Therapy? :: ”Weten waar je je hersens uit moet zetten; dat is de kunst”

Touren rond het in 2014 twintig jaar oude Troublegum heeft Therapy? deugd gedaan. Plots was de smaak voor geweldige hooks terug en hoefde al dat geëxperimenteer van de laatste twee halfslachtige platen niet meer. Het resultaat heet Disquiet en is een ouderwets stevige mep op uw bakkes. Of dat de bedoeling was, vragen we bassist Michael McKeegan.

McKeegan: “Meer dan een vaag voornemen om de dingen iets directer aan te pakken dan op Crooked Timber en A Brief Crack Of Light hadden we niet. Dat gefriemel en die instrumentals waren goed voor toen, nu wilden we opnieuw vereenvoudigen, enkel de essentie overhouden: geen riff acht keer spelen als vier keer volstond, en zorgen dat het energie had.”

enola: frontman Andy Cairns wilde met deze plaat naar eigen zeggen kijken hoe het nu gesteld was met de persoon die Troublegum schreef. Was het gevaar niet groot dat je dan op een retrotrip belandde?
McKeegan: “Ja, maar zo was het punt nu ook weer niet bedoeld. Het houdt geen steek om nu terug te gaan kijken naar die gast, want die is er waarschijnlijk nog altijd hetzelfde aan toe als in 1995. Eerder wilden we terugblikken op hoe wij zelf zijn veranderd. Misschien ergeren we ons nog altijd aan dezelfde dingen, maar hebben we wel een betere manier gevonden om er mee om te gaan; zoiets? Ik denk niet dat we deze plaat een jaar na Troublegum hadden kunnen opnemen, want toen moesten we duidelijk iets helemaal anders maken zoals aan Suicide Pact: You First enzo te horen is. Dus neen, Disquiet zou nooit een retroplaat geworden zijn, want dat zou ook idioot geweest zijn. Troublegum was niet meer dan een vaag sjabloon, om doorheen te kijken wie we geworden zijn en wat we geleerd hebben in die twintig jaar; soms veel, soms echt héél weinig.” (lacht)
“We hadden de songs overigens al klaar voor we die Twintig Jaar Troublegum-tour deden, maar hebben ze pas meteen nadien opgenomen; van de tourbus de studio in, bij wijze van spreken, en dat zorgde ervoor dat we de drive van de concerten konden vasthouden. Als je zes maand thuis zit en dan een plaat begint te maken, ben je nog niet opgewarmd. Nu was iedereen ingespeeld, klonk alles geweldig,… En het was goed om tijdens die tour al te hebben gezien welke stukken reactie kregen, en waar we op moesten focussen. We wisten waar we de refreinen grootser moesten maken zodat ze tot meezingen aansporen, en dat de gitaarsolo’s fluitbaar moesten zijn.”

enola: Alles een hook maken was ook wat Troublegum zo’n geweldige plaat maakte.
McKeegan: “Ja, en het is meer tricky dan je denkt om dat op een coole manier te doen, want soms moet je goed nadenken en het inventiever maken, op andere plekken moet je je hersenen net uitschakelen en zo gemakkelijk en rechttoe rechtaan gaan als maar kan. Weten wat waar van toepassing is; dat is de kunst. Het is niet altijd goed om meteen naar het refrein te duiken, soms is het beter als je toch eerst even iets anders geeft; een variatie op een stukje dat later pas komt, of zo. Gelukkig hadden we met Tom Dalgety (produceerde ook Royal Blood en Band Of Skulls, mvs) een goeie producer die ons streng tot de orde kon roepen en ons er op wees als we ons er van af maakten, of net te hard aan het doordenken waren geweest. Hij is al jaren een grote Therapy?-fan, dus hij kent onze platen van binnen en buiten. Pretty cool, want zo kon hij er ons streng op wijzen als iets te hard klonk of als wat we al eens hadden gedaan. Hij heeft ons kletsen rond de oren gegeven, maar dat was oké; van vrienden kun je dat hebben. Het was in elk geval méér dan zomaar een job voor hem; hij was het soort overkritische superfan die alleen maar wil dat wij de beste plaat die we in ons hebben maakten.”

enola: Kon je dat gemakkelijk aan, kritiek van een jonkie dat je een baslijn laat herdenken?
McKeegan:You know what? Dat vond ik nog het geweldigste, want je hebt dat gewoon nodig, en van vrienden pik je dat. En sowieso speelden we allemaal goed genoeg doordat we al die concerten in de vingers hadden, dus was het ook niet moeilijk om al eens een stuk overhoop te moeten gooien. Als je lang niet intensief gespeeld hebt gaat dat wel anders: dan voelt het echt alsof je enkel maar dat ene stuk kunt spelen dat je voorbereid hebt, en vier dagen nodig hebt om met iets nieuws op de proppen te komen. Nu was het van ‘oké, doe ik wel even!’. En ook fijn: twee songs hebben we zelfs pas tijdens de opnames geschreven, dus die voelden supervers. Zat Andy een riff te spelen, vroeg ik wat dat was — “weet ik veel, gewoon een riff” — en besloten we dat die zo goed was, dat we er mee verder wilden gaan, zelfs al hadden we de plaat eigenlijk al vastgelegd bij het demoën en de preproductie. “Deathstimate” heb ik nooit gespeeld voor we het opnamen, en “Helpless Still Lost” was ook zoiets dat spontaan ontstond en waarvan Tom meteen zei: “dat moet op de plaat, werk het uit”.”

enola: Kwestie van te hard doordenken: wat denk jij als Andy in de studio over een nummer zegt dat het moet klinken als Portishead die Black Sabbath covert, zoals hij over “Deathstimate” zei? Met je ogen rollen? Fronsen?
McKeegan: “Welintegendeel; dat zijn referenties waar ik iets mee kan. Qua briefing is dat redelijk simpel. Eigenlijk hebben we een erg gelijklopende smaak, of toch één met een grote gemeenschappelijke grond, waardoor we elkaar op dat vlak begrijpen. Dat hoeft niet eens muziek te zijn. Soms gaat het van “ik wil iets dat klinkt als dat ding uit die film”, en we begrijpen dat. (lacht) Hoogstens krab je jezelf eens in het haar hoe je dat op bas kunt uitdrukken.”
enola: “Deathstimate” draait om sterfelijkheid. Een besef dat dichterbij komt nu jullie vorderen in jullie veertiger jaren?
McKeegan: “Het idee is uit een zieker gegeven dan dat ontstaan: de Ierse regering had namelijk beslist dat je op een bepaalde leeftijd kunt kiezen om je pensioen vroeger op te nemen. Uiteindelijk wil je de boel ook kunnen uitgeven als je jong sterft, niet waar? Een knettergek idee natuurlijk, want waar sta je dan als je het loodje niet legt, maar je geld wel uitgegeven hebt aan een rooie Ferrari. (schatert) En zo kwamen we op het idee dat je een beetje moet kunnen inschatten op welke leeftijd je ongeveer de pijp aan Maarten zult geven, wat met onze voorliefde voor woordspelletjes wel tot die titel moest leiden: what’s your deathstimate?. Maar het gevolg was wel dat we beseften dat we met onze levensstijl waarschijnlijk nog iets minder jaren voor ons hadden liggen dan de gemiddelde mens, en dat hadden we nog nooit bedacht. (lacht) Ik lach er nu mee, maar geloof me: toen was dat best een ernstig gesprek. Soit, het was dus de perfecte song om de plaat mee af te sluiten, omdat het een tikje anders is; iets meer atmosferisch. Want zo denken we nog altijd: in termen van albums. We hebben het voortdurend over wat een geweldig openingsnummer zou zijn voor kant twee. Dat soort dingen waar je mee opgroeide gaan er nooit echt uit, vrees ik.”

enola: Het is ook niet zo gek om na een kwarteeuw wat meer in de achteruitkijkspiegel te blikken.
McKeegan: “Weet je? We doen dat om eerlijk te zijn veel minder dan je zou denken. We zijn altijd bezig met nieuwe projecten. Natuurlijk hebben we vorig jaar een paar reissues gedaan, en een box-set het jaar daarvoor, waarvoor je al eens op zolder moet gaan rommelen voor oude foto’s en cassettes, en dat was fijn, want enkel dan sta je eigenlijk stil bij alles wat er gebeurd is. Zelfs toen we in de nineties aan het doorbreken waren, drong dat immers niet echt door. We waren constant onderweg naar de volgende show, dus het besef hoe geweldig dat niet was, was er niet. Dus ja, het is fijn als fans ons foto’s sturen van eeuwen geleden, maar het gekke is dat we dat gevoel niet hebben dat we vijfentwintig jaar bestaan. Ik denk dat dat komt omdat we nooit zo waanzinnig groot zijn geworden; er blijven nog altijd plekken over waar we niet hebben gestaan, betere songs om te schrijven, en straffere concerten te geven; het voelt dus nog altijd even fris.”

enola: Je moet het landschap wel hebben zien veranderen in al die jaren. Met grunge hebben jullie even mee op de hype rond zware muziek kunnen surfen, jullie waren even de volgende belofte, maar uiteindelijk zijn jullie toch opnieuw in een niche geëindigd, niet?
McKeegan: ” We hebben heel wat veranderingen zien komen en gaan, maar het feit dat wij nooit deel uitmaakten van een scene is ons geluk geweest. Misschien is dat voor de mainstream anders, maar ondergronds is gitaarmuziek nooit weg geweest. Het verandert al eens maar dan is er plots weer een band die doorbreekt en die iedereen kopieert, en dan krijg je in plaats van die ‘rock is dead!’-headlines plots ‘rock is back’. En een beetje later wordt het weer dood verklaard, maar eigenlijk gaat het nooit echt weg.”
“Nu, het klopt wel dat we nooit echt grunge waren. En we pasten al helemaal niet in de Britpop, noch hadden we uitstaans met de new punk en nu metal. Soms was dat ook een nadeel; als we weer eens niet in het heersend klimaat mee konden omdat we nét iets te anders waren. Nuja, het internet heeft dat ondertussen ook flink veranderd, maar ook dat heeft zijn keerzijde. Tegenwoordig kun je met een muisklik veertig jaar muziekgeschiedenis inhalen, maar daardoor ben je je ook akelig bewust van wat er allemaal al is. Wij moesten terugvallen op oudere broers of nonkels om goeie muziek te pakken te krijgen, waardoor we niet alles kenden, en dus speelden we maar onze versie van rockmuziek. En zo hoort het ook. Voortdurend vragen jongere bands ons om advies, maar we hebben er maar één: speel wat je wil, zelfs al is dat ongelofelijk fout en onmodieus, voor je ‘t weet zijn we een paar jaar verder en is dat opnieuw in de mode en ben je de koning van de nieuwe scene. En als dat niet zo is dan heb je tenminste de muziek gemaakt die je zelf leuk vindt. En ja, wij zitten de laatste jaren vooral in het metalwereldje, maar er zijn ergere dingen. Als het dan toch in een hokje moet, dan is dat nog zo slecht niet. ‘t Is vaak best inventieve, en behoorlijk slimme, emotionele en gepassioneerde muziek. Er hangt een grote solidariteit, en de fans zijn verschrikkelijk loyaal, en dat houdt je soms op gang als je een slechte dag hebt. Geloof me: als je verkouden bent, toch een concert moet geven, en dan al die mensen ziet die dolenthousiast zijn; dat is één van de redenen waarom je het doet.”

enola: Dit jaar wordt Infernal Love, de plaat waarop jullie experimenteerden met elektronische soundscapes en akoestische instrumenten, twintig. Zijn er plannen om daar ook ballonnen en slingers rond te hangen?
McKeegan: “Vorig jaar hebben we één concert rond die plaat gegeven, en er is gepraat om meer te doen dit jaar. Maar momenteel gaat al onze energie naar ons nieuwe album. Al vieren we in 2015 natuurlijk wel onze vijfentwintigste verjaardag, dus ik denk wel dat we ergens gaan terugblikken.”
enola: Hebben jullie eigenlijk nooit overwogen om nog eens zo’n muzikaal ambitieuze plaat te maken als Infernal Love?
McKeegan: (aarzelt even) “Weet ik niet. Het was een erg stresserende periode om tal van redenen, dus ik denk dat we nu een beter album zouden kunnen afleveren als we zoiets wilden maken. Infernal Love had songs als “Loose” en “Stories”, die nog aansloten bij Troublegum. Nu zouden we nog veel meer in de richting van “Bowels Of Love” en “A Moment Of Clarity” gaan, met extremere cello’s, en nog akoestischer; héél erg donker. (lacht) Hier is nooit over gepraat, voor alle duidelijkheid, maar het zou boeiend kunnen worden. We zouden overigens ook veel elektronischer kunnen gaan, of enkel metaal als percussie gebruiken,… De tekstuele thematiek zou zich er toe moeten lenen, maar je hebt me wel aan het denken gezet eigenlijk…”

enola: graag gedaan, en vooral doen.

Therapy? speelt op 6 april in de AB in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 1 =