Balthazar :: ”We houden meer van erotiek dan van porno”

Cash time voor Balthazar: na de succesplaat Rats en het bijhorende jarenlang onafgebroken touren in steeds grotere zalen, moet derde plaat Thin Walls finaal de grote poort openbreken. En jawel, het is een ronduit fantastische zonder twijfel hun beste plaat die van Belgiës hotste band wel eens Belgiës grootste band zou kunnen maken.

Dat is ook al te merken aan de enorme belangstelling voor Balthazars nieuwe album. Het is vrijdagavond 17u30, en de band heeft er een hele week onafgebroken promopraat op zitten. Kleine bandjes worden groot. Frontmannen Jinte Deprez en Maarten Devolderen zijn dan ook compleet lamgeslagen van al dat praten en herhalen, maar persen er ternauwernood nog een volwaardig gesprek uit. En maar goed ook, want stof tot praten is er genoeg. Thin Walls is namelijk enkele forse stappen vooruit tegenover Rats. Het gevolg van al die tijd samen spelen en samen op de baan zijn. Balthazars derde is dan ook de weergave van de weemoed en euforie van het tour- en bijhorende nachtleven. De songs werden allemaal op de tourbus geschreven en klinken niet alleen melodieuzer, maar ook meer rechttoe rechtaan.

Deprez: “Meer gezongen melodieuzer dan, inderdaad meer straightforward, meer duidelijk in zijn bedoeling, minder introvert. En toch proberen we de refreinen niet te hard aan te blazen.”
Devoldere:: “We houden meer van erotiek dan van porno. Het is weliswaar iets meer porno nu, maar geen hardcore (lacht).”
Deprez: “Dat komt ook door onze beheerste manier van zingen. Het zou vreemd zijn mochten we het plots van de berg af beginnen schreeuwen. We zijn ook niet zo als persoon, we zijn meer introvert.”

enola: De sfeer van Thin Walls borduurt verder op Rats. Je zou het een soort mélancholie noire kunnen noemen.
Deprez: “Hmmm, daar kan ik me wel in vinden. Al is dat dan inderdaad vooral van toepassing op onze vorige plaat denk ik. Ik vind dat er nu net meer joie de vivre in de plaat zit.”

enola: Om dat te kanaliseren hebben jullie in Ben Hillier wel de juiste producer gevonden. Je hoort wel wat parallellen met Blurs Think Tank, al was het maar de sfeer in “Out of Time” en “On My Way To The Club” bijvoorbeeld. Onder Albars melodieuze zanglijnen gebeurt er veel.
Deprez: “We voelden ons echt wel op ons gemak bij hem. Al was het meeste al wel klaar voor we echt zijn beginnen opnemen (lacht).”
Devoldere: “Maar hij heeft ons echt wel veel bijgebracht. Op Applause droegen we over alles de complete verantwoordelijkheid. Niet alleen de performance in de studio, maar ook alle technische, nerdy stuff. Tijdens het spelen waren we toen tegelijk alle knoppen in het oog aan het houden. En nu konden we dat allemaal aan hem overdragen en konden wij ons focussen op de performance, waardoor we het naïeve in onszelf naar boven konden halen. Want we vinden dat onze songs sowieso wat naïever zijn, dat ze minder doordacht zijn, meer instinctief.”
Deprez: “Dat heeft ermee te maken dat we die plaat op tour hebben geschreven. We leefden al die tijd immers wat in een roes. En daarbovenop konden we ons in de studio inderdaad puur focussen op het eigenlijke spelen. Wij maken dus eigenlijk de omgekeerde beweging dan vele andere bands: des te langer we bezig zijn, des te naïever worden we.”
Devoldere: “Vroeger waren we bezig met inventieve akkoordenschema’s en uitgekiende arrangementen erop zetten. Dat was doordacht. Nu hebben we songs met twee akkoorden waarvan je totaal niet weet waarom je het juist goed vindt, maar we vinden het wel goed (lacht). Daar waren we naar op zoek, dat geeft meer voldoening dan een wiskunde-oefening.”
Deprez:: “Onze manier van schrijven is melodieus gezien dan weer niet veranderd, denk ik. Maar het is wel een heel andere context en er ligt een ander gevoel in, dat wel.”

enola: Jullie zijn altijd al wel een aparte band geweest. Jullie geluid was nooit gebaseerd op vijf solisten waar een producer dan een groepsgeluid mee moest boetseren. Het succes van jullie platen is die ingenieuze verwevenheid van al jullie bijdragen waaruit heel organisch een eigen groepsgeluid ontstond.
Devoldere: “Inderdaad. Nu denken we daar niet meer over na hoor, maar in het begin hadden we op dat vlak alles heel strak geregisseerd. We keken streng toe op dat bandgeluid en letten erop dat alleen de noodzakelijke dingen gespeeld werden. Iedereen keek altijd naar het geheel, niemand bleef op zijn eiland. Iedereen speelt ook verschillende instrumenten, dus dat zorgde ervoor dat niemand op z’n teen getrapt was als een gitaarpartij vervangen werd door een keyboard.”

enola: Maar als groep zelf worden jullie toch steeds minder naïef denk ik dan. Tot aan deze tour liepen jullie nog rond als Alice In Wonderland op de grote festivals, jullie kwamen jullie helden tegen. Ik kan geloven dat dat stilaan wegdeemstert als jullie zelf in de line-up beginnen te klimmen.
Devoldere: “We zijn echte professionals nu, ja (lacht).”
Deprez: “Er is super veel gebeurd, ja. Onder andere twee jaar getourd, en dat bleef maar duren omdat het bleef rollen. We voelen het nu vooral, omdat de interesse nu veel groter is dan voor Rats. Nu pas beseffen we wat voor een ferme stap vooruit we eigenlijk gezet hebben. Je maakt dat stap voor stap mee, maar je ziet er te dicht op om dat echt duidelijk te zien. We staan hoger op de line-ups, ja, de zalen worden groter… We hebben nu ook een nieuwe drummer. De eerste show die we samen deden, was in Istanbul. Hij had nog nooit in het buitenland gespeeld en kon er niet aan uit dat we een hotel kregen (lacht). Dat was wel cool voor ons om ook terug eens die verwondering te voelen.”

enola: En hebben jullie na die never ending tour met rats nog steeds een haat/liefdeverhouding met touren? Jullie hadden er wel wat gemengde gevoelens bij enkele jaren geleden.
Devoldere: “Eigenlijk doen we dat wel graag hoor. Maar nu is het weer eens zo opwindend omdat we met deze nieuwe songs de baan op willen. En als het weer wat lang begint te duren en je wilt eigenlijk liever eens gewoon thuis zitten, dan doe je gewoon eens zo hard door. Het is nooit frustrerend. Zelfs op een enorme kutdag beseffen we goed genoeg hoe gelukkig we ons mogen prijzen.”

enola: Wel mooi hoe deze plaat zich echt laat luisteren als een soort documentaire over jullie tourleven.
Deprez: “En vooral over het leren schrijven op tour. Daar hadden we vroeger nooit van durven dromen. Om toen een liedje te schrijven moesten we bij wijze van spreken een week in afzondering op onze zolder gaan zitten. Op den duur zat dat dat schrijven van nieuwe nummers echt in onze dagroutine,. Het is ook de eerste keer dat we er zoveel hadden. En dan kom je thuis en besef je dat je eigenlijk toch nuttig bent bezig geweest (lacht).”

enola: Het is echt een avondplaat, moet ik zeggen. Ik zie zo het beeld van me hoe jullie in jullie tourbus op de nachtelijke autostrades deze plaat aan het schrijven waren. Of is dat een clichebeeld?
Devoldere: “(lacht) Klopt helemaal.”
Deprez: “Al moet ik wel zeggen dat ik deze plaat geen desolaat avondlijk gevoel hoor oproepen. Ze gaat ook veel over het nachtleven, opgezogen worden in een massa volk…”

enola: En over het moment waarop die euforie van zo’n avond wordt doorbroken door iemand die net die pint teveel op heeft, emotioneel wordt…
Deprez: “… en een hele monoloog begint af te steken (lacht). Je kunt veel uit deze plaat halen hoor. We weten hoe het allemaal tot stand is gekomen en wat we bedoelen met de liedjes, maar daar gaan we meer dan ooit over zwijgen. Het zijn vrij persoonlijke situaties, maar het is net goed dat die anders geïnterpreteerd kunnen worden.”

enola: De Thin Walls in de titel slaan op de steeds dunnere muren tussen jullie als groepsleden door jaren te touren. Maar kan dat ook slaan op de muren tussen jullie en de mensen die hier al die tijd thuis zijn gebleven en die je na al die tijd in die roes geleefd te hebben terugziet?
Devoldere: “De eerste dagen misschien wel, maar dat verdwijnt altijd snel hoor. Zeker als je pas thuis bent en je gaat die eerste avond hier weer weg, merk je dat de feestjes hier toch wel een pak minder… exotisch zijn (lacht). Maar het is zeker niet zo dat we vervreemden. We houden sowieso contact met onze vrienden natuurlijk, ze komen ook af en toe eens langs.”
Deprez:: Je kunt het vergelijken met mensen die een half jaar zijn gaan reizen. Als die terugkomen, is er al bij al niks veranderd. Je bent al snel weer in die gewone routine.”

enola: In de teksten bulkt het ook van sensualiteit, lust zelfs.
Deprez: “Ze gaan inderdaad over de oerinstincten die iedereen wel heeft. Iedereen kent die spanningen wel. Je moet niks misdaan hebben om daarover te kunnen pennen.”

enola: En in een nummer als “Last Call” klinken jullie heel zelfzeker. Veel late twintigers weten het allemaal even niet en krijgen meer vragen bij dan antwoorden. Jullie maken een soort “My Way” waarbij jullie nu weigeren stil te staan bij zulke vragen over hoe, waarom en in welke richting.
Deprez: “We zijn niet gearriveerd, maar we stellen weinig vragen, hebben weinig twijfels. En als we vragen stellen, zijn ze eigenlijk retorisch. Zo is “Last Call” eigenlijk een viering van het feit dat niemand iets weet. Je kunt je wel vragen stellen, maar niemand kent toch het antwoord. Het gaat om de goeie kant daarvan te zien. En je moet ze zelfs ook allerminst beginnen te formuleren. Wij zijn ook onderweg. Het is goed dat er veel mysterieus blijft.”

enola: In vroegere interviews zijn jullie op geen enkele uitspraak te betrappen over waar jullie over zoveel jaar willen staan. Alles gaat mooi, ongedwongen stap voor stap, alsof het jullie allemaal wat overkomt.
Deprez: “Pas op, “overkomen” is misschien wel wat romantisch voorgesteld. We zijn er namelijk keihard mee bezig achter de schermen, weliswaar stap voor stap, en zijn we eigenlijk al verder dan waar we op voorhand gedacht hadden te geraken. (tegen Maarten) Want… wat is ons doel eigenlijk? (lacht)”
Devoldere: “De meest aangename periode is eigenlijk wanneer het groeit, want als je te snel groeit, kan het ook snel stoppen. Vandaar dat dit parcours ons echt wel bevalt. Ik ben blij dat wij niet gehypet worden.”
Deprez: “Ons grootste plezier is dat we gewoon liedjes kunnen blijven maken. Klinkt vrij onnozel, maar dat mensen dat ook tof vinden en een kaartje kopen om ons te zien is ontzettend fijn, maar niet zozeer het doel. Als dat het doel is, kun je alleen maar ontgoocheld geraken. Fuck man, dat klinkt cliché. Dat komt ervan na een hele week over jezelf te lullen.”

enola: Ik herinner me in aanloop naar de Ratstour een artikel waarin jullie aangaven hoe moeilijk het was rond te komen met Balthazar in die fase, zeker wat de buitenlandste tournees betrof. Ik veronderstel dat dat nu ook veranderd is?
Devoldere: “Dat aspect mag je ook niet onderschatten inderdaad. Want we willen ook niet uitstralen dat we niet ambitieus zijn. Het is essentieel om te overleven dat mensen kaartjes kopen om ons te zien. Wat ik echt onwaarschijnlijk de max vind, is dat we steeds meer mensen bereiken door dingen te blijven maken die helemaal ons goesting zijn. We moeten niet toegeven in de dingen die we maken, en anderzijds moeten we geen financiële gaten opvullen met jobs tegen onze zin te doen.”
Deprez: “En daarbij, rondkomen is één ding. Maar het is al goed dat we in het buitenland geen verlies meer maken. Het is echt fijn in het ene land grote zalen te kunnen aandoen en in het andere land nog amper van de grond te komen, zodat je daar dus keihard moet werken. In Berlijn hebben we pas in een zaal gespeeld van ongeveer 1000 man, dat is veel. Daar zijn we het meest trots op. Nu zijn we op het punt gekomen dat we in continentaal Europa goed kunnen rondkomen. We blijven investeren natuurlijk in nieuwe gebieden. Want ergens is het ook supertof om weer in een ander land in een soort jeugdhuis weer van nul te moeten beginnen en je je hard moet bewijzen.

Devoldere:: Vandaar dat we toch ook eens naar Amerika gaan trekken. We voelen dat het tijd wordt om daar ook eens een zaadje te gaan planten. We zien wel.
Deprez: “Het ultieme cliché: het als band eens in Amerika gaan proberen (lacht)”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =