Iceage :: Plowing Into The Field Of Love

Ook punkers willen ooit volwassen worden. Iceage heeft nieuwe muzikale oorden
opgezocht, maar kruipt daarom niet minder onder de huid.

Toen in 2011 hun debuutplaat New Brigade verscheen, waren zanger Elias Bender Ronnenfelt, gitarist Johan Wieth, bassist Jakob Pless en drummer Dann Kjaer nog etterbakken van begin de twintig. Maar na de amper 24 minuten durende schuimbekkende punk, onthaald door Pitchfork als de ideale kruising tussen gothrock van Bauhaus, hardcore-kopstoot en postpunk, ging het snel voor de band, heel snel. Wie dacht dat het viertal na een rondje touren snel zou opgebrand zijn, was eraan voor de moeite. Het in 2013 verschenen You’re Nothing uitgebracht door het aangeschreven Matador, vormde de bevestiging voor de nieuwe wonderboys van de internationale punkgemeenschap. Iggy Pop noemde ze zelfs de enige punkband die nog echt gevaarlijk klonk.

Die tweede plaat was nog maar een kleine stap vooruit in vergelijking met de songschrijverij op Plowing Into The Field Of Love. Bekijk eerst en vooral de videoclip van “The Lord’s Favorite” en het is amper te geloven dat het om de snotneuzen uit deze live opname gaat. Iceage heeft niet alleen een volwassen uitstraling gekregen, de vocalen werden naar de voorgrond gemixt en de band lijkt het voorbije jaar veel geluisterd te hebben naar The Replacements, The Gun Club en Nick Cave. In “On My Fingers” wordt u meteen met de neus op de feiten gedrukt. Ronnenfelt haalt niet langer met de vuist uit, maar met verstaanbare (!) woorden (“I don’t care whose house is on fire/ As long as I can warm myself at the blaze”).

“How Many” kon een anthemisch pianonummer worden, maar klinkt daarvoor nog veel te tegendraads en woest. Eens rebel, altijd rebel zeker? Het hoogtepunt van de plaat “Glassy Eyed, Dormant And Veiled” is een meeslepende rollercoaster vol dolgedraaide vocalen, venijnig gitaarwerk, hypernerveuze drums én blazers. “Stay” moet het echter vooral hebben van de vocale grandeur. En in vergelijking met het delirium “Forever” hebben “Let It Vanish” en “Abundant Living” maar het effect van vijf shotjes alcohol. De teksten (“If I could dive into the other, I would lose myself forever”) van Ronnenfelt, die meer en meer gaat klinken als de kruising van een jonge Nick Cave en Ian Curtis, sleuren u weer mee in een dronken roes. En dan moeten de weergaloze blazers (op het einde van het nummer) nog komen.

In “Cimmerian Shade” is de bezopen waanzin echter zodanig over de top dat het theatraal overkomt. Maar dit is ook het enige nummer op de plaat waarmee de band echt op zijn bek gaat. Beter dat dan meezwemmen met de stroom, nietwaar? Het afsluitende titelnummer, dat wordt opgesmukt met subtiele blazers, is dan weer afstotelijk en mooi (hoe vreemd het ook klinkt) tegelijk. En daarin zit precies de kracht van het dronken avontuur dat Plowing Into The Field Of Love toch wel is.

Noem ons naïef, maar Iceage heeft een van de meest verrassende platen van het jaar gemaakt. De Denen incorporeren piano, country rock, strijkers en blazers, en klinken nog altijd even intens, nihilistisch en smerig als in hun begindagen. Maar hebben ze daarmee een klassieker-in-wording gemaakt? Nah, daarvoor liggen de referenties er te dik op. Maar ontwaken met een kater, was nog nooit zo plezant.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =