We Are Open :: 13 + 14 februari 2015, Trix

”Alle dagen zijn Valentijn, schat. Behalve het weekend van 13 en 14 februari, want dan is het We Are Open”. Dat is zowat het laatste dat we tegen onze partner zeiden vooraleer we vrijdagavond richting Trix vertrokken. Terwijl we zondag onze inboedel stonden in te pakken, konden we weer terugkijken op twee avonden vol ontdekkingen, verrassingen en bevestigingen. Topweekend!

Vrijdag 13 februari

Sinds Trix enkele jaren geleden We Are Open volledig in het teken zette van vaderlands alternatief talent, is dit showcasefestival uitgegroeid tot een absoluut verplicht nummer voor elke muziekliefhebber met een hart voor eigen kweek. En dat werkt: dag 1, en de boîte is uitverkocht. Met een affiche die vooral mikt op nieuw talent, en minder op bestendigde namen (zaterdag waren er iets meer grote kleppers), zegt dat heel erg veel. Wanneer we fashionably late de bar binnenstappen, is er al heel wat volk opgedaagd voor openingsband Paon. Deze Waals-Brusselse indieband heeft al een EP onder de arm, en releaset zijn eerste LP ergens volgende maand. We zien van dit viertal een heel erg professionele, strak geregisseerde set vol zwevende indiepop die drijft op fluïde synth- en gitaarlijnen en ondersteund wordt door aangenaam hobbelende ritmiek en enig benul van dynamisme. Korte, maar aangename kennismaking.

Het is het weekend voor carnaval, en dat zullen we geweten hebben: maar liefst drie bands deze avond hebben al zin om dat te vieren, en hebben de verkleedkoffer van de zolder gehaald. Eerste in de rij: Hazy Hands, die zich hebben uitgedost als hippie-holbewoners. Achter de lange pruiken houden zich onder meer Younes Faltakh en Georgios Tsakiridis (die vanavond een dubbele shift draaien met The Hickey Underworld) en Lotte Vanhamel (Vermin Twins en zus van) schuil. En er vallen nog meer zotternijen te rapen bij Hazy Hands. In plaats van afzonderlijke nummers krijgen we een soort collage van verschillende muziekstukken, overgoten met een enigmatisch, maar repetitief vocaal traject (“Welcome to the house of…” x 100). Stevige pot psychrock, dat wel, en gelukkig maar, want voor de rest valt er weinig kop of staart aan te krijgen, maar dat is hoogstwaarschijnlijk de bedoeling. De laatste drie minuten van de set worden opgevuld door iemand (wie? geen idee) in een regenjas en zonnebril die een soort remix maakt van stukjes zang uit de set, gitaargetokkel en een sample van “Smells Like Teen Spirit”. Hoogst bizar allemaal (maar stiekem wel leuk, eigenlijk).

Bij Shun Club, een van de nieuwste pareltjes van FONS Records, gaat het er braver aan toe. Wij waren heel enthousiast over debuutplaat Avalanche, maar we moeten toegeven dat we aanvankelijk niet evenveel onder de indruk waren. Op zich niet onlogisch aangezien het album voorzien is van een kraakheldere productie en op de medewerking van een reeks gastmuzikanten kon rekenen. Maar dus: met een beetje geduld werden we toch meegetrokken in de melancholische sfeer van krachtige popnummers “Wear Me Out”, “Pass By” en “Quest”. En niet alleen Johan Verckist en Hans De Prins speelden een glansrol. We geven ook graag een pluim weg voor het meeslepende gitaarwerk op het einde van de set. En drummer Tijl Piryns, die sloeg er niet naast. Shun Club is toch met verve geslaagd.

We waren Team William stiekem een beetje vergeten, maar na een radiostilte van zes jaar kan je ons dat niet bepaald kwalijk nemen. Na het derde schavotje op de Rock Rally en een best succesvolle debuutplaat waren ze plots verdwenen. Maar kijk eens aan, met een herrijzenis op Glimps eind vorig jaar en een nieuwe plaat in de steigers staat Team William er weer. Het enthousiasme en de pretentieloosheid zijn ze in die jaren niet kwijtgespeeld, en dat straalt ook uit naar het publiek. Tien op tien voor inzet, vooral van toetsenist Arne Sunaert die volledig opgaat in de set. We krijgen onder meer de nieuwe single “1995” voorgeschoteld, maar het zijn vooral oude bekenden zoals “Lord Of The Dogs” die scoren. Toffe set met fijne nummers, meer kunnen we daar nu eens niet over zeggen. Maar misschien is dat ook wel het grote probleem, want een half uur na het einde van het optreden waren we Team William weer vergeten. Ai. Alweer.

Een wereld van verschil dus met Birds That Change Colour, de prachtige Antwerpse groep rond sympathieke ba(a)rd Koen Kohlbacher. Vorig jaar bracht het gezelschap met On Recording Birds een héérlijke folkplaat uit. Noem ze gerust de Crosby, Stills, Nash & Young van België, maar dan versterkt met twee zangeressen. Nathalie Delcroix is er niet bij, maar Naomi Symons (Reena Riot) valt ook alleen in de smaak tussen gitarist Niels Hendrix (Fence), Dave Schroyen (Millionaire), toetsenist Mickey Peeters en bassist Dimitri Vossen. Blijkbaar waren niet alle babbelaars in het publiek in de mood voor de akoestische opener, tot lichte ergernis van Kohlbacher. Maar de frontman houdt zich meer dan overeind. Ook het rijke klankenspel waarbij gitaarspel, Wurlitzer-piano en harmonieuze samenzang perfect samensmelten is zonder meer indrukwekkend. Hoogtepunten? Genoeg! We onthouden vooral het beresterke “The Beach Boys”, het up-tempo “My Love” en het opgewekte “Rock Island Line”. Dan moet het door mondharmonica gedreven “Devil & Me”, de heerlijke afsluiter van een ingekorte set, nog komen. Eén plaats voor deze hippies volgende zomer: Pukkelpop. Wij waren alvast zeker van het eerste hoogtepunt van vrijdag.

Waren er eerder nog geluidsproblemen in het café, dan zouden die snel weggeblazen worden door de Waaslandse orkaan van Briqueville. Zouden, want ei zo na blijft de aangekondigde storm in de versterkers steken. Door technische problemen moet het illustere vijftal zijn set inkorten, maar dat betekent allesbehalve dat er serieus vaart in wordt gestoken. Logge, tergend trage postmetal is het handelsmerk van deze gemaskerde onheilsprofeten, en dat wordt meteen duidelijk vanaf de dreigende, onheilspellende intro van de set. Het is glashelder dat Amenra een grote invloed heeft gehad op het geluid van Briqueville. Minder glashelder echter is het geluid van de bas, die klepperend uit de speakers komt. Eens het euvel verholpen, is de sfeer wat gebroken, maar dat komt later in de set weer helemaal goed. Het derde en laatste nummer imponeert het meest, met de duistere, sjamanistische vibe die ontaardt in een ziedende, allesverwoestende sludgefinale die de betonnen palen van het Trix-café doen daveren.

Misschien wel de aangenaamste verrassing van deze We Are Open: het Brusselse knettergekke vijftal Robbing Millions. Ze werden al vergeleken met MGMT, Phoenix en Alt-J, in Trix is vooral een eigen geluid, dat nog het meest aansluit bij psychedelische pop, te horen. Dat allemaal is te horen op een vorig jaar verschenen tweede EP. Maar live betekent Robbing Millions meer dan een meerwaarde. Bassist Raphael Desmarets is al even springerig als sommige nummers, Gaspard Ryelandt is een rare snuiter die enthousiast én blootsvoets danst en met gitarist Lucien Fraipont heeft de band nog eens een virtuoos in zijn gelederen. Meest bedwelmende trips zijn het geschifte én catchy “Dinosaur” en “Bigfoot” — een kanjer van een nummer! Robbing Millions is dus véél meer dan alleen die hit “Tenshinhan”. 2015 moet nu echt het jaar van de doorbraak in Vlaanderen worden. A bientôt!

Geen nieuwe plaat voor The Hickey Underworld, maar wel een nieuwe bezetting. Vorig jaar besliste gitarist Jonas Govaerts om zich volledig toe te spitsen op zijn regiecarrière. Vervanger Tim Vanhamel is intussen al goed gerodeerd, en dat is er duidelijk aan te horen. De Hickeys hebben nog steeds een patent op vlammende rock met vette oren en poten, en steken van begin af aan van wal met withete gitaren en knallende drums. Nieuw werk (wat al wel langer wordt gespeeld) is ruimschoots aanwezig, maar bij oude getrouwen als “Whistling” slaat de vlam volledig in de pan, en wordt het feestje in de club helemaal ingezet. Een zinderende finale knalt als een champagnekurk door de zaal, en bevestigt dat The Hickey Underworld stiekem wel eens een van de beste rockbands van België zou kunnen zijn. Laat die nieuwe plaat maar snel komen.

Het wordt nog later, de muziek nog gekker. Want jandorie, naar hoeveel genres zouden The Germans luisteren? We horen zowel kraut, tribale ritmes, filmmuziek, postpunk als foute synthesizermuziek passeren. Wat ons betreft een fantastische band om de eerste dag mee af te sluiten. Wellicht zal niet iedereen volledig mee zijn, want The Germans moeten niets weten van traditionele rockstructuren, laat staan een mooie plaats in De Afrekening. Met andere woorden: you love or hate it. Gelukkig had (lh) een chauffeur, want na zo’ n gevaarlijke geluidstrip rijd je best zelf niet naar huis. Iedereen die zich aangesproken voelt, raden we aan om aanwezig te zijn op de releaseshow van Are Animals Different op 12 maart in de Gentse Vooruit. De rest blijft beter veilig thuis. The Germans: dat is een experiment, trance-ervaring en muzikale transformatie voor de prijs van één.

Zaterdag 14 februari

Op de tweede dag van We Are Open vallen we binnen bij de vrolijke Fransen van Whiz. Lieflijk huppelende, naïeve liedjes, Limburgs accent, dat klinkt verdacht bekend. Gelukkig hebben we onze muzikale encyclopedie in de gedaante van hoofdredacteur (mvs) in onze achterzak binnengesmokkeld (daar past hij net in), en hij bevestigt: “hé, dat zijn die gasten van de Galacticos”. Een band met mannen van de Galacticos die klinkt als de Galacticos, maar niet de Galacticos is. Hmmm. Pintje? Pintje.

De Limburgers van Rhinos Are People Too werden in 2013 bekroond als finalisten van De Nieuwe Lichting, maar waren nog niet op onze radar verschenen. Het optreden in de Trix Bar brengt daar verandering in. De rode draad wordt gevormd door indie met een stevige postrockinjectie en subtiele elektronische invloeden. Neem de zweverige gezangen van vooral zangeres Loes Caels — vocaal versterkt door twee mannen — erbij en dan duikt de term “shoegaze” al gauw op. Een te voor de hand liggend geluid, zou je denken, maar Rhinos Are People Too mist duidelijk zijn effect niet. Vooral de wondermooie single “Pelkuri” mag er zijn. Een vulkaanuitbarsting in pop-formaat: zo omschrijft een persbericht de band ambitieus. Het is nu uitkijken naar die debuut-EP of ze die hoge verwachtingen kunnen inlossen.

Uw nonkel Sjarel dweept misschien nog met The Wallace Collection? Wel, hier krijgen we wél een toffe Wallace voorgeschoteld. Op het podium van de club stonden iets na negenen de übergentenaars (vree wijs accent) van Wallace Vanborn lekker opgedraaid hun duivels los te laten. Met een nieuwe plaat op de plank, The Orb We Absorb (wat een titel!), ingeblikt door levende stonerlegende Chris Goss, kunnen we zeker zijn dat er een woestijnstorm door de club zal razen. En warempel, razen is het juiste woord. Na een extreem toffe intro (“The Edge” van David McCallum, beter bekend als sample van “The Next Episode” van Dr. Dre), vliegt het trio er onverdroten in met heetgebakerde riffs en knallende drums. Een pot withete rock-‘n-roll, daar hadden we verdorie nood aan. Ok, die gitaren komen er niet uit zoals gehoopt, en hadden best wat meer punch mogen pakken, maar dat lijkt gelukkig een detail. De ene vette bluesriff volgt de andere stonerstamper op, en het optreden dendert stevig door naar een knaller van een finale. En, euh, zagen we daar niet even iemand in monnikspij verschijnen?

Van (bijna) elke Limburgse rockband is er wel een hoek af, zo ook bij Polaroid Fiction, die hun alternatieve pop kruiden met jaren tachtig synths, nu-funk en een stevige groove uit de betere hiphopmuziek. De poulains van Tim Vanhamel en Niels Hendrix hebben we al iets enthousiaster live aan het werk gezien, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van de songs. En die zijn funky, explosief en catchy. Vooral in single “Black Widow” komen de kwaliteiten van de band perfect samen. De herinterpretatie van “Minus 45” van Kabul Golf Club (de band van de in 2013 overleden Florent Pevée, n.v.d.r.) wordt terecht onthaald op applaus. Ook die hommage klinkt anarchistisch en origineel tegelijk, wie durft zo’n combinatie vandaag nog aan? Limburg, duidelijk aanwezig voorin het publiek, is volledig mee. Maar om de rest van Vlaanderen mee te krijgen, heb je meer dan sterke nummers nodig.

Heeft u ze al meegemaakt? Optredens die een stomp in de maag zijn, pijnlijk voor de oren en waarvan je een paar dagen nadien met een stijve nek kampt? Komt daar bij dat voor Raketkanon nog een genre moet uitgevonden worden. Wie een degelijke omschrijving in petto heeft, mag ons altijd mailen. In 2013 speelde Raketkanon nog rond drie uur ’s nachts voor een flink uitgedund publiek van amper 50 man, in 2015 zit de Trix Club volgestampt voor nieuwkomers als “Ibrahim”, “Harald” en “Nico Van Der Eeken” (genoemd naar de geluidsman, echt waar!) die allemaal present tekenen op de tweede plaat (RKTKN#2) die op 6 maart het levenslicht zal zien. En wees maar zeker dat die nummers de komende maanden in het hoofd zullen rondspoken, en misschien vooral de verslavende vocalen in “Elisa” en het ritme in “Harald”. “Ibrahim”, dat live al uitvoerig werd getest, heeft dan weer de impact van een molotovcocktail en doet je benen trillen van de adrenaline.

Deze meesters van de gecontroleerde chaos brengen echter véél meer dan een voorbeluistersessie, of wat had u gedacht? Ook onze (mvs) is er niet goed van — “wat een kracht live!” en “nog beter dan op Eurosonic!” horen we hem nog net zeggen. Bij welke sludge/hardcore/noiseband worden de gitaarnoten meegebrald (“Judith”)? Ook bij “Herman”, “Anna” en toegift “Pjotr” mogen crowdsurfers en pogoërs niet ontbreken. (bvp) krijgt daarbij het kruis van zanger Pieter-Paul Devos vol in het gezicht, en is daar blijkbaar nog blij mee ook. Als deze vier losgeslagen projectielen, die nog eens enorm strak spelen, het nog een paar jaar volhouden, krijgen ze misschien het spannendste hoofdstuk in de Belpopgeschiedenis. Geen wonder dat Devos en co geliefd zijn van Groningen tot Thessaloniki.

“Begin dan een coverbandje, hé”, aldus (mvs) halverwege de set van Tubelight, de vierkoppige protopunk/shoegazeband rond Lee Swinnen (ja, ja, de zoon van). Hij is duidelijk de enige die niet in het psychedelische sfeertje komt. Akkoord, de Velvet Underground- en Spaceman 3-invloeden liggen er vingerdik op. Met een rasmuzikant als Swinnen, die vorig jaar nog met Double Veterans het mooie weer maakte op We Are Open, krijg je er wel ijzersterke nummers bij. De tweede helft doet iets meer denken aan My Bloody Valentine en The Jesus And Mary Chain. Zoals in “Suzy’s Suicide”, “Coming After You” en “Space Jam”, waarvan de titel gerust letterlijk geïnterpreteerd mag worden: zo hebben we Tubelight het liefst. Binnenkort stelt de Diestse band zijn nieuwe debuutplaat Heliosphere voor. Benieuwd dat we zijn!

Drums Are For Parades. Cool. Na het fenomenale Master uit 2010 en een wisselvallige EP Imperivm uit 2012 was het al een tijdje stil rond deze Gentse straaljagers, enkele nummers op een split met Sardonis niet te na gesproken. Piet en Stijn kwamen vorig jaar op de proppen met Future Old People Are Wizards, en eerlijk gezegd hadden we die band hier eerder verwacht dan Drums. Passons, want DAFP staat nog steeds garant voor een stevige dosis pompende sludge. Dachten we. Want wat we nu te zien krijgen, stelt ons stevig teleur. Drums is een band die alles, maar dan ook alles in handen heeft om een weergaloze, allesvernietigende show te spelen: kolossen van nummers, kathedralen van geluid, maar vanavond zien we slechts een schim van dit alles. Zanger-gitarist Wim Reygaert staat heel erg onwennig op het podium te draaien, en dat straalt af op de hele set, die op geen enkel moment het niveau weet te halen dat we van Drums Are For Parades kennen en verwachten. Zelfs gegarandeerde kopstoten als “I’m The Princess, You’re The Woods” en “The Law” pakken niet de punch die we hoopten. En da’s verdorie doodjammer, want een band met een identiteitscrisis is niet echt wat we nodig hebben als afsluiter van een tweede, wat kwakkelende dag. Thank heavens voor Raketkanon!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 9 =