DUNK! FESTIVAL: Huracán :: “Als een nummer ons een kick geeft, blijven we het spelen”

Ze noemen zichzelf goestingdoeners en vonden hun bassist na een dronken nacht op de Gentse Feesten. En als ze vooral beuken en blazen, dan is dat de muziek die ze vandaag willen maken. U begrijpt het goed: bij Huracán gaat het er nogal intuïtief aan toe. Maak kennis met het vierkoppige Gents-Antwerpse gezelschap, dat net een puike EP vol beukende stoner- en post-metal uit heeft.

enola: Ik vind Huracán door zijn stoner-geluid een atypische band voor Dunk!festival. Hoe is de organisatie bij jullie terecht gekomen?

Tijs De Langhe (drummer): “Via de vrienden van Celestial Wolves: zo hebben we samen op een Dunk!HQ-affiche gestaan. Luc Lievens (organisator van Dunk!, n.v.d.r.) stelde in de aanloop van die avond vast dat zijn collega Christophe (Wille, n.v.d.r.) deel uitmaakte van Huracán. Die avond was een succes en enkele maanden later mochten we in Zottegem op de opening van de tentoonstelling van Xavi Forni (Error!Design) spelen. Luc vond ons daar blijkbaar ook goed en zo zijn we op de affiche terecht gekomen. We zijn inderdaad vrij atypisch alhoewel er hier en daar wel wat postmetal-achtige riffs in ons nummers sluipen.”

Geert Reygaert (gitarist): “Het is echt fantastisch welke steun we van de Dunk! familie krijgen. We zijn nogal DIY – we hebben geen manager, onze EP hebben we volledig in eigen beheer opgenomen -, en het doet dan ook deugd om appreciatie en concrete kansen te krijgen uit die hoek. Zo wordt onze EP sinds kort ook via de Stargazer Store aangeboden.”

“Maar ook in Antwerpen hebben we trouwens een keet waar we altijd terecht kunnen, Antwerp Music City, die zich zeer sterk richt op de undergroundscene en altijd heel coole affiches bij elkaar weet te krijgen.”

enola: En dan nu de cliché vraag: hoe en wanneer hebben jullie elkaar gevonden?

De Langhe: “Geert en ik kennen elkaar al van op de middelbare school. Na een eerste poging om samen muziek te maken toen 18 waren, maar na enkele maanden bleek geen van beide echt te weten hoe we een nummer in elkaar moesten steken. Na enkele jaren, toen het bij Geert na zijn passage bij Drums Are For Parades opnieuw begon te kriebelen, namen we de draad weer op. Dat ging al wat vlotter dan voorheen en we zijn lang van plan geweest een duo te blijven. Maar mislukte pogingen tot zang – Scala goes stoner metal – en de goesting om solo’s te spelen deed ons uitkijken naar versterking.”

Reygaert: “We kenden Christophe ook al een tijdje en wisten dat hij een verleden bij een death metal band had. Dat hij kon zingen, interesseerde ons eigenlijk niet, dat ging hij sowieso moeten doen, haha. Het issue rond het al dan niet inschakelen van een bassist – een vierde man erbij leek Tijs en mij niet echt praktisch, we zijn nogal goestingdoeners – werd beslecht na een dronken avond op de Gentse Feesten met Bert (Roos, n.v.d.r.), die een week later enthousiast op en neer stond te springen in ons repetitiehok.”

enola: Wie is de grootste stoner-freak van de band?

De Langhe: “Echte stoner-freaks zijn we eigenlijk niet. Kyuss heeft ieder van ons natuurlijk wel heel erg hoog zitten, maar we luisteren vooral naar hardere dingen als Black Cobra, High on Fire, Mastodon en wat doom. Niet dat dat daarom allemaal meteen naar voor komt in onze muziek. Met de huidige fuzz en psychedelische stoner scene hebben we als band muzikaal weinig te zien, we zijn wat directer en brutaler, wat meer metal.”

enola: Hoe moeilijk is het om in een overgesatureerde scene uit te pakken met iets origineels? Is Huracán een perfectionistische band of moet het gewoon vooral keihard beuken en blazen?

Reygaert: “We maken vrij intuïtief muziek. We vertrekken van een gitaarriff of een drumlijn zonder op voorhand echt te weten waar we gaan uitkomen. We richten ons eigenlijk ook niet naar een bepaald genre. Als het ons een kick geeft, blijven we het spelen. Dat is momenteel misschien vooral beuken en blazen, maar dat voelt voor ons vandaag als de muziek die we willen maken. En wat dat perfectionisme betreft: we spelen eigenlijk te weinig om onze nummers volledig tot in detail uit te werken.”

enola: Enig idee hoe het komt dat ik in “What If She’s Dead” en “Manic” enkele subtiele Tool-verwijzingen hoor? Of zit ik er nu compleet naast?

Reygaert: “We hebben al Tool als referentie gekregen, ook een band die we zeer hoog zitten hebben en veel naar geluisterd hebben. Maar eerlijk gezegd hebben we geen flauw idee waar die referentie vandaan komt. Misschien door de soms nogal vreemde wendingen die ons nummers kennen qua tempo of sfeer, of door de manier van zingen van Christophe? Maar eerlijk gezegd komen we nergens in de buurt van die reuzen qua songopbouw of technische beheersing, dus we vinden het wat gênant, haha. Aenima is een cd die wij grijs gedraaid hebben en die voor ons nog altijd op eenzame hoogte staat.”

enola: Nog iets opvallend in jullie muziek: de vocale afwisseling tussen Christophe en Tijs. Ik vind die variatie echt een van de troeven van de band.

De Langhe: “Leuk om te horen! Het contrast tussen zware gitaren en cleane vocals heeft ons altijd wel aangesproken, maar sommige stukken smeken om wat vuilere zang. Het heeft wel eventjes geduurd om die drempel te nemen, vooral live dan, maar het begint wel te werken. We hebben ondertussen trouwens een nummer waar we alle vier zangstukken hebben, dus het is niet uitgesloten dat we in de toekomst nummers maken waar Geert of Bert de lead vocals voor hun rekening nemen.”

enola: Huracán is best wel een geschikte naam voor een beukende band. Schuilt er een speciaal verhaal achter?

Reygaert: “Christophe die, na een driedaagse vol tequila – waar de rest helaas niet bij was, voor alle duidelijkheid –, dacht dat hij een Mexicaanse weerman was en getooid in een sombrero en een pamper de straat opliep, iedereen waarschuwend voor het weerfenomeen met dezelfde naam.”

De Langhe: “Zelfs Bellewaerde Park en Lamborghini hebben die naam nog niet overgenomen!”

enola: Ook de hoes van de EP is zeer toepasselijk. Stel Stedho eens voor, de tekenaar van de bloederige hoes.

De Langhe: “Stedho maakt te gekke dingen; fantastisch getekend en vaak met een vleug absurde humor. Toen we hem vroegen of hij niets wou maken voor ons, stuurde hij ons na het beluisteren van enkele nummers het werk genaamd ‘Tussen twaalf en één, eet iedereen’ door. We hebben geen moment getwijfeld. Hij heeft trouwens heel het artwork van onze EP verzorgd, waar we heel blij mee zijn.”

enola: Met Brad Boatright hebben jullie geen kleine vis aan de haak geslagen voor de mastering. Hebben jullie hem gewoon een mailtje gestuurd?

Reygaert: “We hebben onze EP opgenomen met Frank Rotthier in de Trix-studio’s. Een schat van een kerel met wie het super klikt, die dan ook nog eens ongelofelijk met de knoppen om kan en tot het uiterste is gegaan om onze plaat zo zwaar mogelijk te laten klinken. Het was hij die de link met Brad Boatright heeft gelegd en toen we die zijn referenties zagen (YOB, Rwake, Corrosion Of Conformity,…), moesten we toch even slikken.”

enola: Wat zijn de toekomstplannen met de band? Een volwaardige plaat of is dat jullie ding niet?

Reygaert: “Ik weet niet of we geduldig genoeg zijn om te sparen voor een volwaardige plaat. Na de zomervakantie willen we een poging ondernemen om wat meer te repeteren en dan zien we wel hoe vlot het nummers schrijven gaat…in het voorjaar van 2016 een weekendje Ardennen voor de pre-productie; dat zien we zeker zitten. De rest zien we wel.”

De Langhe: “We hebben allemaal een gezin en een full time job dus volle bak voor den band gaan is niet altijd evident. Maar we amuseren ons op repetities en op optredens, en da’s het allerbelangrijkste. Ik zweer het!”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − vier =