The Magic Numbers :: ”Ik kan nogal zelfingenomen zijn, maar dan probeer ik dat wat breder te kaderen”

Vier jaar na het verschijnen van The Runaway zijn The Magic Numbers terug met Alias, een plaat die iets donkerder klinkt dan we van het Britse viertal gewoon zijn. “Dit is onze rockplaat”, klinkt het dan ook bij frontman Romeo Stodart. “We wilden de energie van onze concerten vatten.”

Niet iedereen houdt ervan om op een bloedhete zomerdag promo te voeren voor een nieuw album, maar Michelle en Romeo Stodart van The Magic Numbers zijn goed geluimd wanneer ik aan hun terrastafeltje bijschuif. De plaagstoten vliegen over en weer, zo ook over soulballad “Thought I Wasn’t Ready”; een buitenbeentje op dat kersverse Alias

.

Michelle Stodart: “Dat nummer was echt heel verrassend. Toen Romeo het voor het eerst op piano speelde, klonk het nogal Carole King-achtig. Hij schreef het overigens eigenlijk voor Angela (Gannon, zangeres/percussioniste, kvp), want hij vindt dat ik mijn eigen composities maar moet zingen.”
Romeo Stodart: “Wanneer gaan we al die songs die je opzij hebt liggen eens gebruiken bij The Magic Numbers?”
Michelle: “Romeo wil dat ik een paar van mijn schrijfsels gebruik voor de groep.”
Romeo: “Echt waar, ze heeft fantastische nummers liggen.” (tot haar:) “Je zou die echt moeten zingen …”
Michelle: ”Daar hebben we het later nog wel over.”

enola: Het is vier jaar stil geweest rond de groep. Wat is er allemaal in die tijd gebeurd?
Romeo: “Ik ben vader geworden, mijn zoontje is nu tweeëneenhalf jaar oud, dus dat was een grote verandering. Michelle heeft een soloplaat gemaakt. We hebben onze studio verhuisd, met andere artiesten gewerkt, en nieuwe songs geschreven. Wat nog? Ja, we zijn ook van management veranderd.”
Michelle: “Eerlijk gezegd nam dat nog het meeste tijd in beslag. In 2013 hebben we ook een kleine akoestische tournee gedaan in Engeland en Ierland, wat erg leuk was.”
Romeo: “Ik vind het nog steeds verbazend dat we dat nog nooit eerder gedaan hadden.”

enola: Dat moet een serieuze aanpassing geweest zijn.
Michelle: “Ja, maar het was fijn om doen, want dan hoor je dingen die je daarvoor nog nooit gehoord had. Dat geldt trouwens ook voor de teksten. Voor het publiek was het ook een belevenis, want akoestisch leunen onze songs heel dicht aan bij de demoversies.”
Romeo: “En je kan al eens een cover spelen, of een vergeten lied. Halverwege begon ik echter wel weer te verlangen naar mijn elektrische gitaar.”
Michelle: “We hadden nog maar net Alias opgenomen, dus het was normaal dat je stond te springen om erin te vliegen.”

enola: Wat was de belangrijkste inspiratie voor Alias?
Romeo: “Mijn relatie die na jaren stuk liep, de nieuwe relatie die ik daarna begon, en mijn pril vaderschap. De teksten zijn heel persoonlijk dus. De laatste jaren zat ik in de knoop met mezelf. Op muzikaal vlak wilden we dan weer de energie van onze liveshow op plaat overbrengen, waar we volgens mij behoorlijk goed in geslaagd zijn. Ik hou veel van ons vroeger werk, maar het was moeilijk om onze energie en overtuiging juist uit te drukken. Na drie platen waren we er eindelijk klaar voor en is het gelukt.”

enola: Alias klinkt heel herkenbaar, maar toch is jullie geluid geëvolueerd, het is donkerder.
Romeo: “Dat moest zo. Het is niet echt agressief, maar het is zeker donkerder en harder, veel meer rock.”

enola: Er zit ook minder samenzang in, zoals bijvoorbeeld in “Shot In The Dark” of “Thought I Wasn’t Ready”.
Michelle: “Sommigen denken dat je met achtergrondzang niet veel kan aanvangen, maar je kan er alle kanten mee uit. In eerste instantie dient het inderdaad om de zanger te ondersteunen, om alles groter te laten klinken, maar, als je het juist aanpakt, kan het zoveel meer zijn. Soms wordt het een echte conversatie. Romeo en Angela doen dat heel veel.”
Romeo: “Ik zou dat niet met Michelle kunnen, dat zou raar aanvoelen.”
Michelle: (lachend) “En zo mis ik een heleboel spannende dingen, maar ja… Voor “Shot in the Dark” wilden we iets anders proberen, iedereen wou zijn zegje doen.”
Romeo: “Zo werkten we vroeger al live. Nu moesten we het enkel nog in de studio realiseren.”
Michelle: “En dat was niet gemakkelijk, want we wilden niet in ‘gewone’ backingvocals vervallen.”
Romeo: “We zingen altijd samen in de studio omdat dat iets extra toevoegt aan het geheel. Het is magisch.”

enola: Waar gaat “Roy Orbison” over?
Romeo: “Ik was zijn autobiografie aan het lezen (kvp Dark Star), en op dat moment leek “Running Scared” me overal te achtervolgen. Ik was volop songs aan het schrijven, en die fiftiesstijl kroop in een lied, in een strofe zing ik zelfs ‘Am I just running scared with Roy Orbison still ringing in my ears’. Tijdens de repetities bleven we naar dat lied verwijzen als ‘Laten we Roy nog eens spelen’, dus de titel was snel gevonden. En toen we het in de studio opnamen …”
Michelle: “… nam het andere geluid over, en het werd zijn lied. De productie is ook een hommage aan hem, met die driestemmige harmonie. Heel intens, zoals Roy Orbison zelf.”
Romeo: “Dat komt door zijn stem. Ik kan niet zingen zoals hij, maar samen met de meisjes hebben we geprobeerd onze versie te vinden. Het lied gaat sneller en sneller, tot aan de finale. Het was niet gemakkelijk om dat juist te krijgen in de studio.”

enola: Romeo, jij bent de belangrijkste songschrijver, de groep komt er pas in tweede instantie aan te pas. Is die manier van schrijven veranderd over de jaren?
Romeo: “Bij de eerste plaat waren alle songs zo goed als afgewerkt. Nu helpt Michelle me enorm met de arrangementen, ik begrijp mijn eigen songs beter. Ze is mijn geheim wapen. De rol van Sean (Gannon, drummer bij The Magic Numbers, kvp) en Angela is over de jaren min of meer gelijk gebleven: zij zorgen voor de final touch. Op dit album staat wel een lied dat Angela geschreven heeft, “Black Rose”. Dat wou ze al lang, maar nu pas had ze voldoende vertrouwen in haar eigen kunnen. Voor de rest zijn de relaties binnen de groep niet erg veranderd.”
Michelle: “Romeo komt aandraven met een idee, en eventueel wat arrangementen. Dat is eigenlijk al het halve werk. Soms zit hij aan de piano, en ik zit naast hem met pen en papier en schrijf alles op wat hij zegt. Daarna blijven we schaven tot het klaar is. Ik ben de helpende buitenstaander.”
Romeo: “Die buitenstaander is heel belangrijk voor mij.”
Michelle: “Omdat ik jou een ander perspectief toon.”

enola: Zijn er onderwerpen waar je niet over kan schrijven of zingen?
Romeo: “Ik schrijf poëtische teksten, maar als ik zing, klinken ze vaak te pretentieus. Ik denk heel veel na, en wentel me soms in zelfmedelijden. Daar komen de meeste ideeën uit. Mijn gedachten zijn mijn grootste inspiratiebron, of het nu over relaties gaat, of over hoe ik mezelf zie. Ik kan ook nogal zelfingenomen zijn. Maar ik wil niet dat het altijd over mij en mijn innerlijke strijd gaat, ik probeer het wat breder te kaderen.”
Michelle: “Toen Angela en ik bij de groep kwamen, begon je ineens in een vraag-antwoordconcept te schrijven. Ik vermoed dat hij zo de boodschap sterker wou maken. Angela en ik moeten 100% achter de tekst staan, we moeten ons kunnen inleven. Dat is niet zo moeilijk, want iedereen heeft al eens een mindere dag, of een gebroken hart, iedereen kent verlies, schuldgevoel of verdriet.”

enola: Wanneer wordt eerlijkheid te persoonlijk?
Romeo: “Dat is het altijd. Sommige teksten tonen perfect aan hoe ik me voel, zoals ‘I thought I knew myself, but each time I look, I see someone else’. Ik worstel daar al een tijdje mee. Ik heb dingen gedaan waarvan ik dacht dat ik ze nooit zou doen. Ik probeer me niet beter voor te doen dan anderen. Hoe ik met die situaties omga, komt in de songs tot uiting, dat helpt meer dan praten. Michelle en mijn moeder zijn de enige mensen tegen wie ik alles kan vertellen, maar toch druk ik me nog altijd beter uit in een tekst. Zelfs zonder na te denken, plots is dat lied er. Het is enkel wanneer ik sta te zingen, dat ik denk dat ik misschien wat te ver gegaan ben.”
Michelle: “Soms zeggen we tijdens het schrijven tegen elkaar: dit is te direct, laten we het herwerken of wat verbloemen, maar eigenlijk is direct nog altijd de beste manier.”
Romeo: “Zoals bijvoorbeeld in het refrein van “Enough”: ‘Is it ever good enough, will I ever be good enough?’. Ik denk dat iedereen wel eens worstelt met dat gevoel, en nu voelt het goed om dat op een podium te verkondigen. Maar of dat lang gaat duren weet ik niet, want het zuigt heel wat energie op.”

The Magic Numbers spelen op 24 oktober in de Botanique in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 5 =