Hij maakte zelfs al eens het werk van Kraftwerk in een latinoversie. In de Bozar horen en zien we eerder een moderne versie van de pioniers van de computer- en robotmuziek. Dit is een radicaal, maar tegelijk meesterlijk licht- en klankspektakel. De fysieke impact is zo groot dat we onszelf nietig beginnen te voelen. Daar zegt een mens al eens ‘wow’ tegen.

Rond half elf is de Henry Le Boeufzaal nog lang niet volgelopen voor HEALTH, maar de afwezigen hebben ongelijk. Dit viertal uit Los Angeles begon als een experimentele noise-band– sla er het eerste album maar eens op na — en evolueerde naar een eigen sound die je katapulteert tussen verschroeiende, door percussie gedreven noise en industriële maar toch zweverige popmuziek. HEALTH begint old school-gewijs aan zijn set, dus met snel, hard en compromisloos drum- en gitaargeweld. Maar geef toe: het voelt meteen vreemd aan om zo’n herrie al zittend te moeten aanschouwen. Daarom gaat het publiek vooraan in de zaal massaal rechtstaan.

Tijdens de nieuwe nummers van het ijzersterke Death Magic slaan sommigen zelfs al aan het dansen. En dat is niet onlogisch: onder meer “New Coke” is een explosief electropopnummer. Alsof Pet Shop Boys van een adrenaline-injectie wordt voorzien. Maar zoals gezegd: HEALTH blijft ook trouw aan zijn noise-roots en zo is er bijvoorbeeld “Courtship II” om ons tevreden te stellen. Maar het extreem catchy “Life” is toch een van de hoogtepunten omdat het nummer mooi gebracht wordt en tegelijkertijd als een mokerslag aankomt. Dat laatste komt vooral dankzij de glansprestatie die drummer-viking-krachtpatser Benjamin Jared Miller — een levende metronoom — neerzet. Na de reguliere set, die dan ook aan een rotvaart voorbij gaat, komt er nog één encore onder de vorm van een finale noise-uitbarsting van amper 30 seconden. Geniaal, nietwaar? Wat een adrenalinebom, dat HEALTH.

Van de noise naar de bezwering: dat Factory Floor een headline-spot kreeg op dit festival, was maar een kwestie van tijd. Het Londense drietal belichaamt zo’n beetje de hele filosofie achter het BEAF. Live-drums, gitaren, modulaire synths en een batterij elektronica — vaak hand in hand met visuals waar u spontaan epilepsie van krijgt — vormen bij Factory Floor de fundamenten van een organische, hypnotiserende trip vol acid, no wave, uitgebeende techno en post-industriële minimal. Hard tegen onzacht, en zelfs wanneer Dominic Butler verstek laat gaan, heeft de rest van deze band power te over. Zonder Butler zat een regulier optreden er natuurlijk niet in, waardoor Gabe Gurnsey en Nik Colk overschakelden op een live DJ-set waarin met mondjesmaat flarden Factory Floor tussen de dampende basbeats en kletsende drumpatronen zweemden.

Dat is net wat deze band zo spannend maakt: songs zijn niet meer dan een vertrekpunt, en op het podium wordt er naar hartenlust gesampled uit het arsenaal van zowel Factory Floor als het solomateriaal van de bandleden. “Turn It Up”, “Fall Back”, “Two Different Ways”, “Work Out”: ze waren er allemaal wel in één of andere vorm, maar op geen enkel moment kwam je echt op vertrouwd terrein. Alert zijn dus, want Factory Floor gooit je zomaar heen en weer tussen de Londense underground, Berlijnse technoclubs en kille New Yorkse hangars. En dat kon u allemaal danig appreciëren, want na een kwartiertje stond de halve zaal al gewoon op het podium te dansen. De security kon er niet echt om lachen, maar bij zoveel krasse beats is een beetje anarchie het minste dat je mag verwachten.

Ook de relatief onbekende Samuel Kerridge heeft een geheel eigen stijl en dat is er een die bestaat uit techno, noise, elektronische muziek en véél feedback, of toch aan het begin van de set. Al deze invloeden resulteren in een meeslepend en modern klankenlandschap. Onmogelijk om een label te kleven op de muziek van deze in Berlijn residerende Britse producer. Dat is duidelijk na het eerste nummer in Terarken. Noem het eerder een uiterst intensieve geluidstrip, die zeer diep in de hersenpan graaft.

Een dj die er een uur lang de variatie weet in te houden: il faut le faire! We horen zowel keiharde hypnotiserende beats (Prurient-fans, zijn jullie al mee?), Andy Stott-achtige ultraduistere techno als ontoegankelijke, op krakende gitaren gebaseerde noise-muziek. Samuel Kerridge beukt er dus meestal stevig op los, maar klinkt allesbehalve oppervlakkig. Deze muziek heeft de impact van een doom metalband: het is apocalyptisch, meeslepend en groots tegelijk. Hoedje af voor meneer Kerridge.

Wie ooit — toevallig — op zoek zou zijn naar een kruising tussen Gonjasufi, Sunn O))) en Evil Abed, moet bij Shaddah Tuum zijn. Dat terzijde. Belangrijker om te weten: Shaddah Tuum nodigt u niet uit om uw familiefeest op te leuken, maar in een zaal als Terarken staat deze band perfect gecast. Loodzware drones worden naar je hoofd gekeild, terwijl dreigend en door elfendertig versterkers gehaald geschreeuw over Satan en andere gezellige spitsbroeders tegen de muren kletst.

De eerste 10 minuten begreep niemand er een snars van, maar naargelang de soundscapes harder en dwingender gingen vibreren, kwam deze band echt op dreef. Shaddah Tuum tekende voor een bijzonder intens uurtje, waarin donderende elektronica vreemdging met zwartgeblakerde industrial.

Na zoveel duistere avonturen gaat de afterparty met de niet onaardige Icon Template echter grotendeels aan ons voorbij. Ondanks het feit dat we een paar acts misten die voor meer afwisseling konden zorgen — we denken aan William Basinksi, Holly Herndon en Blanck Mass — was de eerste dag er alvast één om in te kaderen.


Bozar Electronic Arts festival, dat is ook een beetje genieten van het Brusselse nachtleven. We weten nog altijd niet helemaal wie Anneke was of hoe we op haar feestje terecht kwamen, maar de pinten in Café Lava zijn niet kwaad. Na een korte nacht trok (sk) terug naar de Bozar, waar in de Henry Le Boeufzaal brandende emotie de beats overheersten.

Wie zien we daar staan als opener van die grote zaal? Het Belgische Amatorski, een groep die ergens tussen fluisterrock en dampende elektronica zweeft. Prima adelbrief voor een organisatie die al jaren dit festival met open blik cureert. Hulde, ook al was het voor de Gentse band geen sinecure om op te boksen tegen de gigant die na hen geprogrammeerd stond. Amatorski deed niettemin koppig zijn eigen ding, en dat leverde een aantal parels op. De Slowdive-gitaren in opener “Deer The Wood” bijvoorbeeld, of de ongelijke strijd tussen digitale dreunen en frêle sentiment in “Hudson”.

In “Warszawa” speelde die breekbaarheid de band dan weer duidelijk parten: de overtuigingskracht ebde weg, en de stem van Inne Eysermans zakte door het ijs. Maar goed, net wanneer je het wel zo’n beetje gehad had, brak de song helemaal open met bezwerende postrock, flarden Beach House en gierende shoegaze. De uitgeleide was na amper drie kwartier voor het zachte “Unknown”, waarin Amatorski zich nog eens op z’n meest melancholische toonde, en Eysermans toch weer aan je ribben ging kleven. Geen foutloos optreden, maar bij een band als deze blijft een mens niet lang morren.

Edoch, we hebben het al gezegd: de concurrentie was niet min. Twee jaar geleden stond-ie eigenlijk al op de affiche, toen nog als een derde van Berlijnse grootmacht Moderat. Een motorongeluk besliste daar anders over. Dan maar Apparat uitnodigen, het eenmansproject waarmee Sascha Ring groot werd. Op het programma van deze Soundtracks Tour: een rist nummers die Ring schreef voor theatervoorstellingen en films, aangevuld met goudklompjes uit zijn oudere werk. En zo kwam het dat — eerder uitzonderlijk voor het Bozar Electronic Arts Festival — het publiek bij de afsluitende hoofdact zich knus in de pluchen zetels nestelde.

Aftrappen deed Apparat met soundscapes die hij gaan lenen was bij Johann Johannsson en de atmosferische strijkers van Christina Vantzou. Op het gigantische scherm draaiden beelden van epische berglandschappen en nevels in vale grijstinten – op conto van Transforma, die anderhalf uur lang de muziek van een live gebricoleerd visueel verlengstuk voorzag. Wanneer een sprookjesbos verglijdt in een sinistere grootstadsskyline zet de band een kloppende basbeat in. En net wanneer die je hartslag heeft overgenomen, is er de warme stem van Ring die zich door je aderen wurmt.

Thom Yorke is nadrukkelijk aanwezig in die stem, en de stuurse, tussen IDM en afrobeat laverende ritmes konden zomaar bij Atoms For Peace weggelopen zijn. Berlijnse nachtravendisco, vol bedwelmende krautrock en geluidsmuren die je langzaam overspoelen tot je helemaal kopje-onder gaat. De rest van de set bleef balanceren op die koord tussen op neo-klassieke leest geschoeide soundtrackmuziek en dreampoptechno, zonder ooit bruusk van richting te veranderen. Het was een organische trip die Apparat hier bracht, vol patronen en ritmes die voortdurend door elkaar schuiven.

Hoe dichter het einde in zicht kwam, des te dwingender Apparat klonk. “Lighton” verenigde brutalisme en goudeerlijke emotie onder pletwalsbeats waar Jon Hopkins blij van zou worden; op de achtergrond zijn het sterrenstofvisuals en close-ups van gekrast glas die de zintuigen prikkelen. De remmen waren eraf, u deed een schuchtere poging tot dansen, en Apparat donderde aan een rotvaart voort tot aan dat laatste, fantastische “Black Water”. Drumcomputer en synths als metronomen van een nummer dat hoop uitwasemt, een strohalm om je aan vast te grijpen in donkere tijden. De lach op Rings gezicht na de laatste stervende tonen verraadt alles. Hij weet het: dit was een groots concert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + zes =