Giorgio Moroder :: Déjà vu

“My name is Giovanni Giorgio, but … everybody calls me Giorgio”. Met die flard parlando katapulteerde Daft Punk discopaus Giorgio Moroder de eenentwintigste eeuw in. “Giorgio By Moroder” groeide uit tot een van de meest geliefde nummers van Random Access Memories. De Italiaan was plots weer hot en begon hier en daar plaatjes te draaien. Het was maar een kwestie van tijd vooraleer hij de studio zou induiken voor een nieuw album.

Hoe hip kunnen opa’s zijn? Sowieso niet hipper dan Giorgio Moroder, die in 1940 geboren werd in een Duitssprekende provincie van Italië. Voor onze jonge lezertjes: Moroder was in de jaren zeventig een van de eersten die volledig elektronische popnummers opnam. Hij is de man die Donna Summer aan haar grootste hits hielp en een aantal van de best bekeken films ooit (Flashdance, Top Gun, Scarface) van muziek voorzag. Coolcats kennen hem als Munich Machine, popliefhebbers dan weer als de architect van onder meer Blondies “Call Me” en “Take My Breath Away” van Berlin. Eind jaren tachtig ging Moroder verdiend met pensioen, tot Daft Punk hem in 2012 uit zijn winterslaap haalde. Vorig jaar bracht de besnorde zeventiger “Giorgio’s Theme” uit, een acht minuten durende instrumentale trip in de lijn van zijn oude successen. Het deed ons uitkijken naar Déjà vu, zijn eerste soloplaat sinds Innovisions uit 1985.

Driewerf helaas. Déjà vu is een futloze brei geworden, vol platte eurohouse. Opener “4 U With Love” brengt hersenloze, springerige EDM-synthesizers die integraal gekopieerd lijken van een verloren gegane USB-sleutel van Avicii. En zo gaat het maar door, twaalf nummers lang. Weg is de langgerekte opbouw, op deze korte nummers plamuurt Giorgio alles dicht met banale beats. “74 Is The New 24” komt ons bekend voor: het gaat immers om een zwaar ingekorte, vertimmerde, versie van “Giorgio’s Theme”. Alle subtiliteit en lichtheid van het origineel gaat verloren door de te harde beats.

“Een song is pas goed, als hij ook goed verkoopt”, liet Moroder onlangs optekenen in het magazine Spin. Dus liet hij zijn nummers inzingen door een zwerm popnimfjes als Charli XCX en aanstormend, ahum, talent Foxes, om er maar enkele te noemen. Velen onder hen zakten niet af naar de studio, maar dropten hun vocalen in een zip-bestandje. Wij hebben het voor u uitgetest: een willekeurige single van de meidengroep Girls Aloud klinkt beter dan deze tracks. Het enige nummer dat we nog zullen verdragen, als we de volgende keer bij het doktersbezoek in de wachtzaal naar MNM moeten luisteren, is het op disco gestoelde “Back And Forth”, met zang van Kelis. Ook van de partij: Britney Spears. Hun herwerking van Suzanne Vega’s “Tom’s Diner” valt nog slechter uit dan het op papier lijkt.

Zo mogelijk nog platter is “Don’t Let Go”, een Eurosongnummer ingezongen door Mikky Ekko. Eentje dat met zijn fake emoties en pompende beats niet eens door de halve finale raakt. De enige reden waarom we liever zouden hebben dat dit een échte Eurosonginzending zou zijn, is dat het nummer dan om en bij de drie minuten zou afklokken. Nu doet het nog anderhalve minuut langer pijn aan de oren.

Vele oude producties van Giorgio Moroder hadden een ziel. Neem er “I Feel Love” bij; dat is pure sex, klaarkomen op de dansvloer. Een schril contrast met dit Déjà vu. Dit zijn geriatrische stuiptrekkingen van een vieze, oude vent met een minderjarig grietje in onwelriekende toiletcabine van Tomorrowland. Foei, Giorgio!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =