Viet Cong :: 17 februari 2015, De Kreun

In januari brachten vier Canadezen met voorkeur voor donkere, grillige post-punk een hondsbrutaal debuut uit. Aan Viet Cong is duidelijk te horen dat er in hun thuisbasis Calgary ’s winters geen andere optie is dan ’s nachts samenhokken en donkere muziek maken. Ook dinsdagavond in De Kreun stonden de ijzersterke nummers van Viet Cong als een huis.

Viet Cong heeft net een show in de AB Club (capaciteit: 280 toeschouwers) aangekondigd en wees maar zeker dat die zal uitverkocht geraken, want De Kreun was gevuld met een goeie 400 fans, van wie 350 (!) al een ticket hadden gekocht, en ook de Witloofbar (met plaats voor 200 mensen) van de Botanique was razendsnel volzet. Niet slecht voor een lo-fi band die nog niet zo lang geleden zijn eerste concerten speelde voor een bijna letterlijk lege zaal. Bovendien maakte Viet Cong vorig jaar als support van Ought naar verluidt een nog niet zo sterke indruk.

Het zal wel liggen aan hun debuut. Een ijzersterke, maar ook niet bepaald toegankelijke plaat die de luisteraar meesleurt van post-punk naar psychedelische rock, van kraut naar mathrock. We dachten dus dat zo’n band van extremen eerder een select publiek aanspreekt dan nieuwe zieltjes. Maar de vier jongens hebben blijkbaar veel vertrouwen gekweekt, en als ze zo blijven doorrazen, zien we ze over enkele maanden de zomerfestivals aandoen.

Geintjes over een rookmachine, schouderhaar (om kaalheid te compenseren) en een jarige in het publiek: Matt Flegel is de naam frontman waardig. Maar het contrast van de losse omgang met het publiek met de brutale nummers kan niet groter zijn. De eerste drie nummers overtuigen nog niet helemaal. We hebben het meer over de songs zelf, want Viet Cong is live een enorm samenhangende band, met als sterkhouder de krachtpatser van een drummer. Mike Cong was net als frontman Flegel lid van Women, dat niet echt een baken van stabiliteit was en ermee kapte toen de gitarist op zijn 26ste in zijn slaap overleed. “Het kan elk moment gedaan zijn, laten we (nu het nog kan) alles geven”, lijkt het devies van de band geworden.

Flegel, Cong, gitarist-toetsenist Scott Munro (Chad Vangaalen) en Daniel Christiansen hadden eigenlijk geen rookmachine nodig om de nummers onder stoom te krijgen, vanaf het melodieuze “Silhouettes” staken ze het vuur zelf aan de lont. Met verrukkelijke wave voorzien van een stevige mathrockinjectie lieten ze De Kreun op zijn grondvesten daveren. Maar Viet Cong is postpunk en tegelijk géén postpunk. Dat wordt pas echt duidelijk bij “March Of Progress”, dat geïntroduceerd wordt met lange melancholische orgelklanken. Wat we daarna horen, zweeft tussen sixties psychedelica en industrial. Toch blijft dit nummer de vreemde eend omdat het niet zo giftig als de andere overkomt.

Vlegels opdringerige, rauwe, zwaar verkouden stem en de vlijmscherpe, grillige gitaren — dé twee karakteristieken van de band — komen het best tot hun recht in “Bunker Buster”, dat vooral fans van Shellac zal aanspreken. Maar zoals gezegd: Viet Cong is een band van uitersten. Daarna volgen immers nog het toegankelijke “Continental Shelf” (let op die heerlijke Joy Division-achtige toets) en de weergaloze, meer dan tien minuten durende afsluiter “Death”. Viet Cong blaast alles en iedereen omver met een intense geluidstrip die steeds rauwer, mistiger en verstikkender wordt.

En dan is het gedaan. Geen encore, maar dat hoeft niet per se na een nummer als “Death”. Viet Cong bracht een korte maar uiterst krachtige set, die net als zijn debuut tot de duizend en één redenen behoort waarom dit een van dé bands van 2015 kan worden. Tot op Pukkelpop, dus?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 4 =