Zoot Woman :: Star Climbing

Met Star Climbing heeft Zoot Woman voor veelzijdigheid gekozen. Het resultaat is een aangenaam afwisselende, maar iets te weinig prikkelende plaat.

De Britse electropopband Zoot Woman is vijf jaar na hun laatste album Things Are What They Used To Be wel degelijk terug. En immer met dezelfde formatie: Stuart Price en de broers Adam en Johnny Blake. Vooral Price is nooit weggeweest. Hij werkte in tussentijd als remixer en producer voor een resem bekende groepen als Pet Shop Boys en The Killers. Met hun vierde langspeler Star Climbing wilde het drietal hun favoriete stijlen combineren.

Wat meteen opvalt, zijn de beukende clubtracks. Opener “Don’t Tear Yourself Apart” leidt ons met gebonk en dromerige synths de disco in. Het is electroclash die aan het dansen doet slaan, maar ons toch niet compleet meesleurt. Op geen enkel moment trapt het nummer ons besef volledig tot moes of doet het ons weerloos opgaan in de euforie. En ook de grillige stamper “The Stars Are Bright” en de pompende beats van “Lifeline” slaan ons niet murw. Tamelijk opzwepend, maar nooit overdonderend bezwerend.

Andere nummers etaleren behoorlijk groovy en plezierige synthpop. “Coming Up For Air” verblijdt met twinkelende keyboarddeuntjes, pulserende beats en een besmettelijk refrein. Het lied klinkt als een 80’s-party met ronddraaiende discolampen, kitscherige versiering, flashy outfits en volumineuze kapsels. Tijdens “Chemistry” wanen we ons op de achterbank van een scheurende auto. Striemende percussie en geestige samples zorgen voor een stomende rit. “Real Real Love” is fijn gevarieerd. Lichtvoetige klanken kruisen een stampvoetende bas en lopen na een tijd over in explosieve lasergeluiden. “Silhouette” is vermakelijk: gejaagde toetsen dollen bij vlagen met stuiterende drumbeats. Toch zit er wat sleet op de formule. “Rock & Roll Symphony” voelt nogal inspiratieloos aan. Robotstemmen, drums en synths gaan voorbij zonder echt te verbazen. Geen overrompelende elementen of onderhuidse dreiging te bespeuren. “Nothing In The World” mist evengoed suspense. Dreunen en triomfantelijke synthesizers markeren strijdbaarheid. Zwaaien met de handen in de lucht en met een onversaagde blik en tred de toekomst tegemoet. Best plezant, maar te voorspelbaar.

Naarmate “Elusive” zich ontvouwt, ebt de dansvloer helemaal weg uit onze gedachten. Gitaar en weidse synths vloeien in elkaar over. Het is een hypnotiserende soundscape. De tocht naar huis is duidelijk ingezet. “Waterfall Into The Fire” zet die lijn voort. Een samenspel van piano, diepe bas, ruis en gitaar klinkt intens en aardedonker. Intrigerend, helaas loopt de track reddeloos spaak omdat Johnny Blake met een tenenkrullend autotune-effect zingt.

Star Climbing is geen voltreffer. Het album mist songs als “Grey Day”. Liedjes die zo aanstekelijk zijn dat ze al na één beluistering danig door het hoofd galmen. De stem van Johnny Blake is als vanouds charmant en de muziek is veelal leuk ineengestoken. Redelijk amusant, maar erg catchy en fris is ze niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 11 =